Inhoudsopgave

Interview: Jantine Swinkels over de christendemocratische duurzaamheidsvisie

Recensie: Houd het debat over de rechtsstaat zuiver

Interview: PG Kroeger over zijn nieuwe boek ‘Tand des tijds’

CDJA Inside: Nieuwe DB’ers

Interview: Mante Kaaks over zijn stage bij Pieter Omtzigt

Interview: Jeroen Pijnenburg vertelt over het campagnevoeren in coronatijd

Recensie: Abraham Kuyper: de kunstzinnige ideoloog voor wie gewetensvrijheid heilig was

Voorzitterscolumn: Verkiezingen

Redactioneel verkiezingen

In deze editie staan de verkiezingen centraal. Nog een maand en dan kan heel Nederland immers weer naar de stembus. Maar, niet alleen de Tweede Kamerverkiezingen staan centraal. Ook de Amerikaanse verkiezingen hebben ons allen eerder dit jaar immers in vervoering gebracht. Trump legde het af tegen democratische presidentskandidaat Joe Biden, maar wordt nu geconfronteerd met een gebroken land. Thomas Kroon en Koert Dekker besteden daar in hun artikel aandacht aan. De toeslagenaffaire die tot een vernietigend rapport van de parlementaire ondervragingscommissie leidde roept onder meer vragen op over de rol van de rechter in de rechtsstaat. Dat komt naar voren in de recensie van Marc Hanna. 

Verder kent het CDJA een tweetal nieuwe bestuursleden: Stefan Ruiter en Veerle Bens stellen zich in dit nummer voor.  Rond Tweede Kamerverkiezingen zijn verschillende CDJA’ers actief.  Mante Kaaks vertelt over zijn ervaringen als stagair van Pieter Omtzigt en Marc Hanna ging in gesprek met Jantine Swinkels: jongerenkandidaat en nummer 26 voor de komende Tweede Kamerverkiezingen. Verder heeft de redactie haar licht opgestoken bij Jeroen Pijnenburg: hij voerde tijdens de herindelingsverkiezingen al eerder campagne in coronatijd en vertelt over zijn ervaringen. Dat en nog veel meer te lezen in deze verkiezingseditie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met een christendemocratische duurzaamheidsvisie kun je de koplopers en de middengroep met elkaar verbinden

Jantine Zwinkels is 30 jaar oud, adviseur op het gebied van duurzaamheid en gemeenteraadslid voor het CDA in Utrecht. Ze staat op plek 26 van de kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Een gesprek over duurzaamheidsuitdagingen en de groene christendemocratie.

Wat vind je het meest kenmerkend aan de christendemocratische duurzaamheidsagenda?

“Voor mij begint het bij de term rentmeesterschap: het centraal durven stellen van duurzaamheid, impact maken en denken aan de volgende generaties. Rentmeesterschap gaat voor mij niet alleen over een paraaf in het verkiezingsprogramma, maar ook over nadenken over hoe rentmeesterschap een rol kan spelen in andere domeinen. Wat ik hier belangrijk bij vind is sociale duurzaamheid: dat je kijkt naar hoe je ervoor kunt zorgen dat iedereen mee kan blijven doen en dat de overheid mensen en milieu ook weet te beschermen.

Volgens de christendemocratische visie vraagt duurzaamheid ook om maatwerk en om samen stap voor stap te willen verduurzamen. Daarbij bedoel ik niet alleen dat je zorgt voor draagvlak, maar ook dat mensen intrinsiek gemotiveerd raken om te verduurzamen. Zelf voel ik mij heel prettig bij deze visie omdat we ons hiermee niet verschuilen achter beleidsdoelen. Volgens de christendemocratie moet je echt in gesprek gaan, mensen opzoeken en kijken wat de mogelijkheden zijn. Wat ik hier belangrijk aan vind, is dat je hiermee uitgaat van de kracht van de samenleving en de gedeelde verantwoordelijkheid die we hebben, en niet van de markt of de overheid. Als het gaat om duurzaamheid heb je altijd koplopers, achterblijvers en een grote groep die daar tussen zit. De koplopers moeten we vooral belonen voor hun harde pionierswerk, want dat biedt perspectief. Een mooi voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van natuur-inclusieve landbouw. Met een christendemocratische duurzaamheidsvisie kun je de koplopers en de middengroep met elkaar verbinden.”

Maria van der Hoeven (voormalig CDA-minister en directeur van het International Energy Agency) zei in een interview met Christen Democratische Verkenningen: ‘Maak de agenda voor de energietransitie inclusief; zorg dat iedereen in de wereld kan meedoen en zo onderdeel van de oplossing wordt.’[1] Waarom is het zo moeilijk om de energietransitie inclusief te maken?

Jantine Zwinkels is al langer politiek actief voor het CDA onder meer als raadslid in Utrecht.

“Om te beginnen omdat de energietransitie om grotere investeringen vraagt. Op de lange termijn is het financieel vaak gunstig, maar lang niet iedereen kan dit zomaar betalen. Denk bijvoorbeeld aan de aanschaf van een elektrische auto of zonnepanelen. Je ziet gelukkig wel dat dankzij de doorontwikkeling en opschaling in de markt de kosten van duurzame technieken naar beneden gaan en hierdoor ook minder subsidie nodig is. Een duurzamere economie bevat ook banen die in sociaal opzicht wenselijk zijn. Kijk bijvoorbeeld naar een deeleconomie en wat voor banen daarbij komen kijken. Je wilt ook dat iedereen onder goede omstandigheden kan werken.

Daarbij is de markt voor duurzaamheid vaak nog jong en onvolwassen. Het aantal spelers, producten en de kennis in de markt groeit ieder jaar weer. Die innovaties (in uiteenlopende sectoren) moeten een serieuze kans krijgen, de overheid zou daarin kunnen optreden als een launching customer. Deze omslag maken we helaas niet van de één op de andere dag. Daarom moeten we niet denken dat we er met een paar duurzame alternatieven gelijk zijn. En deze alternatieven hebben ook zo hun nadelen. Zo wordt momenteel onderzoek gedaan naar de milieu-impact van batterijen van elektrische auto’s.

De Sustainable Development Goals (SDG’s) vind ik mooi, omdat die een gemeenschappelijke taal vormen. Het zijn doelen die kunnen helpen in de communicatie richting burgers. Dit draagt bij aan een vergroting van de herkenbaarheid van duurzaamheid. Mooi hieraan vind ik ook dat mensen makkelijker met hun eigen initiatief kunnen komen. Die initiatieven beginnen vaak dichtbij: dat mensen zich eigenaar gaan voelen van hun eigen omgeving. Dat zet ook aan om na te denken over milieu en leefomgeving. Zelf vind ik dat ook een belangrijk aspect aan inclusiviteit: mensen aanmoedigen en de ruimte geven om mee te doen aan zulke initiatieven.”

Met je raadslidwerk heb je ook te maken met aardgasvrij-projecten. Hoe hoopvol ben je over de realisatie van die projecten?

“Het moeilijke van deze projecten is dat jete maken hebt met de collectieve keuzes ten opzichte van de individuele keuzes. Als gemeente zul je mensen dus heel goed moeten laten inzien dat ze onderdeel uitmaken van een groter plaatje. Vervolgens moet je concreet maken wat het betekent voor een huis en welke aanpassingen en no-regret-maatregelen genomen kunnen worden. En, we moeten blijven openstaan voor innovatieve ontwikkelingen. Op deze manier kun je de mensen laten inzien dat het geen desinvestering is.

We proberen wijkgericht stappen te zetten. Nu zijn er zogenaamde proeftuinen gestart. Ik vind het goed dat er dan wordt gekeken naar wat er past bij de kenmerken van een wijk. Daar komt dus ook maatwerk bij kijken.”

Volgens het verkiezingsprogramma van het CDA moet de polarisatie tussen drammers en ontkenners worden doorbroken door de christendemocraten. Hoe moet het debat over verduurzaming worden gevoerd?

“Ik denk dat het belangrijk is als het CDA ‘in het midden’ gaat staantussen de drammers en de ontkenners om zo het gesprek open te kunnen voeren over duurzaamheid. Je ziet dat partijen op de flanken vaak hun paradepaardjes al klaar hebben en zichzelf al hebben ingegraven: dit is sowieso slecht en dat is sowieso goed. De discussies rondom biomassa en kernenergie zijn hier voorbeelden van. Als CDA kunnen we ook de ruimte bieden om experts aan het woord te laten en continu te kijken naar nieuwe ontwikkelingen en innovaties en die te durven omarmen. Zo kan het CDA wat flexibeler zijn in gepolariseerde discussies.

Het is belangrijk om drammers en ontkenners anders te benaderen in een debat. Als ontkenners niet te overtuigen zijn van de noodzaak van verduurzaming en het een non-issue vinden, dan heeft het weinig zin om over oplossingen te gaan praten. Je zou het daarom met de ontkenners beter kunnen hebben over problemen als zwerfafval, luchtkwaliteit en milieuvervuiling. Dat is iets wat zij ook belangrijk vinden. Met drammers kun je het daarentegen ook goed hebben over de beste aanpak met oog voor haalbaarheid. Het debat bestaat dus uit meer dan ‘voor’ en ‘tegen’: er zijn verschillende niveaus waarop je het debat kunt voeren. Als genuanceerde, bedachtzame middenpartij zijn we bereid om ook naar andere geluiden te luisteren. Daarmee kom je verder in een debat en in de samenleving. Ik denk dat we dat moeten blijven doen. Tegelijkertijd mogen we wel ambitieus zijn. Het CDA wordt niet altijd gezien als de duurzame partij. Ik denk dat op dat gebied veel winst te behalen is.”

Het is belangrijk om drammers en ontkenners anders te benaderen in een debat.”

Buma, sprak over ‘de groene elite’ en ‘de gewone Nederlander’, die al dan niet kan meekomen. Hij maakte zich wel eens zorgen dat het klimaatbeleid tot nieuwe scheidslijnen in de samenleving leidt. Deel je deze zorgen?

“Als het gaat om duurzaamheid denk ik dat je in bepaalde bubbels terecht kunt komen en dat het onze (wellicht ieders’) taak is om dat te doorbreken. In dat opzicht kan ik mij vinden in wat Buma zegt. Maar ik wil wegblijven van de stelling dat er hele harde scheidslijnen zijn en dat er een ‘groene elite’ is. De gevolgen van klimaatbeleid en de toegankelijkheid van de energietransitie raken juist ook mensen die er nu misschien nog niet erg over nadenken. Daarom denk ik dat het iets zou moeten zijn van ons allemaal. Ik werk nu bijvoorbeeld aan een windenergieproject bij een gemeente. Daar zijn we aan het kijken zijn naar de mogelijkheden voor een duurzaamheidsfonds. Het geld dat daarmee gegenereerd wordt, wordt teruggeven aan de lokale gemeenschap. Op die manier kunnen er weer nieuwe duurzaamheidsinitiatieven in de gemeente worden opgestart. Daarbij kun je inwoners ook laten meebeslissen over de besteding van het geld. En dan kun je weer de koppeling maken met de sociale aspecten die je kunt realiseren. Ik zou de duurzaamheidsuitdagingen liever op deze manier aanvliegen dan te benoemen dat er een ‘groene elite’ is.

Daarnaast denk ik dat duurzaamheid voor een groot deel draait om je eigen gedrag. Kijk bijvoorbeeld naar afval scheiden. Iedereen kan daaraan een steentje bijdragen. Ik denk dat we aan mensen moeten blijven vertellen dat zoiets veel zin heeft. Dit zorgt voor bewustwording en voorkomt, anders dan als je termen gebruikt als ‘groene elite’, dat er groepen en scheidslijnen ontstaan, en mensen afhaken. Dit is denk ik een betere manier om het debat te voeren.”

In het verkiezingsprogramma staat ook dat het CDA, om het draagvlak voor klimaatmaatregelen te vergroten, een landelijk burgerberaad wil dat de politiek adviseert over de uitwerking van het klimaatakkoord. Wat vind je van dit idee?

“Ik denk dat het sowieso belangrijk is dat we mensen laten participeren in en meedenken met het beleid van de overheid. Tegelijkertijd denk ik dat we wel moeten kunnen laten zien wat er vervolgens wordt gedaan met de inbreng van het beraad zodat we niet op voorhand een valse belofte doen en vervolgens teleurstellingen gaan creëren. Als politici zijn we er om belangen af te wegen, maar ook om te luisteren en (onnodige) knelpunten weg te nemen. In ons verkiezingsprogramma staat ook een punt over maatschappelijk initiatiefrecht. Daarmee laat je ook zien dat het niet alleen iets is van de overheid.”

Wat is volgens jou een rechtvaardige verdeling van de kosten van milieumaatregelen? Moeten de vervuilers, de sterkste schouders of iedereen evenveel betalen aan duurzame energietransitie?

“Ik denk dat het een combinatie moet zijn. Het principe van de vervuiler betaalt vind ik op zich terecht omdat het de kleinverbruikers enigszins ontziet en stimuleert om je consumptie te verminderen. Het pakt echter niet altijd uit zoals wenselijk is in de samenleving, bijvoorbeeld als er blijkt dat kwetsbare mensen of mensen die het niet breed hebben veel moeten bijdragen. In dat geval ben ik er meer voor dat de sterkste schouders meer lasten dragen. Ik denk dat het ook goed is om solidair met elkaar te zijn. Solidariteit is ook een belangrijk principe voor het CDA.

COPYRIGHT DIRK HOL

In fiscale systemen zou het ook goed zijn om prikkels toe te voegen die duurzaamheid stimuleren. Bijvoorbeeld door duurzame, innovatieve producten niet te veel te belasten. In dat opzicht kan ik mij ook vinden in het idee om materialen meer te belasten in plaats van arbeid. Daarbij kun je de niet-recyclebare materialen iets duurder maken en kijken of je een financiële prikkel kunt toevoegen om materialen die wel hergebruikt zijn aantrekkelijker te maken. Op deze manier kun je een nieuwe vorm van werkgelegenheid creëren. Dat is ook iets waar ik mij heel graag voor zou willen inzetten, mocht ik landelijk actief worden. Dit zijn ook echt landelijke issues en niet iets waar ik mij in de gemeente voor kan inzetten.

Verder zie je dat het CDA erg opkomt voor gezinnen als het bijvoorbeeld gaat om de verdeling van lasten. Dat vind ik mooi, maar ik vind het ook belangrijk dat we breder blijven kijken naar andere groepen zoals studenten en ouderen. Studenten die al het belabberde leenstelsel voor hun kiezen hebben gekregen, wat is dan fair als het gaat om de verdeling van lasten?

Wopke benoemt terecht dat veel mensen in Nederland het financieel goed hebben en dat het goed is als mensen hun verantwoordelijkheid nemen om hun steentje bij te dragen en wat terug te doen voor de maatschappij. Gelukkig zie je veel mensen die dit doen. Bijvoorbeeld ouderen die het goed hebben en geld geven aan goede doelen, vrijwilligerswerk doen of groen beleggen. Dat aspect vind ik ook belangrijk. Niet alleen kijken naar wie de lasten moet dragen, maar ook naar wat we vanuit onszelf kunnen doen. Op het gebied van duurzaamheid kunnen we nog veel winnen.”

Wat vind je vanuit het oogpunt van duurzaamheid van de steunmaatregelen die afgelopen tijd door het kabinet zijn verschaft?

“We willen graag dat bepaalde branches verduurzamen. Zo ben ik met mijn werk bezig met elektrisch taxivervoer. Ik denk dat we met steunmaatregelen aan zo’n branche juist kunnen kijken hoe de branche kan vergroenen. En, als we kijken waar de overheid steunmaatregelen aan uitgeeft, kunnen we nadenken hoe we duurzaamheid daar een plek in kunnen geven. Op deze manier kunnen we meedenken en helpen om het duurzame alternatief, wat juist nu lastig is omdat veel sectoren in financieel zwaar weer zitten, na corona wel een boost geven. In crises is het natuurlijk altijd lastig om ook nog een keer over duurzaamheid te praten, maar we moeten het nu wel doen.”

“In crises is het natuurlijk altijd lastig om ook nog een keer over duurzaamheid te praten, maar we moeten het nu wel doen.”

Wil je verder nog iets kwijt over de besproken thema’s?

“Ik vind het heel mooi om te zien dat er binnen het onderwijs steeds meer aandacht is voor duurzaamheid, zowel op basisscholen, als op middelbare scholen als op het middelbaar onderwijs en het hoger onderwijs. Nu zijn er afstudeerrichtingen, minors en zelfs hele studies op het gebied van duurzaamheid. Als ik kijk sinds 2012, toen ik ben afgestudeerd, is er heel veel in positieve zin ontwikkeld en veranderd. Tegelijkertijd denk ik dat het nog steeds beter kan. Zelf heb ik meegewerkt aan projecten als zonnescholen (zonnepanelen op de schooldaken) en ‘afvalvrije scholen’. Deze scholen zijn bijvoorbeeld bezig met afvalinzameling, zodat leerlingen leren om beter afval te scheiden en er bewust mee om te gaan. Ik zou het heel goed vinden als ermee wordt gestart in het basisonderwijs en het een onderdeel blijft van het onderwijs. Als dat een continue lijn wordt, kunnen er nog veel meer nieuwe ideeën vandaan komen.”


[1] Jan Prij, ‘Energietransitie doe je samen’, Christen Democratische Verkenningen 38 (2018), nr. 4, pp 108-110.

Authors

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Houd het debat over de rechtsstaat zuiver!

Het zal weinigen zijn ontgaan, de vernietigende constateringen van de parlementaire ondervragingscommissie naar aanleiding van de toeslagenaffaire. De commissie concludeert dat “grondbeginselen van de rechtsstaat zijn geschonden”[1] en dat de wetgever, de uitvoerder – het ministerie van Financiën – en de bestuursrechtspraak hebben gefaald, waardoor ouders jarenlang geen schijn van kans hadden om hun recht te halen. Een dergelijke conclusie kan vragen oproepen. Waar gaat het ten diepste om in een rechtsstaat? Wat staat er op het spel als beginselen van de rechtsstaat aan de kant worden gezet of als de termen ‘neprechter’ en ‘neprechtbank’ in ons land vallen?

In ‘De rechter grijpt de macht, En andere misvattingen over de democratische rechtsstaat’ leggen de auteurs, voormalig president van de Hoge Raad Geert Corstens en raadsheer Reindert Kuiper, aan de hand van vele voorbeelden en uitspraken de basisprincipes van de rechtsstaat uit. Daarbij overtuigen ze de lezer ervan dat het recht in een rechtsstaat meer moet zijn dan ‘flinterdunne words on paper’; het doen en laten van de overheid, bedrijven en burgers moet daadwerkelijk gebonden zijn aan de regels van het recht.

De rechter grijpt de pen

Het boek verscheen oorspronkelijk in 2014 onder de titel De rechtsstaat moet je leren, maar werd voor de zevende druk herzien en geactualiseerd. Bij de boekpresentatie van de laatste druk beëindigde Thom de Graaf, vice-president van de Raad van State, zijn toespraak met de woorden: ‘De rechter grijpt niet de macht maar wel de pen, en dat is soms erg nodig.’

Hiervoor wijzen de auteurs ten eerste op het belang dat burgers kennis hebben van de rechtsstaat. Deze kennis ‘is not handed down by the gene pool, it has to be learned’. Hiermee dragen ze bij aan een van de belangrijkste aanbevelingen van de commissie-Remkes, de staatscommissie die onderzoek heeft gedaan naar het parlementair stelsel: de verbetering van de kennis over de democratische rechtsstaat.[2]

Daarnaast grijpen de auteurs naar de pen om bij te dragen aan een zuiver debat. Dat wil zeggen: een debat waarin ook aandacht is voor consequenties van bepaalde opvattingen. Zo bekritiseren ze politici die hun ontevredenheid uitten over bepaalde rechterlijke beslissingen door de rechter voor gek te verklaren of als politiek partijdig en vooringenomen afserveren. Dit schaadt het maatschappelijk vertrouwen in de rechtspraak en stimuleert de polarisering binnen de samenleving. Ook hekelen ze mensen die in alle ongenuanceerdheid roepen om het ontslag van rechters vanwege beslissingen die de meerderheid niet bevallen. ‘Een land waarin het hebben van een meerderheid voldoende is om rechter te vertrappen, is primitief’ (p. 52, maar niet vermelden denk)

Uitnodiging tot stellingname

Op zeer heldere wijze passeren verschillende rechtsgebieden en tal van onderwerpen de revue. Zo nodigen de auteurs de lezer uit om hierover een mening te vormen. Ze gaan bijvoorbeeld in op overwegingen om de juryrechtspraak wel of niet in te voeren in Nederland, leggen uit waarom ‘originalists’ tegenover ‘non-originalists’ staan in het debat over de interpretatie van de Grondwet van de Verenigde Staten en verklaren waarom de rechterlijke onafhankelijkheid zo ver gaat dat katholieke raadsheren, door euthanasie niet te veroordelen, ingingen tegen de opvatting van de rooms-katholieke kerk.

Ook de rol van de rechter komt aan bod. Deze is niet om de macht te grijpen, maar om, binnen de verhoudingen van de trias politica, het recht voor te houden aan zowel de wetgever als het bestuur. Zo trad de rechter corrigerend op bij de Urgendazaak en de stikstofzaak. Hierdoor werd de rechter verweten op de stoel van de wetgever te zijn gaan zitten.[3] In dit verband zijn de auteurs van mening dat, omdat de andere staatsmachten zich niet hielden aan door henzelf gemaakte afspraken, de rechter juist heeft gehandeld door vast te stellen dat de overheid rechten heeft geschonden.

De democratische rechtsstaat en welvaart

In hun mooie pleidooi voor de democratische rechtsstaat raken de auteurs in mijn ogen echter overenthousiast als ze stellen dat er geen beter model is dan de democratische rechtsstaat om welvaart te bereiken. Hiervoor verwijzen ze naar de zogenaamde Rule of Law Index, waaruit blijkt dat de kwaliteit van een rechtsstaat parallel loopt met het bruto nationale inkomen per hoofd van de bevolking.

Neem echter China, een land dat tot op heden nooit een rechtsstaat heeft gehad. Dit economische groeiwonder heeft een autocratisch gestuurde markteconomie en draagt – ook voor de coronacrisis –  meer bij aan de mondiale groei dan de VS, Europa en Japan tezamen.[4] Hoewel de schrijnende situatie van de Oeigoeren in China tekortkomingen van een autocratie pijnlijk blootlegt, gaat het in mijn ogen te ver om de democratische rechtsstaat te beschouwen als een superieur economisch model. Met name democratie hoeft de ontwikkeling van welvaart niet altijd te bespoedigen, maar kan die ook vertragen. Soms is het voor de economie gunstig als alle neuzen – deels gedwongen – dezelfde kant op wijzen.

Aanbeveling

Het boek is vooral lezenswaardig voor mensen die geen juridische opleiding hebben gehad. Het biedt een toegankelijke introductie tot het recht, de rol van de rechter en de relevantie van de rechtsstaat voor het leven van alledag. Veel onderwerpen zullen niet nieuw zijn voor mensen met een juridische achtergrond. Toch kan het lezen van het boek de moeite waard zijn vanwege de actuele voorbeelden, treffende citaten van rechtsgeleerden en belangrijke boodschap van de auteurs: leven in een democratische rechtsstaat is een groot goed. Daarom moet het debat hierover zuiver blijven.

Corstens en Kuiper, De rechter grijpt de macht, En andere misvattingen over de democratische rechtsstaat. Amsterdam: Prometheus, 2020, 192 pagina’s. €20,00.


[1] Ongekend onrecht (Eindrapport parlementaire onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag), bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 35510, 3, p. 7.

[2] Lage drempels, hoge dijken (Eindrapport staatscommissie parlementair stelsel), bijlage bij Kamerstukken II 2018/19, 34430, 9, p. 246-247.

[3] E. van der Aa, ‘Hoge Raad na klacht Baudet: rechters gaan niet op stoel politiek zitten’, 2020, www.ad.nl.

[4] F. Bosch, ‘Past het Chinese model het Westen?’, 2020, www.wereldopeenkeerpunt.com.

Authors

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tand des tijds – een interview met PG Kroeger

Terwijl Hugo de Jonge zich terugtrok als partijleider en Wopke Hoekstra deze taak op zich nam, lag twintig jaar partijgeschiedenis klaar bij de drukker. In deze politiek-bewogen tijd verscheen Tand des tijds, een boek over het CDA tussen 1998 en 2020. We spraken de auteur,  Pieter Gerrit (PG) Kroeger over dit stukje geschiedenis van binnenuit, geschreven door een insider. Kroeger is soms kritisch, maar er klinkt vooral een christendemocraat met liefde voor zijn partij. Het levert een prachtig, dik boek op waarin te lezen valt over reuzen op wiens schouders nu staan: Wim van de Camp, Marja van Bijsterveldt en Jan Peter Balkenende. Maar ook spreekt Kroeger over politici die nu ook vol in de schijnwerpers staan of dat onlangs hebben gedaan zoals Pieter Omtzigt, Wopke Hoekstra en niet te vergeten Sybrand Buma. We voerden een mooi gesprek over de afgelopen jaren, het punt waar we nu staan én over de toekomst.    

Wat was de aanleiding van dit mooie boek? Dat zijn volgens PG twee dingen: ten eerste was er behoefte aan een vervolg op zijn eerdere boek, ‘De rogge staat er dun bij’ Dat komt doordat dit uniek is: duiding van de geschiedenis van een partij van binnenuit, geschreven vanuit sympathie. Er is behoefte aan een totaalbeeld van het CDA van de afgelopen twee decennia. Daarnaast is er ook behoefte aan duiding van het ‘wat is hier aan de hand?’ na Paars, evenals dat geldt voor de tijd van Balkenende. Zoals PG het zegt: ‘het duiden van hoe het altijd anders gaat dan iedereen denkt’. Dat heeft ons iets te zeggen over de situatie waarin het CDA nu staat. Op het eerste gezicht is het niet ideaal dat er een lijsttrekkerswissel is, enkele maanden voor de verkiezingen. Maar ook dat biedt kansen vertelt onze geschiedenis ons: tegenslag kan vooruitgang betekenen.

Pieter Gerrit Kroeger is auteur van ‘Tand des tijds’ (2020). Eerder schreef hij  ‘De rogge staat er dun bij’(1998). Samen met Jaap Jansen maakt hij de podcast ‘Betrouwbare Bronnen’.  

PG was in de jaren ‘70 medewerker bij de Tweede Kamerfractie van het CDA. Later werd hij persoonlijk assistent van ministers en werkte hij voor de voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors. 
 
Hij schreef mee aan verschillende rapporten en regeerakkoorden en kent de politieke arena van binnenuit, maar wel op de achtergrond.

Dat heeft ons iets te zeggen over de situatie waarin het CDA nu staat. Op het eerste gezicht is het niet ideaal dat er een lijsttrekkerswissel is, enkele maanden voor de verkiezingen. Maar ook dat biedt kansen vertelt onze geschiedenis ons: tegenslag kan vooruitgang betekenen. 

Kroeger waakte ervoor dat zijn boek geen opstapeling werd van ‘en toen… en toen…’. Hij ziet dat er steeds punten zijn waarop ingezien wordt dat het een sleutelmoment betreft. Een voorbeeld daarvan is de keuze van Balkenende om niet naar Brussel te gaan. Een aantal personen hebben een prominente rol in het boek, en ook in het CDA. Kroeger noemt namen zoals Pieter Omtzigt en Camiel Eurlings. Het zijn toevalligheden die het verhaal scheppen.

Over het proces van het schrijven van ‘Tand des tijds’ zegt Kroeger: “Het is een kwestie van perioden afbakenen en personen volgen.” Zo zijn er vele personen die van grote betekenis zijn en een stempel drukken op de partij. “Pieter Omtzigt is dat altijd op de inhoud.”

Alleen met fatsoenlijke politiek kunnen we kiezers winnen.

PG is stellig op de koers van het CDA. Hij maakt in ‘Tand des tijds’ korte metten met de ‘Donner-doctrine’, die inhoudt dat het CDA kiezers verliest aan extreem-rechtse partijen en ze daar ook weer vandaan te halen heeft. Kroeger ziet alle uitwassen van extreem-rechts als bij voorbaat kansloze probeersels: “LPF had, terugkijkend, geen potentie. Hero Brinkman, Rita Verdonk, Jan Roos… en nu ook Thierry Baudet en Joost Eerdmans. Het stort steeds in, dat zegt iets over zichzelf.” Over de keuzes van het CDA is hij dan ook duidelijk: “We halen geen kiezers bij de puinhopen van Baudet.”Alleen met fatsoenlijke politiek kunnen we kiezers winnen.”

Er zijn altijd lessen te trekken uit de geschiedenis. Daarom is ‘Tand des tijds’ ook ontzettend relevant voor (jonge) CDA’ers en CDJA’ers. In de afgelopen tijd zijn er vele momenten geweest die lessen vormen voor nu. Daarnaast waren de jongeren van nu destijds niet bewust van de zaken die in de afgelopen decennia van belang waren.

Wees niet te beroerd om als jong iemand je vinger op te steken, ook als je een keer mis zit is dat niet zo erg.

Camiel Eurlings, Maxime Verhagen, Marja van Bijsterveldt en Pieter Omtzigt hadden een sleutelrol in het CDA van de afgelopen jaren en een hoofdrol in ‘Tand des tijds’. Ze waren er al jong bij, zij waren ook ooit de jongste of een van de jongsten. Daarvan mogen de jonge christendemocraten van nu leren volgens Kroeger: “Wees niet te beroerd om als jong iemand je vinger op te steken, ook als je een keer mis zit is dat niet zo erg.” Kroeger benadrukt het belang van de tijd nemen. Het hoeft niet mee te zitten allemaal, wees vasthoudend. Pieter Omtzigt zit al jaren in de Kamer en dat is van waarde. “Als je na een periode als Kamerlid niet gevraagd wordt voor Staatssecretaris, moet je niet meteen weglopen.” Degenen die komen voor een snelle carrière, hebben niet de juiste prioriteit. Een oprecht, fatsoenlijk politicus die komt om het goede te doen voor het land, daarmee scoor je bij het CDA. 

COPYRIGHT DIRK HOL

Een derde les voor jongeren, en ook voor andere CDA’ers, die Kroeger trekt betreft de verhouding met Europa. Op diverse relevante manieren komt dit terug in het boek. De samenwerking met de CDU, de rol van Eurlings in het Europees Parlement en de band van Balkenende met Merkel. ‘Wees eensgezind, daarin ligt de toekomst voor Nederland en voor Europa’. Nederland kan niet zonder Europa volgens Kroeger. Na de val van Balkenende is de band binnen de christendemocratie meer naar de achtergrond gegaan. De lijn met bijvoorbeeld de Duitse CDU moet bewaard blijven. We moeten als Europese christendemocraten van elkaar leren. “Dat betekent niet dat we elkaars verkiezingsprogramma moeten overnemen, maar wel dat we moeten samenwerken en moeten luisteren naar elkaar.” Het is relevant voor ons wat het wetenschappelijk instituut van de Duitse christendemocraten zegt en vice versa. De banden van de christendemocratische partijfamilie blijven. Kroeger noemt een voorbeeld: “Orbán, Merkel en Tusk zijn andere mensen met andere ideeën, maar ze hebben een overeenkomst: ze komen alle drie als christenen uit landen waarin het communisme bepalend was. Daarom zullen ze in de menselijke sfeer altijd gesprekspartners blijven.”

Met Kroeger spraken we over het verleden van onze partij, trokken we lijntjes naar het heden, maar keken we ook vooruit. Schrijft Kroeger over twintig jaar weer een boek? En wie spelen daarin sleutelrollen? Hij ziet er naar uit. “Over twintig jaar hoop ik nog jong en fris genoeg te zijn om deel drie te schrijven!” En daarin ziet hij rollen voor ‘Rutte, uiteraard’, maar ook voor minister van Defensie Ank Bijleveld, ‘die is nog lang niet klaar’, en Tweede Kamer-kandidaat Harmen Krul: ‘Een jongen waar veel potentie in zit. Als hij de juiste kansen krijgt, gaan we zeker van hem horen de komende jaren.’ Maar ook van EU-delegatieleider Esther de Lange verwacht Kroeger nog veel: ‘Zij is hard onderweg naar de Europese top. Fantastisch.’

De belangrijkste les blijft: verantwoordelijkheid nemen, doorzetten en niet opgeven. “Ook Ruth Peetoom kon het in haar eentje niet doen, maar ze bleef wel.”
‘Tand des tijds’ is een aanrader voor iedereen die meer wil weten over het CDA van de afgelopen decennia, over de verbanden binnen Europa en over de rol van sleutelfiguren zoals Wim van de Camp, Jan Peter Balkenende, Camiel Eurlings en Pieter Omtzigt. Als CDJA’er is het goed om dit te weten, zodat we weten tot welke stroom voorgangers we ons voegen. Het is goed te weten op de schouders van welke reuzen wij staan. 

Ook nieuwsgierig geworden naar dit prachtige boek? Goed nieuws! Deel dit artikel op Facebook of Instagram en maak kans op een gesigneerd exemplaar van ‘Tand des tijds’. Ben je niet de gelukkige winnaar van de hoofdprijs? Dan niet getreurd, er wordt ook een exemplaar van ‘De zeven levens van Kuyper’ (Johan Snel) en ‘Het handboek christendemocratie in de praktijk’ (WI) weggegeven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Even voorstellen

Stefan Ruiter

DEN HAAG – Stefan Ruiter is lid van het Dagelijks Bestuur Onnink IV van het CDJA dat bestaat uit Lennaert Rolloos, Veerle Bens, Stefan Ruiter, Hielke Onnink (voorzitter), Noah Brok, Jeltje Straatman en Niels Honkoop. COPYRIGHT DIRK HOL

Mijn naam is Stefan Ruiter, ik ben 22 jaar oud en sinds zaterdag 21 november 2020 ben ik Secretaris van het CDJA. Ik ben geboren en getogen in Flevoland en momenteel woonachtig in de allermooiste studentstad van Nederland, namelijk Leiden. In die stad studeer ik Politicologie, ben ik lid van een studentenroeivereniging en heb ik meerdere rollen mogen vervullen in het bestuur van de lokale afdeling van het CDJA.

Tijdens mijn middelbare schooltijd in Dronten ontstond mijn politieke interesse en ben ik lid geworden van het CDJA en het CDA. Rond de Europese Parlementsverkiezingen in het voorjaar van 2014 moest ik voor het vak Nederlands een betogende voordracht houden. Ik koos er voor om bij die betogende voordracht de stelling te verdedigen dat Nederland veel baat heeft bij het lidmaatschap van de Europese Unie, iets waar ik tot op de dag van vandaag nog steeds vierkant achter sta. Om hiervoor meer informatie in te winnen ging ik, samen met mijn vader, naar een Politiek Café in Dronten waar kandidaten voor het Europees Parlement van verschillende partijen met elkaar in debat zouden gaan. Onder die kandidaten was slechts één jongere, die niet toevalligerwijs een kandidaat van het CDA bleek te zijn. Ook was die avond in de zaal een jong Drontens CDA-raadslid aanwezig. Ik weet nog dat ik het destijds heel gaaf vond dat deze jonge mensen al hun politieke stempel wisten te drukken. Na afloop raakte ik op de borrel met ze in gesprek en bleken ze beiden ook actief te zijn bij de jongerenafdeling van het CDA. Onder meer hun enthousiaste verhalen vormden voor mij de motivatie om mij een tijdje later ook aan te melden als lid van het CD(J)A.

Wat mij betreft is de grootste kracht van de christendemocratie dat we vanuit het midden op een constructieve manier reële oplossingen proberen te vinden voor de grote maatschappelijke vraagstukken. Juist die middenpositie is zo mooi, een middenpositie tussen links en rechts en tussen het individu en de staat. Die middenpositie heeft namelijk als consequentie dat we tegen de polarisering ingaan en we vertrouwen hebben in de kracht van de samenleving. Daarnaast houdt de christendemocratie ieder mens in zijn waarde en willen we dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Ideeën waarbij ik mij heel erg thuis voel en die mij veel motivatie geven om mij in te zetten binnen het CDJA.   

Veerle Bens

DEN HAAG – Veerle Bens is lid van het Dagelijks Bestuur Onnink IV van het CDJA dat bestaat uit Lennaert Rolloos, Veerle Bens, Stefan Ruiter, Hielke Onnink (voorzitter), Noah Brok, Jeltje Straatman en Niels Honkoop. COPYRIGHT DIRK HOL

Hoi allemaal! Sinds het najaarscongres ben ik verkozen als bestuurslid Ledenwerving en Activiteiten. Daarom zal ik me even voorstellen. Ik ben Veerle Bens, 24 jaar en woon in het mooie ’s-Hertogenbosch. Naast het CDJA ben ik werkzaam als medewerker lokale belastingen en ben ik bijna klaar met mijn studie Bestuurskunde. Ik ben een bezig bijtje, zoals jullie kunnen zien. In de tijd dat ik nu lid ben van het CDA/CDJA, heb ik een aantal functies gehad/dingen gedaan, zoals HRM-secretaris CDA Brabant, penningmeester CDJA Brabant en actief lid binnen CDJA Altena i.o. Hierdoor heb ik gemerkt dat ik graag met mensen in contact ben. Ik wil je graag laten zien wat er allemaal mogelijk is binnen onze vereniging en wat voor mooie vereniging wij zijn. Daarom leek mij de functie bestuurslid Ledenwerving en Activiteiten goed passen binnen deze visie. Als je dus iets wilt weten of vragen hebt, kun je me altijd mailen, appen of bellen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Stagiair bij Pieter Omtzigt: een interview Mante Kaaks

Binnen het CDA is er ook voor leden van het CDJA ruimte om zich – zelfs in coronatijd – op politiek gebied te ontwikkelen. Mante Kaaks studeert rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden en is sinds september 2020 stagiair van Pieter Omtzigt. Te midden van een bewogen politiek jaar met onder meer lijsttrekkersverkiezingen die een wel heel bijzondere apotheose kende, kreeg Mante een uniek inkijkje in de politieke arena. Kortom, de uitgelezen mogelijkheid voor een interview.

Je kwam binnen in een roerige tijd met veel aandacht voor je politieke baas. Onder meer de toeslagenaffaire en een lijsttrekkersverkiezing waren onderwerpen waar Pieter Omtzigt veel mee te maken had. Wat heb je gemerkt van deze politieke onrust?

“De lijsttrekkersverkiezing was al voorbij toen ik begon aan mijn stage, dus daar heb ik niet zoveel van gemerkt. Mijn sollicitatiegesprek had ik echter toevallig op dezelfde dag dat Pieter zijn kandidatuur bekend maakte. Dat maakte de verkiezing voor mij natuurlijk extra spannend: ik had maar wat graag de stagiair van de lijsttrekker willen zijn! De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik toen ook pas lid ben geworden van het CD(J)A, in de hoop mijn stem nog op Pieter uit te kunnen brengen. Mijn aanmelding werd tot mijn teleurstelling niet snel genoeg verwerkt om te mogen stemmen… Ik was overigens al langer van plan om lid te worden van het CDA, dus ik heb zeker geen spijt van mijn aanmelding. Ik heb wel het één en ander meegekregen van de toeslagenaffaire, met name rond de verhoren die de enquêtecommissie af nam. De toeslagenaffaire is echter een dermate ingewikkeld, langlopend dossier dat ik als stagiair daar niet heel inhoudelijk bij betrokken ben geweest. Mijn werk hierin bestond uit het maken van analyses over beeldvorming in de media van de rol die Pieter als Kamerlid heeft gespeeld in het ontmaskeren van deze affaire.”

Ondanks het terugtreden van Hugo de Jonge werd Pieter Omtzigt geen partijleider. Was dat  een teleurstelling?

“Het kwam voor mij net als voor iedereen als een grote verassing dat Hugo aftrad als partijleider. Ik hoopte natuurlijk dat Pieter die rol zou overnemen. Hij was immers tweede geworden in de verkiezingen. Echter, het verbaasde me niet dat er na overleg tussen Pieter, Wopke en partijvoorzitter Rutger Ploum al redelijk snel voor Wopke gekozen werd. Pieter wil volgens mij het liefste in de Tweede Kamer blijven, terwijl Wopke uitdrukkelijk een premierskandidaat is. De keuze voor Wopke lag dus voor de hand. Persoonlijk had ik het erg gaaf gevonden als Pieter het geworden was, dat zal ik niet ontkennen.”

Met welke onderwerpen/projecten heb je je voornamelijk beziggehouden? Wat was jouw bijdrage aan het werk?

“De grote thema’s waar ik aan heb bijgedragen zijn het verkiezingsprogramma, en het werk van Pieter als rapporteur voor de Raad van Europa (hierna: RvE) over de rechtsstaat in Polen en Malta. Voor het verkiezingsprogramma moest ik met name inzendingen van belangenverenigingen, vaak vele pagina’s dik, doorspitten en de rode draad eruit halen. Belangenverenigingen schrijven vaak ellenlange verhalen, waar uiteindelijk maar een paar concrete punten in gemaakt worden. Daarnaast mocht ik meekijken en -denken over het conceptverkiezingsprogramma. Ook heb ik inhoudelijke notities geschreven over specifieke punten in het programma. Voor Pieters werk voor de RvE heb ik een hoop rapporten doorgespit en samengevat, meetings voorbereid met mensenrechtenorganisaties, ambassadeurs en andere functionarissen, en vervolgens die meetings ook online bijgewoond. Naast deze grote projecten heb ik natuurlijk ook klusjes gedaan zoals het beantwoorden van e-mails van bezorgde burgers.”

Hoe vond je het om de stage in coronatijd te doen? Welke belemmeringen ondervond je?

“In september mocht iedereen nog een paar dagen in de week op kantoor zitten, dat was geweldig. Ik zat met de andere stagiairs in één kantoor, wel op anderhalve meter afstand natuurlijk. Het was ontzettend leuk om de sfeer te proeven, om bekende politici te treffen in de rij voor de koffie (ik heb Theo Hiddema er nog fijntjes op gewezen dat ik toch echt eerder aan de beurt was), en om na afloop van het werk na te praten op een terrasje aan het Plein. Af en toe maakte ik best spannende dingen mee. Zo waren er stevige demonstraties vlak buiten ons kantoor, en is er iemand vlak onder ons raam door de marechaussee gearresteerd. Ook moest het hele gebouw een keer ontruimd worden vanwege een verdacht pakketje, waardoor we met zijn allen een halfuur in het atrium moesten wachten. In oktober werden de maatregelen echter aangescherpt, en moest iedereen vanuit huis werken. Inhoudelijk heeft dat mijn stage niet zoveel veranderd, maar de ervaring van het werken in de Tweede Kamer is natuurlijk weg. Ik ben in elk geval blij met die ene maand van fysieke aanwezigheid, waardoor ik de andere stagiairs goed heb leren kennen.”

Is je juridische achtergrond behulpzaam geweest bij je werk?

“Absoluut, maar dat komt ook omdat ik op de dossiers ben gezet die juridisch interessant zijn, zoals de rechtsstaat in Polen. Bij andere projecten zocht ik het juridische zelf op, zo concentreerde ik me bij het verkiezingsprogramma vooral op de rechtsstatelijke onderwerpen, en hield ik mij minder bezig met de economische hoofdstukken. Meestal was mijn werk echter niet heel juridisch: een groot deel van mijn werk kwam uiteindelijk neer op het verzamelen van relevante informatie, meestal in de vorm van omvangrijke rapporten, om daarvan de belangrijke punten overzichtelijk in een notitie te zetten. Daar hoef je geen jurist voor te zijn, maar de lees- en schrijfvaardigheden die ik tijdens mijn studie ontwikkeld heb kwamen hier wel ontzettend goed van pas.”

COPYRIGHT DIRK HOL

Waar werd je enthousiast van tijdens je stage? Wat was je grootste ‘succes’?

“Mijn grootste succes was dat ik in een notitie uitgebreide kritiek had geleverd op een bepaalde passage in het verkiezingsprogramma, waarna ik de opdracht kreeg om zelf met een voorstel te komen voor een betere formulering van die passage. Ik mocht dus eigenhandig een stukje verkiezingsprogramma schrijven! Natuurlijk werd dat stukje in de daaropvolgende vergaderingen drie keer door de gehaktmolen gehaald, en in de finale versie is nog maar een schim overgebleven van de passage die ik heb geschreven. Desondanks heb ik een inhoudelijke bijdrage aan het verkiezingsprogramma kunnen leveren, en daar ben ik erg tevreden mee!”

Wat vond je minder leuk aan het werk?

“Over het algemeen waren de opdrachten erg interessant, maar het spreekt voor zich dat er ook minder leuke klusjes tussen zaten. Mijn minst leuke klus was het vergelijken van de video-opname van het verhoor van Rutte voor de ondervragingscommissie over de kinderopvangtoeslag met het schriftelijke verslag van dat verhoor, om te kijken of er verschillen in zaten. Uren werk, met minimaal resultaat, want de griffier van de commissie had goed werk gedaan.”

Welke competenties heb je nodig als politiek stagiair?

“Affiniteit met politiek is natuurlijk voorwaarde één voor een politieke stagiair. Daarnaast zijn goede onderzoekvaardigheden en taalvaardigheid de belangrijkste competenties. Je hoeft geen studie-specifieke competenties te hebben, maar de meeste stagiairs hebben een alfa-achtergrond. Op zich is dat begrijpelijk, omdat politiek een erg ‘talige’ omgeving is, waar bèta-studenten zich minder snel thuis voelen. Toch denk ik dat er bèta-studenten zijn die wel geïnteresseerd zijn in politiek, maar niet doorhebben dat een stageplek ook voor hen een optie is. Overigens geldt voor de gehele politiek dat er te weinig bèta’s rondlopen.”

Wat zou je mee willen geven aan CDJA’ers die geïnteresseerd zijn in een politieke stage?

“De drempel om een stage in de Tweede Kamer te lopen is lager dan veel studenten denken. Tweede Kamerleden moeten zelf voor stagiairs zorgen, en komen dan vaak via vrienden en kennissen aan stagiairs. Studenten die geen link met een politicus hebben weten vaak niet eens dat stagelopen bij een Tweede Kamerlid een optie is. Ook al heb je geen persoonlijke link met een Tweede Kamerlid, als je solliciteert per e-mail bij een Kamerlid die je interessant vindt, of een algemene sollicitatie naar de fractie stuurt, is de kans groter dan je denkt dat het gewoon lukt.”

Authors

One thought on “Stagiair bij Pieter Omtzigt: een interview Mante Kaaks

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Politieke update

Niels Honkoop, bestuurslid Politiek & Internationaal, houd je op de hoogte van het politiek reilen en zeilen van het CD(J)A.

Congres en verkiezingsprogramma

Afgelopen periode hebben wij hard gewerkt om het CDJA-geluid zo goed mogelijk naar voren te laten komen in het CDA-verkiezingsprogramma. Allereerst hebben wij met ons eigen programma Geloof in Nederland afgelopen voorjaar de sprong naar voren gemaakt, en kort en bondig verwoord wat volgens ons niet kán ontbreken aan het programma. Veel punten zijn door de programmacommissie overgenomen, zoals perspectief voor jonge boeren, kernenergie, meer vast en minder flexwerk. Desalniettemin hebben wij vervolgens zelf nog vijf amendementen op het programma ingediend en nog veel meer amendementen uit afdelingen en netwerken ondersteund, waarvan de meesten het ook hebben gehaald. Een aantal licht ik graag nader toe:

NAVO-norm wettelijk vastleggen

Vanuit onze werkgroep BZD hebben we gewerkt aan een amendement om de NAVO-norm wettelijk vast te leggen, en de komende periode naar de 2% uitgaven toe te werken. Er is genoeg te doen bij defensie. Wil Nederland een geloofwaardige samenwerkingspartner zijn in een steeds onrustiger wordende wereld, dan moet onze defensie op peil blijven. We zijn verheugd te melden dat door een intensieve samenwerking met het Europa Netwerk en de Dertigers dit amendement is overgenomen.

COPYRIGHT DIRK HOL

-Basisbeurs voor de masterfase en compensatie voor de leenstelselgeneratie

Dankzij het CDJA is het programma op het punt van de basisbeurs flink aangepast. Waar eerst een basisbeurs voor alleen de Bachelorfase was opgenomen, is deze nu ook geldend voor de Masterfase én blijft de ov-studentenkaart behouden. Hierdoor is het voor iedereen mogelijk om een volledige studie af te ronden zonder zichzelf in de schulden te hoeven steken. Ook zal de generatie die is getroffen door het leenstelsel zal worden gecompenseerd. 

DEN HAAG — De jongerenpartijen gelieerd aan PvdA, CDA, D66, DENK, PvdD, GroenLinks, ChristenUnie en SP hebben op het Plein voor de Tweede Kamer hun handtekening gezet onder een gezamenlijk statement. Ze roepen hun moederpartijen op om schuldenvrij afstuderen mogelijk te maken. Het gezamenlijk statement is op initiatief van de #NietMijnSchuld campagne van jongerenvakbond Young & United en de studentenbond LSVb die al een jaar samen actie voeren tegen het leenstelsel en het zonder schulden kunnen studeren zien als een zekere toekomst voor de jongeren. Foto: Young & United (Bas van Weegberg) en LSVb dragen het statement na de actie naar de auto. COPYRIGHT DIRK HOL

-Overig

Verder hebben we in samenwerking met afdelingen en netwerken steun verleend aan het toegankelijker maken van de woningmarkt voor starters door studieschulden minder te laten meewegen bij het afsluiten van een hypotheek, zal worden geïnvesteerd in technieken die de luchtvaart zullen verduurzamen, wordt structureel 400 miljoen extra geïnvesteerd in de strijd tegen ondermijning en wordt in navolging van Geloof in Nederland een Nationaal Compliment uitgewerkt, waarbij iedereen die slaagt voor zijn middelbare schooldiploma of inburgering een Nederlandse vlag en grondwet cadeau krijgt. Helaas hebben de amendementen over gelijk minimumloon voor jongeren en het afbouwen van fiscale maatregelen op koopwoningen geen meerderheid behaald.

ROTTERDAM – Veel jongeren zijn flexwerkers en werken als bezorger. Het amendement over gelijk minimumloon voor jongeren heeft het niet gehaald, maar ook in coronatijd gaat het werk gewoon door, COPYRIGHT DIRK HOL.

Actie daklozen

In samenwerking met de jongerenorganisaties de JS, de JD, ROOD, Pink, Dwars, Perspectief, de SGPJ en Oppositie nemen wij deel aan de actie Ieder een dak boven zijn hoofd. Het is niet uit te leggen dat in een rijk land als Nederland we er niet in slagen om iedereen een dak boven zijn hoofd te bieden. Dakloosheid drukt mensen vaak verder in de problemen dan ze al zitten en is daarom enorm schadelijk voor mens en maatschappij. Bovendien is dakloosheid vaak onnodig en goed te voorkomen. Daarom nemen wij deel aan een petitie die zal worden aangeboden aan alles lijsttrekkers van de Tweede Kamerverkiezingen in maart. Tekenen jullie hem ook?

https://actie.degoedezaak.org/petitions/ieder-een-dak-boven-het-hoofd

Oproep

De komende periode wordt voor ons als christendemocraten belangrijk. We gaan een lastige tijd tegemoet, waarin we de coronacrisis zullen moeten bezweren en daarna het land weer op de rails moeten helpen. De komende decennia zal de financiële prijs van deze crisis moeten worden afbetaald. Daarbij zullen keuzes gemaakt moeten worden die bepalend zullen zijn voor de verdere ontwikkeling van Nederland. De uitdagingen zijn groot, en daarmee ook de onzekerheid. Wat komt er terecht van starters die een achterstand hebben op de woningmarkt en in hun pensioenopbouw? Hoe gaan we in de toekomst om met de landbouw, en de talloze familiebedrijven die in deze sector werkzaam zijn? Hoe gaan we de energietransitie en de klimaatopgave te lijf, doen we dat directief of in partnerschap? Wat is onze positie in de wereld, in Europa, tussen opkomende grootmachten? Op deze vragen is een christendemocratisch jongerengeluid onmisbaar. Wil je een inhoudelijke bijdrage leveren aan onze vereniging? Neem gerust contact met mij op, of meld je aan voor een van de digitale werkgroepen: https://www.facebook.com/CDJAonline/events/?ref=page_internal

Authors

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Campagne in coronatijd: een interview met Jeroen Pijnenburg

In maart 2021 worden er weer Tweede Kamerverkiezingen gehouden. Voor veel van onze actieve CD(J)A’ers betekent dat campagne voeren. Maar, het traditionele campagne voeren wordt met het CDA groen volop aanwezig in de winkelstraten of aan de deur: dat zit er met alle coronamaatregelen voorlopig niet in. Toch is het voeren van een succesvolle campagne in coronatijd wel degelijk mogelijk. Dat bewees de lokale CDA-fractie van de gemeente Vught. Ondanks de beperkte mogelijkheden wist de lokale afdeling onder leiding van campagneleider Jeroen Pijnenburg zijn zetelaantal tijdens de herindelingsverkiezingen van 18 november 2020 te verdrievoudigen. Het CDA Vught ging van één naar drie zetels. Een interview met Jeroen Pijnenburg over de campagne in coronatijd.       

Pijnenburg vertelt: “In het College van B&W van Vught was een houding ontstaan waarin maar weinig ruimte was voor burgerparticipatie. In plaats van inwoners vooraf te informeren over de voorgenomen plannen, werden burgers vaak pas na het besluitvormingsproces geïnformeerd over de genomen besluiten. Veel Vughtenaren voelden zich daardoor onvoldoende gehoord. In de campagne hebben we daar op ingespeeld.”

Yvonne Vos, ook tijdens de vorige periode reeds CDA-raadslid, was sowieso al gericht op het contact met de lokale burger, maar in aanloop naar de verkiezingen werd dit verder geïntensiveerd. Als oppositiepartij werd het CDA daarbij volop geconfronteerd met de problemen die onder het vorige College waren ontstaan. Pijnenburg vervolgt: “In Vught waren een aantal grote problemen ontstaan: het College had besloten geen sociale huurwoningen en koopwoningen voor het middensegment meer te bouwen. Voor veel Vughtenaren werd wonen in Vught daardoor onbetaalbaar. Zij dreigden de gemeente uitgedreven te worden. Burgers voelden zich met andere woorden vaak niet gehoord. Ook de gemeenteraad werd als gevolg van gebrek aan transparantie vaak onvoldoende geïnformeerd.”

VUGHT – Jeroen Pijnenburg, CDA’er en CDJA’er in Vught. COPYRIGHT DIRK HOL

De coronamaatregelen maakte het ook in Vught uiteraard lastiger om in direct contact te komen met burgers. Canvassen of langs de deuren gaan dat zat er natuurlijk niet in. Toch heeft het CDA daar in Vught relatief weinig last van gehad.  “Tijdens de voorgaande gemeenteraadsverkiezingen focusten we vooral op het traditionele CDA-verhaal: het belang van tradities én normen en waarden. Dit keer hadden we er voor gekozen ons verhaal meer af te stemmen op de problemen die in de verschillende wijken van Vught spelen. Via sociale media konden we veel mensen gericht bereiken: problematiek waar men in de arbeiderswijken van Vught mee kampte stipten we anders aan dan de problemen van de gegoedere buurten van Vught. Op deze manier kwamen we vaak digitaal in contact met burgers. Gesprekken vonden nu vaak via de socials, e-mail of telefonisch plaats. Maar een enkele keer konden we fysiek afspreken met burgers. Doordat we mensen gericht konden bereiken konden we toch actief het gesprek aan gaan en concrete oplossingen bieden die aansloten bij ons verkiezingsprogramma voor de problemen van de Vugthenaren.”

VUGHT – Jeroen Pijnenburg, CDA’er en CDJA’er in Vught. COPYRIGHT DIRK HOL

De nieuwe fusiegemeente Vught is ook vanuit het landelijke perspectief interessant. Het oude Vught kent ‘stadse problematiek’ terwijl in bijvoorbeeld de nieuwe gemeentekern Helvoirt een agrarische cultuur heerst. De lokale CDA-afdeling wist daarbij met in de kern hetzelfde verkiezingsprogramma zowel stad als platteland aan te spreken. “We hadden dit jaar gekozen voor een programma dat breder van opzet is en meer thema’s belichtte. We kozen er daarbij voor om ons in het verkiezingsprogramma meer in algemene bewoordingen uit te laten. Dat bood ons de mogelijkheid om ons verhaal meer af te stemmen op de verschillende deelgemeenten.” Wat dat betreft kan de gemeente Vught wellicht ook als een voorbeeld voor de landelijke verkiezingen gelden. Ook tijdens de aankomende Tweede Kamerverkiezingen is het immers de uitdaging zowel stad als platteland aan te spreken. Campagne voeren in coronatijd: het is nog geen sinecure. Toch lijken er nog voldoende mogelijkheden om kiezers aan te spreken. Met een goed verhaal dat beter is afgestemd op je publiek lijk je een heel eind te komen. “Als we in de politiek transpanter worden en meer de dialoog aangaan met de gemiddelde Nederlanderkunnen we rekenen op een betere burgerparticipatie en wordt het voor het CDA ook eenvoudiger om concrete oplossingen te bieden voor burgers. Wat dat betreft zou het wellicht ook goed zijn als we de regiokandidaten meer ruimte bieden.”   

Authors

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Abraham Kuyper: de kunstzinnige ideoloog voor wie gewetensvrijheid heilig was


Wanneer je het partijbureau van het CDA binnenkomt tref je direct links de Kuyperkamer aan, waar nog altijd het imposante bureau van Abraham Kuyper, de oprichter van de Anti-Revolutionaire Partij, staat. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat deze staatsman, journalist, dominee en hoogleraar overleed (1837-1920). Wie was ‘Abraham de Geweldige’ en was hij inderdaad zo geweldig zoals zijn bijnaam zegt?

In de vlot geschreven biografie De zeven levens van Abraham Kuyper, portret van een ongrijpbaar staatsman geeft journalist Johan Snel in 400 pagina’s een weergave van Kuypers leven aan de hand van zeven ‘rollen’ die Kuyper vervuld heeft: alpinist, reiziger, spreker, wetenschapper, activist, journalist en staatsman. Deze indeling in ‘zeven rollen’ heeft Kuyper op vierenzeventigjarige leeftijd zelf opgetekend in een kleine autobiografie, een kladje van vier pagina’s, dat te vinden is in de kelders van het Kuyperarchief in de door hem opgerichte Vrije Universiteit.

Kuypers beginselen: vrijheid van geweten

Centraal in het leven van Kuyper stonden de zogenaamde ‘calvinistische beginselen’ of ‘principes’. Deze calvinistische beginselen doortrokken zijn denken en zijn handelen. Kuyper wilde de leer van de reformator Calvijn (1509-1564) hertalen naar zijn eigen tijd en op alle aspecten van het leven uitwerken tot een alomvattende maatschappijvisie. ‘Het is een voor dit tijdvak kenmerkend ideologisch construct’ (p. 41). In een reeks van lezingen die hij gaf in de Verenigde Staten, de zogenaamde Stone-lezingen, vatte Kuyper het calvinisme samen in een zes beginselen waaronder vrijheid van godsdienst, onderwijs en geweten.

Kuyper stelde deze beginselen tegenover de beginselen van liberalen en socialisten. Tegelijkertijd verdedigde Kuyper de vrijheid van zijn tegenstanders wat hem een pluralist maakt. Snel benadrukt dat Kuyper hiermee vooropliep en getypeerd kan worden als ‘radicale democraat’. In de epiloog voert Snel de Nederlandse historicus Johan Huizinga op die Kuyper zelfs ‘liberaler dan liberalen’ noemt (p. 332). Achter Kuypers pleidooi voor vrijheid zit de gedachte dat in een samenleving die noodzakelijkerwijs pluriform is, vrijheid voor verschillende groepen het hoogst haalbare is.

De centrale stelling van het boek is dat Kuyper aan de basis staat van een aantal democratische verworvenheden. Het was Kuypers missie om gewone mensen dezelfde burger- en vrijheidsrechten toe te laten komen als aristocraten en welbedeelden. Voor Kuyper kwamen deze rechten rechtstreeks voort uit zijn calvinistische beginselen. In 1873 schrijft Kuyper een klein boekje over de ideologie van het calvinisme waarin hij zelfs de stelling aangaat dat ‘de apostel Paulus de apostel van de democratie’ is.

De mate waarin Kuyper, haast als een bezetene, zijn eigen denken uitdroeg laat zien hoe serieus hij zijn eigen ideologie nam. Kuyper presenteerde het calvinisme als een blauwdruk van waaruit hij de werkelijkheid bekeek. Christendemocraten zouden mijns inziens echter terughoudend moeten zijn om deze ideologische opstelling over te nemen. Door het denken van één man, Calvijn, als uitgangspunt te nemen en vanuit zijn lezing van Calvijn de werkelijkheid te doordenken, kan het niet anders of er ontstaan blinde vlekken. De werkelijkheid kan niet gereduceerd worden tot een blauwdruk of tot bepaalde beginselen. Het is jammer dat deze kritiek niet naar voren komt in het boek.

Doordat Kuyper het begrip vrijheid centraal stelde in zijn ideologie, creëert hij wel ruimte voor andere opvattingen. Hij stelde dat geen mens onderworpen mocht zijn aan een ander mens en zeker niet aan de overheid. Voor Kuyper was de vrijheid van geweten daarom heilig. Elk mens heeft recht om zijn of haar geweten te volgen. Hiervoor is een democratie van vrije burgers dus noodzakelijk. Vrijheid werd zo een concreet programma dat uitgewerkt moest worden op allerlei terreinen in de maatschappij, vooral in de politiek. Met een grote ijver moest dit programma uitgevoerd worden.

DEN HAAG – Het voormalig woonhuis van Abraham Kuyper. Lange tijd was dit tevens het CDA-partijbureau in Den Haag, COPYRIGHT DIRK HOL.

De kleine luyden en het Volkspetitionnement

Een van de programmapunten was de vrijheid van onderwijs. In het onderwijs worden gewetens gevormd en Kuyper wilde het onderwijs beschermen tegen overheidsinmenging. Om dit te bewerkstelligen verenigde hij zijn achterban, de zogenaamde ‘kleine luyden’ – de gereformeerde kerkgangers. Bij dit ‘volk achter de stemmer’ lag Kuypers liefde. Hij had oog voor deze achtergestelde groep en wilde hen laten participeren in de democratie. In de tijd van Kuyper was dit een ongebruikelijk pleidooi. De liberalen hadden helemaal geen oog voor de rechten van arbeiders en minderbedeelden.

Kuyper verenigde de kleine luyden via het zogenaamde Volkspetitionnement. Dit was een handtekeningenactie tegen de Lager Onderwijswet van Kappeyne van de Coppello. In deze wet werden zulke hoge financiële eisen aan bijzondere scholen opgelegd, dat ouders dit onmogelijk konden dragen. Hiertegen diende Kuyper middels zijn handtekeningenactie met succes bezwaar aan. In juli 1878 werden in een week tijd ruim 300.000 handtekeningen verzameld en aangeboden aan de koning Willem III. Uit dit initiatief zou de oprichting van de Anti-Revolutionaire Partij voortvloeien.

Leerling van Groen

Het Volkspetitionnement vormde onderdeel van de zogenaamde schoolstrijd waarin de vraag naar bijzonder onderwijs centraal stond. Een belangrijke naam in deze schoolstrijd en in het leven van Kuyper is Groen van Prinsterer (1801-1876). Kuyper maakte van de antirevolutionaire beweging – in kleine kring op gang gebracht door Groen – een nationaal bekende beweging. Kuyper zag zichzelf als leerling en voortzetter van Groen en Groen zag Kuyper als zijn geestelijk erfgenaam. Kuyper was tot de dood van Groen zeer goed bevriend met Groen. Dat kwam bijvoorbeeld tot uitdrukking in een persoonlijke correspondentie van 1864-1876.

Kuyper, de journalist

Waar Groen zijn gedachten over staat, onderwijs en kerk voornamelijk in kleine kring middels voordrachten verspreidde, zette Kuyper ook andere, innovatieve middelen in. Ook hier komt de ideologische ijver van Kuyper weer naar voren. Snel benadrukt in deze biografie heel sterk de journalistieke kant van Kuyper. Hij gebruikte zijn krant en zijn weekblad om zijn calvinistische beginselen uit te dragen. Hij deed dit door zijn duizenden artikelen, essays, boeken, lezingen en driestarren. Driestarren waren zogenaamde columns in zijn eigen krant, De Standaard, waarin hij commentaar gaf op de actualiteit. Kuyper schreef zo’n 20.000 artikelen en 17.000 driestarren. Een Britse dichteres portretteerde hem eens met de volgende regels: ‘You see him stand as victor now, He wrestled once with Death, and yet, Unmoved by failure or regret, He conquered all, for God has set, The Stamps of genius on his brow, He rules a Nation with his pen’ (pp. 261-262).

Kuyper, de bergbeklimmer

Hoe hield Kuyper dit onmogelijk drukke leven vol? Allereerst door een strak dagritme, zo laat Snel zien. Door slapeloosheid begon Kuyper zijn werkdag niet al te vroeg, om negen uur. Tot één uur werkte hij aan artikelen voor zijn krant. Om één uur zat het schrijven erop, de middag werd besteed aan de universiteit, zijn ambt als Kamerlid of het ontvangen van gasten. Aan het eind van de middag, om half vijf stipt, maakte hij een wandeling en ‘s avonds las hij de krant. Door zijn dagelijkse wandelingen door weer en wind deed Kuyper inspiratie op voor zijn driestarren en andere artikelen. Zijn dagritme hield hij – vanuit een groot plichtsbesef – zijn hele leven vol.

Naast zijn strakke dagritme en zijn dagelijkse wandelingen maakte Kuyper veel ruimte vrij voor zijn twee grote hobby’s: bergbeklimmen en reizen. Snel begint zijn biografie met een heel hoofdstuk over Kuypers alpinisme. Snel is de eerste biograaf van Kuyper die het alpinisme bij Kuyper omschrijft en wijst op de betekenis die deze bergsport had voor Kuyper. Kuyper heeft talloze bergen beklommen en gold als een van de beste bergbeklimmers uit zijn tijd. Vijfendertig zomers bracht Kuyper in de Alpen door. Toch is het alpinisme van Kuyper niet alleen een hobby om te ontspannen; het vormt een wezenlijk onderdeel van zijn leven. Hier vormde Kuyper zijn gedachten en de bergen vormden zijn denken.

Ook heeft Kuyper onnoemelijk veel gereisd, een van zijn beroemdste reizen is ‘de tocht om de oude wereldzee’. Hij maakte deze reis nadat hij van 1901-1905 minister-president was geweest. De reis heeft hij opgetekend in twee dikke boeken. Kuyper was geïnteresseerd in de opkomst van de islam, en was benieuwd wat dat voor het christelijke Europa zou betekenen. Kuyper is altijd sterk internationaal georiënteerd geweest. Snel zegt zelfs dat Kuyper zijn calvinisme in Londen heeft ontdekt. Kuyper stelde dat het calvinisme van internationale betekenis was en zijn hele leven heeft hij zich ingezet om deze levensvisie overal uit te dragen.

DEN HAAG – Het woonhuis van Abraham Kuyper en voormalig CDA-partijbureau in Den Haag, COPYRIGHT DIRK HOL.

Kuyper, de kunstenaar

In deze missie om het calvinisme uit te dragen maakte Kuyper van buiten vaak een ferme en zekere indruk. Van binnen was Kuyper niet altijd zeker van zijn zaak. Zo vroeg hij zich in een brief aan zijn dochter af of hij al zijn bezigheden wel zou kunnen volhouden: ‘ik leef soms in angst hoe alles lopen moet’ (p. 268). Dit belette hem niet om steeds met een nieuwsgierige blik naar de wereld te kijken. Hij stapte op alles af en wilde weten hoe de wereld in elkaar stak. Wat Snel in deze biografie laat zien, is dat Kuyper eerst en vooral een kunstenaar is en zijn blik op de wereld wilde overbrengen via zijn schrift en daad. Zoals Kuyper zelf zou schrijven: ‘kunstenaar is een mens van geboorte, maar daarom juist moet het werk, dat hij voortbrengt, steeds een afgerond geheel, een juist getekend en onmiddellijk herkenbaar beeld vertonen. Dan kan zijn arbeid blijvend zijn en behoeft hij niet in de zee der onmetelijkheid te vervloeien, en sluit zich het werk van de enkele bij dat van alle anderen tot een schoon geordend geheel aan’ (p. 328).

Wat is de invloed van Kuyper?

Wat is de invloed van Kuyper, honderd jaar later? En hoe staat het met de ideologie van het calvinisme? De ARP is opgegaan in het CDA en de Standaard bestaat niet meer. De VU en de gereformeerde kerken bestaan echter nog steeds. Bovendien neemt in de VS en in Korea de belangstelling voor Kuyper toe. Ook Kuypers ideeën over vrijheid van geweten en vrijheid van onderwijs zijn nog steeds onderwerp van studie en verrassend actueel. Een van de belangrijkste bijdragen van Kuyper betreft zijn ideeën over de sociale kwestie van arbeiders in zijn tijd. Kuyper heeft talloze malen gewezen op de verschrikkelijke positie die de arbeiders hadden in zijn tijd en riep op tot overheidshandelen om een eind te maken aan sociaal onrecht. Hij stond aan de basis van het Christelijk-sociaal congres dat nog steeds elk jaar in Doorn samenkomt. Ook staat Kuyper mede aan de basis van de christendemocratie. Kuyper zei op 4 mei 1899 in de Tweede Kamer tegenover Troelstra: ‘ik ben altijd democraat geweest en als christendemocraat hoop ik te sterven’ (p. 332).

Warm pluralisme

Over de christendemocratie heeft Snel nog wel een harde noot te kraken. In ‘De Ongelooflijke Podcast’ op Radio1 zei hij: ‘ik hoop dat het CDA Kuyper herontdekt’. Op de vraag van journalist David Boogerd wat het CDA zou kunnen ontdekken bij Kuyper, zei hij: ‘ik hoop op een warm pluralisme. Tegenwoordig zie ik een soort koud pluralisme bij het CDA’. Hiermee bedoelt Snel dat het CDA te weinig op komt voor de rechten van bijvoorbeeld migranten. Snel wil in deze biografie het CDA oproepen om aandacht te blijven houden voor Kuypers pluralisme.

Over de biografie

Deze oproep komt direct voort uit de these die Snel opvoert in de biografie: Kuyper is de man van democratie en burgerrechten. Door dit steeds te benadrukken krijgt Kuyper wel erg veel lof toegezwaaid. Zeker het punt dat ‘calvinisme tot vrijheid en democratie’ leidt verdient nuance aangezien het dezelfde Kuyper was die stemrecht niet aan vrouwen wilde laten toekomen. Bovendien was het juist de ARP die in 1919 algemeen kiesrecht probeerde tegen te houden (p. 209). Dit had een eerlijke plek moeten krijgen tegen de achtergrond van Kuyper als verdediger van de democratie. Bovendien had ook de uitwerking van Kuypers calvinisme als ideologie die de hele werkelijkheid omspant kritiek moeten krijgen. Is dit werkelijk een christelijke gedachte of schuilt hier ook niet de oerzonde van de hoogmoed onder? Snel laat ook een aantal andere zaken uit Kuypers leven onderbelicht. Zo wordt er niet veel geschreven over zijn betekenis als predikant, zijn meditaties en zijn innerlijk leven. Kuypers betekenis als theoloog en zijn rol in de Doleantie komen nauwelijks naar voren. Hierdoor is deze biografie niet alomvattend genoeg om dè Kuyperbiografie genoemd te kunnen worden.

De aspecten van Kuyper die in deze biografie geaccentueerd worden kunnen wel de opmaat vormen tot een nieuwe, maatschappelijke discussie. De gewetensvrijheid, vrijheid van onderwijs en de sociale kwestie zijn ook nu nog razend actuele thema’s en verdienen broodnodige aandacht. Door de coronacrisis zijn we in een nieuwe sociale kwestie aanbeland en het christelijk-sociaal denken zou de bouwstenen kunnen aanleveren om hierop een antwoord te formuleren. Bovendien is het christelijk-sociaal denken binnen het CDA ondergesneeuwd en vervangen door een harde koers op bijvoorbeeld migratie. Het zou winst zijn als we als christendemocraten de oproep van Snel ter harte nemen en nadenken over de vraag of het ‘warme pluralisme’ nog voldoende aanwezig is.

Snel, De zeven levens van Abraham Kuyper, portret van een ongrijpbaar staatsman. Amsterdam: Prometheus, 2020, 400 pagina’s. €25,00.


[1] https://www.nporadio1.nl/podcasts/de-ongelooflijke-podcast/511062-41-de-zeven-levens-van-abraham-kuyper-met-johan-snel-en-stefan-paas
NB: de boekenfoto is gemaakt in boekhandel Paagman.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verkiezingen

Nog een maand en dan zijn de Tweede Kamerverkiezingen. In het land merk je door corona wellicht nog niet iets van de verkiezingskoorts, maar in de war room op Buitenom 18 begint de spanning al hoog op te lopen.

Volkomen terecht, want met de nieuwe lijsttrekker Wopke Hoekstra liggen er volop kansen voor het CDA om zetels te winnen en misschien wel de grootste te worden. Met 30 zetels hebben we straks 5 CDJA’ers in de Kamer. Dat zou een unicum en een record zijn. Maar, het mooiste is toch wel om te zien hoeveel CDJA’ers actief mee doen deze campagne.

Vanuit het CDJA is in november een campagnecommissie begonnen met de voorbereiding van de jongerencampagne. Wat er aan zit te komen ziet er gelikt uit. Mooie acties op het gebied van wonen, het leenstelsel en klimaat en een zeer gelikte campagnevideo. Daarnaast heeft onze Jeltje van het Drielandenpunt tot aan Den Helder gereisd om onze jongerenkandidaten in de spotlights te zetten. 

Maar ook buiten het CDJA om zijn ontzettend veel CDJA’ers actief in de campagne. Zo telt het CDJA verschillende campagneleiders: Marc Smellink is campagneleider van Overijssel, Izaak van Jaarsveld is op die manier actief in Groningen en Easther Houmes doet dat in Zeeland. Daarnaast is er denk ik geen enkel persoonlijk campagneteam waar geen CDJA’er actief in is.

Het is fantastisch om te zien dat er zoveel CDJA’ers overal in het land actief zijn en straks de drijvende kracht zullen blijken achter die grote verkiezingsoverwinning van Wopke Hoekstra. We zullen hem de rekening daarvoor te zijner tijd. wel sturen 😉

Authors

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Contact

Beste

We helpen jou graag aan een antwoord op al je vragen over Interruptie. Stel ze gerust in het contactformulier op deze pagina.

Authors