#Generatie2019

In deze editie:

De verkiezingen voor Provinciale Staten en de Waterschappen komen eraan, met tientallen jongerenkandidaten vanuit het CDJA. Ook heeft het CDA sinds vorige maand een nieuwe partijvoorzitter en kiest het CDJA binnenkort een nieuwe voorzitter. Kortom: dit is #Generatie2019

Lezen

‘Jongeren moeten op een jongere stemmen’

Wim Duitman is 29 jaar, woont in Kampen, is lid van het Algemeen Bestuur van het CDJA namens Overijssel en staat op plek 2 op de Overijsselse CDA-kandidatenlijst voor de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Interruptie sprak hem over zijn plannen.

Wim had plek 2 op de lijst zelf niet verwacht. Weliswaar is hij al een aantal jaar actief voor het CDA en het CDJA, maar hij had simpelweg gesolliciteerd door een brief te schrijven en een sollicitatiegesprek aan te gaan. Na 2 maanden wachten kreeg hij een telefoontje dat hij plek 2 had gekregen. Wim: ‘ik heb er niet hard voor lopen lobbyen. CDA Overijssel zet in ieder geval erg in op jongeren, we hebben meerdere jonge kandidaten op hoge plekken.’ Gevraagd naar waarom hij graag de Provinciale Staten in wil, zegt hij: ‘de provincie heeft veel te bieden voor jongeren. Jongerenthema’s zoals openbaar vervoer of de samenwerking tussen bedrijven en scholen, spelen heel erg in Overijssel’.

CDA Overijssel heeft momenteel 11 zetels. Als nummer 2 komt Wim dus naar alle waarschijnlijkheid in de Staten. Hij wil zich daar inzetten voor jongeren. ‘Iedereen weet wat er speelt op het gebied van bijvoorbeeld de woningmarkt en het openbaar vervoer. Maar als je er midden in staat, kan je er makkelijker mee aan de slag. Voor boeren is het handig om op een boer te stemmen en voor ondernemers om op een ondernemer te stemmen, omdat die weten hoe het werkt. Daarom moeten jongeren ook op een jongere stemmen. Ik ken de groep en hun problemen, en ik ben benaderbaar voor jongeren. Iemand van 21 belt sneller naar mij dan naar iemand van 60.’

Ook andere partijen in Overijssel hebben jongerenkandidaten, op iets lagere plekken. Wat het CDA onderscheidt, is soms lastig in verkiezingstijd. ‘Als je dan op een boerenbijeenkomst bent, willen de SP en GroenLinks zich ook opeens hard maken voor die sector. Wel willen wij graag de starterslening, wat bijvoorbeeld de VVD niet wil, en willen wij meer inzetten op samenwerking tussen scholen en bedrijven. Het gaat ook vaak om geld. Als iedereen gaat roepen hoeveel geld hij aan alles uit wil geven, geef je waarschijnlijk drie keer meer geld uit dan de begroting aankan. De VVD wil bijvoorbeeld van de N35 een A35 maken. Dat is natuurlijk een langetermijn project, maar dan heb je geen geld meer voor andere dingen. Die cijfers zullen ze dus nooit benoemen. D66 wil een nachttrein. Natuurlijk willen wij ook goed openbaar vervoer, maar een nachttrein met 2 mensen die terugkomen van een feestje is niet relevant. Als je dat dan benoemt in een debat, draaien ze er ook een beetje omheen. Huizen, reizen en werken zijn de belangrijkste thema’s in Overijssel, en ik wil me daar graag voor inzetten.’

Het belang van het waterschap

De Romeinen schreven over Nederland met de volgende woorden: ‘ik dacht dat het water was, maar er wonen mensen op eilandjes met handen gemaakt’. Al eeuwen strijden de inwoners van het stukje land waar wij ons bestaan vormgeven tegen het water en deze samenwerking heeft onze identiteit behoorlijk bepaald. Het Nederlandse “polderen” is bijvoorbeeld een van de erfenissen van deze strijd om behoud van ons land.

Honderden jaren geleden begonnen boeren op kleine schaal samen te werken om ervoor te zorgen dat hun land niet onder water zou lopen. Deze kleine samenwerkingen tussen boeren hebben geresulteerd in de waterschappen die nu nog bestaan, van meer dan 2600 in 1950, tot 21 vandaag. Waar zij zich toen inzetten voor droog land doet het waterschap dat nu nog steeds. Dit orgaan is niet bij de centrale of provinciale overheid ondergebracht, omdat we in Nederland vinden dat waterbeheer zo belangrijk is voor ons bestaan dat dit niet mag concurreren met maatschappelijk meer zichtbaar beleid. Een dijk versterken of drainage technieken is niet iets waar politici mee scoren. Wellicht begrijpelijk, maar waarom moeten we dan stemmen? Het waterschap kan het toch ook gewoon regelen en de burger niet lastigvallen met het uitbrengen van een stem? In een democratie vinden we dat als er belasting geheven wordt, iets wat de waterschappen apart doen, de belastingbetaler ook inspraak moet hebben: ‘no taxation without representation!’. Omdat het waterschap een grote invloed heeft op het landschap en de leefbaarheid van Nederland, doet jullie stem er wel degelijk toe.

Hoewel alle partijen voorstander zijn van droge voeten, schoon water en voldoende water, onderscheiden zij zich toch op de manier waarop. Zo zijn er partijen die voorstander zijn van het onder water zetten van grote gebieden veenweidegebied, welke in toenemende mate te maken hebben met bodemdaling, of het bestrijden van micro-plastics en medicijnresten in het grondwater; alleen bij de fabrieken of ook op onze eigen centrales? Ik geloof dat wij als CDA bij uitstek de mogelijkheid hebben om een gezonde balans te maken tussen de belangen van de mens, de natuur en bedrijfsleven. Laten we ons hard maken voor een land om door te geven!

Bekijk voor meer informatie vooral ook ons Instagram account en YouTube-kanaal: UtrechtWaterschap.

Paul Bakker komt uit Utrecht en is kandidaat nummer 4 voor het waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden.

Wat is politiek? – of de allegorie van het nimmer eindigende debat

Wat is politiek? Met deze vraag begint al het fundamentele denken rondom en over politiek. Ik denk het niet zeker te weten, maar ik betwijfel of alle kandidaten voor de verkiezingen voor de Provinciale Staten al nagedacht hebben over deze vraag. Mochten zij dat niet, en bent u zo’n kandidaat, kan ik Claude Lefort’s “Wat is politiek?” van harte aanbevelen.

Als er heden ten dage al ergens verontwaardiging over bestaat, is het de politiek wel. Dit komt voornamelijk door al te simplistische ideeën over wat democratie zou moeten zijn; als je democratie gaat definiëren als ‘doen wat het volk wil’ of ‘de wens van de meerderheid’ is men met de Nederlandse politiek al snel klaar. Het Nederlandse staatsbestel is zo opgebouwd dat de coalitie altijd zo is samengesteld dat er voor niets een echte meerderheid lijkt te zijn. Het gevolg: een teleurgesteld volk dat de bezieling niet meer heeft om in het geel te lopen.

De huidige politieke situatie laat wel zien dat wij met een ernstig probleem te maken hebben. Sinds de jaren ’90 heerst er een sentiment dat de rol van de politiek om bovenstaande reden eindig was (of reeds geëindigd is) en dat het nieuwe systeem de lege huls van absolute gelijkheid zou worden. Toch is de vraag hoe wij het tekort in onze huidige democratie, want dat ís er, kunnen oplossen. Na enig nadenken komen wij namelijk al snel tot de conclusie dat we niet onder de politiek vandaan kunnen komen: het is zó fundamenteel dat geen menselijk samenleven mogelijk is zonder politiek en dat om die reden de vraag naar macht en legitimiteit beantwoord zou moeten worden.

Dit pogen wordt enkel urgenter als men stilstaat bij de volstrekte technocratisering van onze democratie: vragen als wie is Nederlander, waar willen we heen? worden enkel nog in de technocratische mal geworpen van cijfers en onderzoeken, de macht van zogenaamde onafhankelijke, maar bepalende instituten als planbureaus enkel voedend.

Lefort definieert politiek als volgt: ‘politiek is de publieke ruimte waarin verschillende individuen verschillende standpunten verkondigen zonder dat er ooit een einde aan dat debat komt’. Hierbij moeten wij beseffen dat Lefort deze definitie gaf in de jaren ’70. Het spreekt dan ook vanzelf dat Lefort politiek definieert in het licht van de tirannie.

Lefort is zich namelijk bewust van het feit dat er in de democratie altijd een tiranniek element aanwezig is. In zijn Wat is politiek? zegt hij met Alexis de Tocqueville dat de democratische meerderheid als vanzelf een milde vorm van despotisme kan ontwikkelen, waarbij de meerderheid de staat en het recht gebruikt om zo allerlei opvattingen aan de minderheden op te leggen.

Om die reden stelt Lefort dat democratie een ontstaansvoorwaarde voor de tirannie is. Historisch gezien heeft de Franse filosoof sowieso gelijk: de tirannen Hitler en Mussolini konden pas tirannen worden toen zij de legitimiteit van de democratische meerderheid hadden.

Lefort lijkt ons dan ook te waarschuwen: je kunt nu tot de meerderheid behoren, maar op enig moment komt er een vraagstuk op tafel waarbij je de minderheid vormt. Om die reden vindt Lefort het van groot belang dat de plek van de politieke macht nooit definitief door een meerderheid wordt bezet. De lege plek van de macht, een kernbegrip in Lefort’s politieke filosofie, móét onbezet blijven om een gezonde democratie te blijven laten werken. De politiek mag als het ware nooit voltooid zijn, hij moet onbepaald en onaf blijven.

De totalitaire staten van de tirannen proberen die leegte van de moderne samenlevingen te vernietigen, op te vullen met holle retoriek en diabolische symboliek. De onbepaaldheid en verdeeldheid van de democratische samenleving wordt door het totalitarisme niet omarmd en geïnstitutionaliseerd, maar opgeheven, zodat de eigen meerderheid wordt verheven tot alleen bestaand, waaraan de tiran vervolgens zijn soevereiniteit ontleent.

Tegenwoordig wordt er veel geklaagd over de kloof tussen de symbolische orde en de werkelijke orde die de politiek kenmerkt, een paradox waarin niemand zich meer in de politiek herkent. Dat is toch voornamelijk te wijten aan de verkeerde definiëring van politiek door politici zelf. Het gaat namelijk niet om de stip op de horizon, maar om het ontbreken hiervan, zodat de tirannie van technocraten en meerderheden zich geen meester kunnen maken van de democratie.

De uiterste consequentie van Lefort’s denken is dan ook dat de politieke machthebbers dienaren van de minderheden zijn, en dat het recht nooit een instrument voor politieke doelen mag zijn, maar er juist de insnoering van moet zijn.

Alleen met politici met zo’n mentaliteit blijft de plaats van de macht leeg; dat deze leeg moet blijven is niet alleen een principiële onontkoombaarheid, het is zelfs zo bedoeld.

Claude Lefort, Wat is politiek? Amsterdam, Uitgeverij Boom, 2016.

Is er leven na het populisme?

De waarheid ligt ergens in het midden. Deze bekende uitspraak is voor het CDA als brede volkspartij in het verleden vaak waar gebleken. Toch lijkt het er steeds vaker op dat dit niet meer het geval is in het politieke landschap. Het centrum verliest aan terrein; zowel aan de linker- als rechterkant winnen diverse nieuwe, populistische partijen aan kracht. Hoewel we dit als CDJA kunnen betreuren (en dit terecht ook doen) kan het ook een startschot vormen om met andere ogen naar politiek te kijken. Minder concentreren op een selectieve doelgroep, meer handelen met oog voor de gehele samenleving. Het is tijd om populisten met hun eigen wapens te verslaan.

De retoriek in het politieke landschap is danig veranderd. Waar Jan Marijnissen in 2009 nog voor opschudding zorgde door Bert Koenders een ‘flapdrol’ te noemen, maken parlementariërs elkaar tegenwoordig uit voor ‘vergif van de samenleving’ en moeten tegenstanders ‘oprotten.’ Grote klasse dan ook voor Sybrand Buma, die als enige deze verruwing aan de kaak stelde tijdens de Politieke Beschouwingen afgelopen jaar. Toch lijkt het appèl op de voorbeeldfunctie van de Tweede Kamer voorlopig nog aan dovemansoren gericht. Sterker nog: hoe steviger de uitspraken, hoe hoger de betreffende partij scoort in de peilingen. Is het populisme de nieuwe norm geworden?

Populisme roept vaak beelden op van gemakzucht, het ontlopen van verantwoordelijkheid en het uitdragen van onrealistische, ongenuanceerde standpunten. Ook de beruchte “wij zijn goed en zij zijn slecht” retoriek wordt vaak genoemd. Er bestaat echter geen consensus over wat populisme nu precies is en welke elementen precies binnen zijn grenzen vallen. Sterker nog: veel politieke bewegingen – en lang niet alleen op ‘alternatief rechts’ – hebben populistische trekjes. Jesse Klaver zijn campagne tegen het “economisme” kan bijvoorbeeld onder deze noemer geschaard worden, net zoals de “klimaatdrammers” van Klaas Dijkhoff.

Ook de CDA-lijsttrekkers voor de komende Provinciale Statenverkiezingen benoemen dezelfde “klimaatdrammers” in een ingezonden stuk naar de Telegraaf. Om het CDA hiermee gelijk als populistische partij te bestempelen is natuurlijk veel te kort door de bocht. Toch is ook het CDA niet helemaal vrij van blaam. Zo heeft Sybrand Buma regelmatig een rechts-conservatief geluid laten horen over ‘bezorgde burgers die zich in de steek gelaten voelen.’ Het verhaal van de bezorgde burger, die zich zorgen maakt over een heersende machtsbeluste elite, is een bekend populistisch stokpaardje. Echter, wie maakt er volgens de bezorgde burger deel uit van deze elite? Juist: Het CDA.


Het elitaire imago van het CDA is niet vreemd

Het elitaire imago van het CDA is niet vreemd. Onze partij is immers, ondanks het hoogste ledenaantal van alle partijen, voor het overgrote deel hoogopgeleid, wit en goed verdienend. Dit beeld wordt nog verder versterkt door het feit dat het CDA sinds zijn oprichting deel heeft uitgemaakt van vrijwel alle kabinetten. Een van de meest gehoorde punten van kritiek is dan ook dat het CDA alles doet voor het pluche. Deze kritiek is dan wellicht feitelijk onjuist, de ongemakkelijke waarheid is wel: dit imago heerst.

Dit maakt het CDA-verhaal over de bezorgde burger vrij ongeloofwaardig. Mensen maken immers de volgende overweging: als het CDA dit werkelijk gelooft, waarom heeft de partij er dan niets aan gedaan? Jullie zitten immers altijd in het kabinet. Jullie hebben het eerdere beleid gemaakt. En als er mensen zijn die in de steek gelaten worden is het dus jullie schuld. Kortom: doordat het CDA vasthoudt aan een rechts-conservatief verhaal over bezorgde burgers, maar tegelijkertijd ook bezig is om een regeerakkoord te verdedigen dat precies die dingen doet waardoor burgers zich zorgen maken (lees: btw-verhoging) kweekt het CDA een gruwelijk hypocriet imago.

Het lijkt er dus op dat het CDA er goed aan doet om zich ver te houden van alles wat populistisch is. Toch gaat deze uitspraak niet op. Zoals ik al eerder vermeldde, is er niet één definitie van populisme, maar zijn er verschillende stromingen die als populistisch gezien kunnen worden. Het populistische verhaal van de burger die wordt onderdrukt door een elite, is slechts één versie: de PVV en Forum voor Democratie versie. Dit is de beruchte versie die wegloopt van verantwoordelijkheid en zorgt voor verdeeldheid, woede en wantrouwen. Daar moeten we ons inderdaad heel, héél ver vandaan houden.

Populisme staat ook bekend om zijn charisma en betrokkenheid bij de bevolking

Wat is dan wel de goede weg? Ik geloof dat het mogelijk is om de goede kwaliteiten van populisme op een dusdanige manier in te zetten dat deze niet leiden tot de uitwassen die populisme een slechte reputatie hebben bezorgd. Huh, goede kwaliteiten van populisme? Jazeker! De stroming staat immers ook bekend om zijn charisma en betrokkenheid bij de bevolking. Natuurlijk, een deel van deze kwaliteiten wordt veroorzaakt door het uitdragen van ongenuanceerde standpunten die goed vallen bij het publiek. Maar wie zegt dat een goed, weloverwogen standpunt niet met evenveel passie verdedigd kan worden? Waarom spreekt het CDA niet vol overtuiging over wat we kunnen bereiken, als we maar willen samenwerken? Ga niet dingen roepen over burgers die zich vervreemd voelen van de samenleving om vervolgens met een strenger misdaadbeleid te komen, maar praat liever over wat die burgers met elkaar gemeen hebben. Één sleutelwoord kan bij deze koers niet ontbreken: compassie.

Is bovenstaande koers ook een voorbeeld van populisme? Geen idee, wie zal het zeggen? Wat mij betreft maakt het niet uit. Om deze koers goed te kunnen beschrijven, zouden we eigenlijk moeten terugvallen op de oorsprong van het woord populisme. Populisme stamt immers af van populus: (voor) het volk.

En zeg nu zelf: het CDA is er uiteindelijk toch voor het volk?

Democratie als kasplantje

Vanaf donderdag 23 mei tot en met zondag 26 mei zullen de Europese verkiezingen voor de samenstelling van het Europees Parlement plaatsvinden. Vanzelfsprekend zal een gedeelte van de Europese burgers naar de stembus gaan. Na de vorige verkiezingen in 2014 maakte het Europees Parlement bekend dat de opkomst nog nooit zo laag was geweest. Van alle stemgerechtigden kwam slechts 42,54 procent opdagen. In 1979 was dat nog 62 procent. Door de jaren heen was een neergaande lijn zichtbaar.

Wat zou de reden van deze neergang zijn? Zou het iets te maken kunnen hebben met de vanzelfsprekendheid waarmee veel Europese burgers democratische verworvenheden tegemoet treden? Als de geschiedenis ons iets leert is het dat een democratie niet vanzelfsprekend is. In de geschiedenis is dit fenomeen nog maar tweemaal voorgekomen. In de Griekse stadstaat Athene tussen 508 v. Chr. en 322 v. Chr. en in de tijd waarin we nu leven. De staatsvormen van monarchie, dictatuur, theocratie of oligarchie komen vaker voor in de geschiedenis. De Tweede Wereldoorlog heeft de broosheid van de democratie onderstreept en de lessen die de Europese natiestaten door de oorlogen hebben geleerd waren hard. Vele filosofen, politici, schrijvers en geëngageerde burgers vroegen zich af hoe het mogelijk was dat het christelijk continent tot een verschrikking als de holocaust in staat was. De Italiaanse schrijver Eugenio Corti (1921-2014) bijvoorbeeld, heeft in zijn roman Het Rode Paard een vlijmscherpe analyse gegeven van het proces dat leidde tot de Tweede Wereldoorlog.

Na deze oorlog was het de wens van zes natiestaten om de broze vrede duurzaam vorm te geven middels de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Door de Frans-Duitse productie van kolen en staal onder een gemeenschappelijke Autoriteit te plaatsen zou een belangrijke economische oorzaak voor oorlog worden weggenomen. Naast economische samenwerking werd ook besloten om op het gebied van mensenrechten nader tot elkaar te komen middels het EVRM, dat op 4 november 1950 in Rome werd getekend. Zowel economie als de rechtsstaat werden betrokken bij de bescherming van democratie. Het was immers de kerkvader Augustinus die schreef dat ‘zonder recht de staat een gezelschap van rovers zou zijn’. De rechten die  in de het EVRM werden vastgelegd hadden als doel om een herhaling van de normloosheid en willekeur te voorkomen.

Toch hebben we gezien dat intenties, woorden en verdragen niet genoeg zijn om recht te garanderen. De nazi’s handelden volledig volgens hun eigen wetten maar gingen in tegen wat recht is. Het recht moet, zoals de Duitse rechtsfilosoof Leo Strauss (1899-1973) beschrijft in Natural right and history, een diepere fundering hebben. Elke generatie moet zichzelf steeds de vraag stellen hoe we de fundering van recht kunnen vinden. Hoe herkennen we nu eigenlijk wat recht is? In de geschiedenis is vaak de religie als uitgangspunt voor recht genomen. Het christendom vormt hierin een uitzondering aangezien het nooit een uitgewerkt systeem voor ethiek en (staats)recht heeft gepresenteerd. In plaats daarvan wees het op het natuurrecht, het geweten en de rede als bronnen van recht. In de schepping zijn natuurwetten besloten die de mens kan vinden, zoals de Nederlandse jurist Paul Scholten (1875-1946) bijvoorbeeld uiteen heeft gezet in zijn rechtsvindingstheorie. Denkers als Plato, Aristoteles en Cicero hebben dit laten zien in hun werken en voortbouwend hierop hebben de kerkvaders daarom steeds gezocht naar een synthese tussen rede en het geloof.

Het recht, dat gecodificeerd wordt in verdragen en afspraken, vindt haar basis dus in de natuurwetten die we kunnen vinden in de schepping. Net zoals de natuur een orde kent van dag en nacht, seizoenen en getijden, dagen en jaren kent de mens een innerlijke orde. Het is de uitdaging van het leven om deze orde te vinden middels filosofie, theologie, muziek, literatuur, poëzie en alle andere kunsten die de humaniora rijk zijn. Voor deze zoektocht kunnen we gebruikmaken van een rijke traditie van mensen die ons zijn voorgegaan. De menselijke natuur die in deze zoektocht gevonden wordt is een goed uitgangspunt om het recht op te baseren. Als voorbeeld kan gedacht worden aan de gulden regel: behandel een ander zoals je graag zelf behandeld wilt worden.

Laten we het voorgaande nader illustreren. De menselijke natuur ligt indirect ten grondslag aan de mensenrechten die proberen om de waardigheid van de mens te beschermen. Deze menselijke natuur als norm staat op het spel in discussies over genetisch manipuleren, discriminatie, racisme, onmenselijke behandeling van vluchtelingen en het uitsluiten van minderheden. Een voorbeeld van racisme waren de ‘Joodse praalwagens’ in België tijdens carnaval. Op ons continent zouden we toch beter moeten weten als het gaat om antisemitisme. De democratieën van de Europese natiestaten hebben zich na de Tweede Wereldoorlog altijd als hoeder van mensenrechter opgeworpen. Onrecht en racisme moeten bestreden worden middels een goed functionerende rechtsstaat, was de gedachte. Het recht dat tot uiting komt middels de rechtsstaat moet de macht en uitingsvrijheid die de democratie mogelijk maakt beschermen.

De Franse filosoof Blaise Pascal (1623-1662) schreef dit al op in zijn Pensées: ‘recht zonder macht is machteloos, macht zonder recht is dwingelandij. Recht zonder macht wordt weersproken omdat er altijd bozen zijn, macht zonder recht wordt beschuldigd. Men moet dus recht en macht bijeenvoegen en daarvoor moet wat recht is sterk worden gemaakt, of wat sterk is recht’. De Europese verkiezingen gaan daarom over veel meer dan de samenstelling van het Europees Parlement en de vraag wie de voorzitter van de Europese Commissie wordt. Het gaat vooral om de vraag of het recht nog macht genoeg heeft om zichzelf te verdedigen. Alleen als het recht een fundering heeft in de menselijke natuur en macht democratisch gelegitimeerd is, kan een herhaling van de geschiedenis voorkomen worden. Democratie is als een kasplantje, dat bescherming en verzorging behoeft. Het CDA en de christendemocratische familie hebben een belangrijke taak om zich hiervan bewust te zijn, dit te funderen en te overdenken om deze boodschap uiteindelijk intern en extern uit te dragen. Tot behoud van de gemeenschap.

De auteurs zijn lid van de Vormingscommissie van het CDJA. Op 29 en 30 maart organiseert de Vormingscommissie het jaarlijkse Vormingsweekend. Het thema is ‘Christendemocratie en Rechtsstaat’ en als hoofdspreker zijn we vereerd om minister van Staat mr. P. H. Donner te mogen ontvangen. Voor meer informatie, zie de link hieronder.

https://www.facebook.com/events/800557900297344/

Interview voorzitterskandidaat: Hielke Onnink

We spreken met Hielke op een zonnige februarimiddag langs de grachten van Leiden. Hij is die dag afgereisd naar de Sleutelstad vanwege de activiteit van CDJA Leiden met Elco Brinkman, maar heeft eerst tijd gemaakt voor een interview met Interruptie. Hielke, gekleed in een vrolijk overhemd en nette broek, komt het hele interview ontspannen over, zoals veel leden hem kennen. We beginnen met een kennisvraagje aan hem.

Lotte was de tweede vrouwelijke voorzitter van het CDJA, wie was de eerste?

‘Ik leefde in de veronderstelling dat Lotte de eerste vrouwelijke voorzitter was. Maar ze is dus de tweede?’

Ja, Loek Schueler was de eerste. Wil je een herkansing?

‘Ja, doe er nog eens eentje.’

Noem drie oud-voorzitters van het CDJA. Julius Terpstra en Ard Warnink tellen niet bij deze vraag.

‘Jack de Vries, Ad Koppejan, Arrie Vis. ‘

Hielke werd geboren in Hardenberg en heeft familiewortels in de Achterhoek. Voor zijn studie juridische bestuurskunde vertrok Hielke naar Groningen. Daar was hij actief voor zijn studievereniging en deed hij bestuurservaring op als secretaris en vicevoorzitter. ‘Ik ben op mijn 16e begonnen bij CDA Hardenberg. Ik heb meegedraaid met de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 en mocht aanschuiven bij fractievergaderingen. Ook heb ik veel vrijwilligerswerk voor de afdeling gedaan. In Groningen werd ik actief bij het CDJA en toen de functie van AB’er vrijkwam ben ik dat gaan doen.’ Op de ALV werd Hielke met 0 tegenstemmen verkozen, een zeer knappe prestatie. Momenteel heeft Hielke bijna zijn bachelor gehaald en werkt hij als beleidsmedewerker voor de gemeenteraad van Westerkwartier.

Stel nou dat er geen CDJA was geweest. Bij welke politieke jongerenorganisatie (PJO) was je dan lid geworden?

‘Dan had ik meer vrijwilligerswerk gedaan omdat ik dat ontzettend mooi vind om te doen. Het is heel belangrijk en mooi om jezelf onvoorwaardelijk voor een ander in te zetten. Momenteel kom ik helaas weinig aan vrijwilligerswerk toe door werk, studie en CDJA, maar als ik meer tijd zou hebben, had ik dat gedaan. Als er geen CDJA was, was ik zeker niet lid geworden bij een andere PJO.’

Is dat niet het ontwijken van de vraag?

‘Nee, dat is een oprecht antwoord. Als het CDA niet zou bestaan was ik een zwevende kiezer tussen de klassieke middenpartijen. Ik ben een man van het midden en dan zou ik meer gaan stemmen op thema’s. Bij de ene verkiezingen spreekt een thema je meer aan dan bij andere verkiezingen.’

Ik ben een man van het midden

En wat is een thema van een andere partij momenteel dat je erg aanspreekt?

‘Poeh…’ Hielke denkt even na. ‘Maar straks plakken we het stempel dat ik als ik geen CDJA’er was geweest, bijvoorbeeld PvdA’er was geweest.’

Nee, maar er kan wel een thema zijn van een partij nu waarbij je, ook al ben je CDA’er, denkt: goed punt, daar zou het CDA ook wel wat meer mee mogen doen.

‘Ik vind de slogan over ‘zeker zijn’ van de PvdA heel sterk. Je ziet vooruitgang tussen generaties, maar gaan wij het ook beter krijgen dan onze ouders en onze kinderen beter dan wij? Dat is iets dat momenteel op het spel staat.’

Moet het CDJA daar meer aandacht voor vragen?

‘Ik kan zelf heel veel willen, maar alle organen moeten samen tot gedragen standpunten en thema’s komen. We maken ons al hard voor belangrijke onderwerpen voor onze generatie, zoals de resolutie die we onlangs aannamen over pensioenen, of het punt van het terugbrengen van de basisbeurs.’

Doorslaggevend moment voor Hielke om te solliciteren voor de functie van voorzitter was de uitslagenavond van de herindelingsverkiezingen. ‘In die campagne hebben we in Groningen een grote groep CDJA’ers bij elkaar gekregen en een ontzettend professionele campagne gevoerd. Dan ben je van 3 naar 2 zetels gegaan en dan zie je al die jonge gasten waarmee je campagne hebt gevoerd, waarvan sommigen heel verdrietig zijn. Toen dacht ik: als ik me als voorzitter kan inzetten voor de mensen die zo hard voor onze club lopen, zodat onze generatie fan wordt van het CDJA, dan doe ik dat graag.’

Het politieke hart van Nederland, en ook dat van het CDA en het CDJA, is Den Haag. Dat is niet echt in de buurt van Groningen, waar Hielke woont. Zelf ziet Hielke dat niet als een probleem. ‘Ik zou graag Daniël Lohues quoten uit zijn nummer ‘Hier kom ik weg’: “insgelijks als je het ziet van deze kant”. Oftewel, andersom is het ook ver weg. Een voorzitter is er voor alle afdelingen. Ik ga het hele land door, dus ook in Limburg en in Zeeland zal ik er zijn. Het voordeel van in Groningen wonen is dat je eraan went en leert om lang te reizen. En er zijn meerdere mensen in Den Haag en Utrecht die me slaapplekken hebben aangeboden, dus ik heb onderdak als het nodig is. We moeten ook niet vergeten dat het CDA 8 jaar een partijvoorzitter had uit Groningen. En die deed het volgens mij ook best goed.’

Ik ga het hele land door, ook in Limburg en Zeeland zal ik er zijn

Het CDJA beperkt zich niet alleen tot Nederland, maar werkt ook samen met gelieerde politieke jongerenorganisaties in de organisatie Youth of the European Parliament (YEPP). Hierin zitten andere Europese christendemocratische, conservatieve en centrum-rechtse politieke jongerenorganisaties die zijn gelieerd aan de Europese Volkspartij (EVP). Hielke: ‘ik vind het YEPP momenteel ontzettend interessant en dat komt omdat ook de EVP steeds meer echt een politieke partij wordt. De vraag is, kan het YEPP straks dezelfde relatie krijgen tot EVP als het CDJA heeft tot het CDA? Zo kijk ik momenteel naar het YEPP.’

Moet het CDJA een voortrekkersrol nemen om te zorgen dat YEPP serieuzer wordt genomen binnen de EVP?

‘Ik denk, als het YEPP die rol niet heeft en slechts een kidsclub is waar we met elkaar debatteren en er niks met de bedachte standpunten gebeurt in de EVP, wat is dan de toegevoegde waarde?’

Is dat een pleidooi voor een YEPPxit?

‘Nee, laten we daar ook even wegblijven, want de voorzitter bepaalt dat niet. Het is een hele populistische gedachte binnen onze vereniging om tegen het YEPP te zijn. We moeten er positief, maar kritisch naar kijken.’

Hielke heeft veel ervaring in verschillende organisaties, maar is geen lid van het Dagelijks Bestuur van het CDJA geweest. Zelf ziet hij dat niet als een gemis. ‘Ik denk dat het ontzettend verfrissend kan zijn om niet 2 jaar in het DB gezeten te hebben. Stel dat ik hiervoor een jaar DB’er was geweest, dan had ik niet bij mijn studievereniging ervaring opgedaan en geen professionele baan gehad. Die ervaring had ik dan in moeten ruilen voor DB-ervaring. Maar ook die andere ervaring is waardevol.’

Wat als er in de toekomst weer bezuinigd moet gaan worden, waar gaan we dat op doen?

‘Dit is echt een “wat als” vraag en ik zou er het liefst een beetje afstand van houden. Maar ik vind wel, en dat is 1 van mijn punten in mijn campagne, dat we meer draagvlak moeten hebben voor belangrijke beslissingen.’

Zoals de digitalisering van Interruptie?

‘Zoals de digitalisering van Interruptie, dus als we helaas nog een bezuinigingsronde moeten presenteren, dan is het de taak dat we in de vereniging breed de afweging maken waar we stabiel kunnen bezuinigen.’

De kaasschaafmethode?

‘De kaasschaafmethode getuigt niet van goed rentmeesterschap. Wat je zou willen is dat je penningmeester een aantal mogelijkheden naast elkaar zet zodat je dat kan bespreken met het AB en samen kan kijken wat je belangrijk of minder belangrijk vindt. Die prioriteiten moet je samen vinden.’


De kaasschaafmethode getuigt niet van goed rentmeesterschap

Maar wat zijn jouw prioriteiten?

‘Ik wil echt wegblijven van mijn eigen mening, want samen gaan we dan de goede bezuinigingsposten vinden, maar bezuinigingen op afdelingen krijgt van mij een veto.’

Hielke wil aan de slag gaan vanuit een bepaald DNA: kernwaarden van waaruit hij de vereniging wil verbeteren. Die kernwaarden zijn Dichtbij, Nuchter, Ambitieus. ‘Dichtbij houdt in dat je met landelijke activiteiten het land in gaat, dat je meer samenwerkt met afdelingen, maar ook op zoek gaat naar een manier om inactieve leden meer te betrekken. Het wordt tijd om te bouwen aan een sociaal intranet. Een soort Facebook waar mensen zelf hun CV en telefoonnummer op kunnen zetten en waar je ook als bijvoorbeeld HRM-commissie snel mensen kan vinden voor belangrijke projecten. Mensen die diep in de provincie wonen wil je ook betrekken, ik snap dat die niet overal heen kunnen reizen. Zo kunnen ze ook zien dat er iets met hun mening gebeurt.’

Het online platform werd ontwikkeld vanuit hetzelfde idee.

‘Het online platform is nog niet geslaagd. Daar gaan we iets aan doen, daar zitten uitdagingen in. Het CDA ziet dat ook, dus als we daar de samenwerking kunnen vinden zou ik dat heel mooi vinden.’

Hielke zijn tweede kernwaarde is nuchter. ‘CDA’ers zijn nuchter, ze laten zich niet zo snel gek maken en dat moeten we vasthouden in hoe we met elkaar omgaan. We geven ruimte aan initiatieven die van onderop komen. CDJA <18 is een goed voorbeeld daarvan, #PSvergeethetniet vind ik ook heel tof. Ook het noorderblokcongres, een congres van de drie noordelijke afdelingen, is iets dat niet binnen de juiste lijntjes past, maar de mogelijkheid moet er wel zijn. Nuchter betekent ook dat we opener kunnen zijn met elkaar. We geven niet alleen een stem aan jongeren, maar zijn ook de stem van onze jongeren. Dus meer debat op het congres en digitaal, maar ook meer ruimte voor resoluties. Het resolutieproces is ook iets wat veranderd mag worden. Wat we nu zien is dat een werkgroep een resolutie maakt. Die moet dan door de werkgroep, dan door de PC (Politieke Commissie, vergadering van werkgroepvoorzitters, Internationaal Secretariaat en DB’er Politiek & Internationaal, red.), door het DB en door het AB. Het zijn dus een hoop stappen voordat je iets terugziet, dat is veel werk voordat je weet of het gewaardeerd wordt. Maar daarin kan je als DB en als AB een stap terug doen en de mensen die lang hebben gediscussieerd en nagedacht ruimte geven.’ Hielke bestelt nog een koffie. ‘Derde punt, dat gaat ook over openheid en nuchter zijn, is dat de besluitenlijst van de DB-vergadering en de notulen van de AB-vergadering online kunnen worden geplaatst. Daar lijkt het me tijd voor, om te zeggen wat we doen en te doen wat we zeggen. Als we zeggen waar we mee bezig zijn, kunnen mensen meedenken, adviseren en eerder aan de bel trekken. Zodat men niet opeens geconfronteerd wordt met een nieuwe huisstijl of de afschaffing van Interruptie.’

De laatste letter, de A, staat voor ambitieus. ‘Dat gaat niet om persoonlijke ambities, maar ik geloof écht dat we het in ons hebben, dat het CDA weer de grootste kan worden. Daar moeten we echt veel voor doen, maar dat kan. Ik wil werk maken van de CDJA academie om talent te ontwikkelen en te ontdekken. Een ander heel belangrijk punt: we hebben veel jonge raadsleden, maar we zien daar weinig van bij het CDJA. Ik heb hier vrij lang over gesproken met Marc Smellink en Jasper John, twee jonge raadsleden, die willen een start initiëren van een jong-BSV (Bestuurdersvereniging, platform van alle volksvertegenwoordigers en bestuurders van het CDA, red.). Het is heel belangrijk om jonge raadsleden in contact te brengen. Het CDJA heeft daarin een faciliterende rol.’ De serveerster komt de bestelling brengen.

Gevraagd naar welke dingen Hielke de leden nog mee wil geven in hun keuze voor een voorzitterskandidaat, noemt hij drie dingen. ‘Met mij weet je zeker dat we de volgende drie dingen voor elkaar krijgen:

Ten eerste: ik kan een stem geven aan jongeren, maar ook een stem voor jongeren zijn. Ik kan luisteren, ruimte geven aan meningen en heb debatervaring. Als tweede denk ik dat ik het in me heb me om mensen te laten groeien en een vereniging zo in te richten dat mensen kunnen groeien. Als laatste gaan we Rutger Ploum aan zijn beloftes houden, bij dezen reik ik ook mijn hand uit om samen te werken. Zijn beloftes van meer jongeren op de lijst, meer jongeren in de politiek en de jongerenacademie, daar gaan we hem aan houden.’

Hoe zie je die samenwerking met Rutger Ploum voor je?

‘Ik heb alle vertrouwen in Rutger. Naar mij verteld is het een ontzettend aardige man en hij wil ontzettend veel doen met jongeren. Ik hoop veel met het CDA te kunnen optrekken en tegelijkertijd wanneer nodig het CDA scherp te houden op christendemocratische visie.

In welke visie wijkt jouw visie misschien af van de huidige koers?

‘Dat vind ik een moeilijke vraag. Ik ben echt een man van het midden. In mijn visie is onze verantwoordelijkheid het verkondigen en vertegenwoordigen van de standpunten van onze leden. Maar ik ben een man van het midden, ik ben niet progressief en niet conservatief. We behouden wat goed is en verbeteren wat beter kan. Dries van Agt zei al in het begin: we buigen niet naar links en we buigen niet naar rechts’.

Dries van Agt stemt nu zelf GroenLinks.

De kerkklok slaat. ‘Haha, hij is zelf wel een beetje gebogen, maar dat mag ook in onze partij. We zijn brede volkspartij en daar zijn we trots op, maar we eindigen in het midden. Van Agt zei het toen zo, later noemden we het “het radicale midden” of het moedige midden en dat is ook vandaag de dag de positie waar we thuis horen. Wij horen als partij van de verbinding in het midden thuis.’

Vanaf 5 april kunnen de leden van het CDJA hun nieuwe voorzitter kiezen. De twee kandidaten zijn Hielke Onnink en Job van den Broek. Voor meer info, zie cdja.nl.

Check hieronder Hielke zijn kanalen!

https://www.stemhielke.nl/

https://www.facebook.com/hielkeonnink

https://www.instagram.com/hielkeonnink/

https://www.linkedin.com/in/hielkeonnink/

Interview voorzitterskandidaat: Job van den Broek

We spreken Job in zijn thuisstad Utrecht, tijdens de maandelijkse werkgroepenavond van het CDJA. Job is zojuist teruggekomen uit zijn vorige thuisstad Middelburg voor een lezing van oud-premier Balkenende, maar komt allesbehalve vermoeid over. Gekleed in lichtblauw hemd en spijkerbroek staat hij ons te woord. Job krijgt een kennisvraag om mee te beginnen.

Lotte was de tweede vrouwelijke voorzitter van het CDJA. Wie was de eerste?

‘Poeh, er was er al eerder een ja. Ik zou haar naam eigenlijk niet weten.’

Loek Schueler. Herkansing: noem drie oud-voorzitters. Julius Terpstra en Ard Warnink tellen niet mee bij deze vraag.

‘Arrie Vis, Jack de Vries, Ferdinand Koppejan (oud-politiek verslaggever Omroep Zeeland, red.). Nee, die andere Koppejan, Ad Koppejan.’

Job is 21 jaar en geboren en getogen in Den Bosch. Hij deed een bachelor Liberal Arts and Sciences aan het University College Roosevelt in Middelburg. Daar richtte hij de eerste studentenroeivereniging op en raakte hij betrokken bij het CDJA en het CDA. Hij was fractiemedewerker van het CDA in Middelburg en was voorzitter van en AB’er namens de Zeeuwse afdeling van het CDJA. Momenteel doet Job een master in Utrecht. Ook heeft Job veel jaren vrijwilligerswerk gedaan in Den Bosch als gids in museum De Bouwloods en de Sint-Jans kathedraal. In mei 2018 werd hij DB’er HRM & Afdelingen. Job: ‘dat vind ik echt een prachtige functie die goed bij me past.’

Waarom past die functie goed bij je?

‘Dat is het deel van de vereniging wat ik het meest interessant vind. Het interne management met de leden en de afdelingen, een beetje hetzelfde als ik bij de roeivereniging heb gedaan. Het contact met de afdelingen is ook goed. Ik doe eens in de 4 à 5 maanden een belrondje langs de afdelingen. Vroeger deed Lotte als voorzitter dat, nu doe ik dat. Daarnaast ga ik bij zoveel mogelijk afdelingen langs. Soms bel ik ook een afdelingsvoorzitter en vraag ik of het goed is of ik langs kom bij een bestuursvergadering. Gelukkig vinden ze dat altijd goed.’

Als je voorzitter wordt, blijf jij dat belrondje dan doen?

‘Ja, dat wel, dat vind ik belangrijk om te doen. Zo blijf je op de hoogte van wat er speelt binnen afdelingen en waar ze mee bezig zijn. Als voorzitter zou ik dat af en toe doen, maar ook de DB’er HRM & Afdelingen moet dat doen. Beiden moeten echt met beide benen in de vereniging staan.’

Het belrondje langs de afdelingen blijf ik doen als voorzitter

Van jongs af aan had Job al politieke interesse. Bij de Kamerverkiezingen van 2010 begon hij zich me er steeds meer in te verdiepen, maar voelde hij zich nog niet echt thuis bij één partij. Zo begon hij zijn ideologische zoektocht. In zijn sollicitatiebrief voor het AB-schap, drie jaar geleden, benoemde hij dat zijn vrienden hem vaak christelijk-reactionair noemen. Job: ‘mijn vrienden zijn vrij progressief, dus zij noemen mij christelijk-reactionair omdat ik wat gematigder ben. Met een knipoog heb ik dat dus in mijn brief gezet, maar ik zou mezelf niet direct reactionair noemen.’ De SGP heeft Job dan ook nooit overwogen wegens hun standpunten over bijvoorbeeld vrouwen en homoseksualiteit. Job zit in het midden, naar eigen zeggen. ‘Soms ben ik links, soms rechts, afhankelijk van de kwestie. Ik denk dat ik economisch misschien iets linkser ben en cultureel wat rechtser.’

Wil je het CDJA ook die koers laten varen?

‘Als voorzitter is het niet helemaal je taak om de ideologische koers te bepalen. Tuurlijk geef je er een eigen tintje aan, dus vanuit de praktische punten zal ik mijn stempel zetten. Belangrijkste punt daarbij is de ‘stressgeneratie’. De huidige generatie jongeren zit in de knel om talloze redenen, dus daar zou ik eerder mijn accent leggen dan op de grote ideologische punten. Het gaat erom wat we voor jongeren kunnen betekenen. Natuurlijk moeten we ook focussen op de politieke inhoud. De taak van het CDJA bij het CDA is wat dat betreft altijd dubbel: we moeten de belangen van jongeren representeren en het CDA af en toe ideologisch corrigeren, maar tegelijkertijd blijven we naast CDJA’ers ook CDA’ers: het is niet in ons belang het CDA te beschadigen.’

Doen we dat ideologisch corrigeren te vaak?

‘Nee, dat doen we meestal op en rond de CDA-congressen, 2 keer per jaar, en dat is genoeg. We gaan het CDA prikkelen, en prikken als het nodig is. Bijvoorbeeld met die rente op de studiefinanciering, mag je prikken. Ik vind dat we op die punten soms wel wat harder erin mogen gaan. Nu komen er echter verkiezingen aan en wil je niet intern rotzooi gaan schoppen. Zoals gezegd, je bent niet alleen CDJA’er, maar ook CDA’er. Je moet ook niet altijd ten koste van alles tegen het CDA aan willen schoppen. De balans is dat we het CDA scherp houden op jongerenthema’s, dat doen we nu goed, alleen moet dat misschien op specifiekere thema’s. Ik denk dat we ons niet alleen moeten richten op wonen en studiefinanciering, maar vooral de onderwerpen van de ‘stressgeneratie’.’

Intern kon Job zijn visie deels al kwijt als het ging om bijvoorbeeld het meedenken over opinieartikelen, maar hij is natuurlijk vooral bezig met intern beleid en minder met de politiek-inhoudelijke koers. ‘Ik wil nu ook meer met die externe koers bezig gaan, want ik vind allebei de kanten interessant. Dat politiek-inhoudelijke deed ik bijvoorbeeld ook in de Middelburgse gemeenteraad. Lotte stelt bij mid-term gesprekken met DB’ers de vraag: wat zou je willen doen uit andere portefeuilles? Dan zeg ik dat ik mee wil schrijven met opinieartikelen. Dat heb ik ook gedaan, maar minder dan ik had gewild. Het is natuurlijk ook niet mijn functie.’

Toen Job zag hoe Lotte haar speech neerzette op het CDA-congres in Den Bosch in juni 2018, merkte hij dat je in zo’n functie invloed kan hebben op de landelijke politiek. ‘Toen is het zaadje wel geplant. Dat rijpt dan. In de eerste paar maanden in het DB krijg je een hoop mee vanuit de hele vereniging en toen realiseerde ik me al snel dat je als je de koers wilt veranderen, je vooral bij de voorzitter moet zijn. De voorzitter gaat over de uitvoering en bepaalt wat nu wel of niet wordt uitgevoerd, de inhoudelijke koers wordt natuurlijk wel voornamelijk door het congres en de werkgroepen bepaald. Op het partijcongres in november hebben we een hele discussie over leenstelsel gehad. Toen realiseerde ik dat als ik vanuit mijn visie iets wilde veranderen, ik voorzitter zou moeten worden. Mijn externe visie kwam tot nu toe minder naar buiten. Waar het echt gebeurt nu is vooral bij de voorzitter en de DB’ers Politiek & Internationaal en Communicatie & Campagne.’

Job’s portefeuille, HRM & Afdelingen, was net nieuw toen hij begon. Voorheen viel dit samen met Ledenwerving & Activiteiten onder de grotere portefeuille Ledenwerving & Ledenbinding. Die functie was in de maanden daarvoor vervuld door een interim-bestuurslid. ‘Daardoor waren een paar dingen blijven liggen en was het even kijken wie precies wat doet. Eerst moest ik orde op zaken stellen en dat is intussen allemaal afgerond. Het waren standaard dingen die moesten gebeuren, zoals oprichtingsplannen of juist stervende afdelingen, daar was ik druk mee. Afgelopen dagen ben ik bijvoorbeeld ook in Zuid-Holland  en Den Haag bezig geweest de boel op te tuigen.’

Maar wat is nu je visie op het CDJA?

‘Mijn interne visie was en is dat het schort aan voldoende scholing en onderwijs. Het is lang het ondergeschoven kindje van de vereniging geweest. De CDJA Academie is opgericht maar er is niks mee gedaan, dus dat heb ik ingevuld. Over het zomerreces heen heb ik toen een 20 kantjes dik voorstel geschreven met allemaal ambitieuze plannen, maar op de eerste DB-vergadering na het reces zeiden ze; dit is leuk en als het zou werken is het goed, maar er is geen geld. Ik had ook niet specifiek over de begroting nagedacht, maar enkel een idealitair plan opgesteld. Dat was niet haalbaar, maar het is wel waar we naartoe moeten. In de begroting voor 2019 is het budget voor scholing bijna verdubbeld. Dat is nog niet genoeg voor alles wat ik wilde, dus ben ik in november met een scholingsprogramma naar het AB gegaan en daarmee aan de slag gegaan. Dat is nu simpelweg nog scholingsactiviteiten organiseren, gewoon losse dingen omdat het nog te duur is om echt een traject op te starten. Mijn eigen visie was nog niet haalbaar, maar als voorzitter kan je ook binnen het DB meer invloed uitoefenen. Er gaat meer geld naar scholing. Het programma ligt er, dat moet verder ingevuld worden, maar de middelen zijn er nu niet.’

Scholing is lang het ondergeschoven kindje geweest

En als daar bezuinigd voor moet worden, waar doen we dat op?

‘Allereerst wil ik kijken of we niet meer inkomsten kunnen genereren. Daarbij wil ik een groot voorbeeld aan Marc, onze penningmeester, nemen. Hij heeft verschillende ideeën geopperd, van fundraisingsdiners tot machtigingskaartjes op CDJA-congressen en de inkomsten van de webshop omhoog brengen. Dat is deels de taak van de penningmeester, maar het is een visie die ik heb en die je samen met de rest van het DB oppakt. Dat gaat waarschijnlijk niet voldoende zijn, dus als we gaan bezuinigen kijken we kritisch waar wel en geen geld wordt uitgegeven. Soms blijft er geld liggen op één plek, terwijl er op andere plekken meer geld nodig is. Geld gaan we niet bij de afdelingen halen, daar hebben ze autonomie over en daar moet je als DB’er niet aan zitten. We gaan kijken of er nog meer bij Interruptie weg kan zonder het verder uit te kleden, maar je moet ook als bestuur verantwoordelijkheid nemen. We hebben flinke bestuurskosten, dat kan soberder. Als er bezuinigd moet worden dan doen we dat zelf ook. Het DB verspilt zeker geen geld, maar het kan soberder. We gaan 2 keer per jaar op DB-weekend, dat wil ik blijven doen, want het is ontzettend belangrijk voor de bestuursbinding, maar dat kan goedkoper. Je kan ook een eigen bijdrage van DB’ers vragen voor dingen als een DB-weekend.’

Sommige DB’ers klagen soms naar buiten toe over interne DB-zaken. Hoe ga je ermee om als er wordt gelekt vanuit het DB?

‘Dat heb ik zelf nooit zo ervaren. Maar: je mag kritisch op elkaar zijn, maar je moet het wel intern houden. Als mensen zich daar niet aan houden, dan ga ik een hartig gesprek aan. Je mag best kritisch zijn, maar je gaat niet het DB afvallen of af lopen zeiken. Sommige dingen moeten naar buiten, maar kritisch op elkaar zijn hoort intern. Als het uit de hand loopt met dingen wordt er ingegrepen en als het echt nodig is moet je er natuurlijk mee naar buiten. Maar dat moet ten alle tijden een besluit zijn van het hele DB, nooit van een individuele DB’er.’

Is het een voordeel dat je centraal in het land woont?

‘Ik denk het wel, de verste treinreis is naar mijn oude woonplaats Middelburg, dat is 2 uur en 20 minuten. Ik kan naar alle afdelingen en kan er langer blijven. Ik hoef dus niet om half 10 overal weg. De afgelopen tijd ben ik, als ik tijd had, ook vaak naar afdelingen gegaan.’

Wat vind je van de relatie tussen het CDJA en YEPP?

‘Die is zeer waardevol. YEPP is een Europees breed orgaan waar we veel invloed kunnen hebben en CDJA’ers veel plezier kunnen hebben en er kunnen leren. Sommige CDJA’ers noemen het “de mooiste ervaring uit hun CDJA-carriere” om naar een YEPP council of congres te gaan, alleen dat zegt al veel over de waarde van het YEPP. Geen enkele organisatie is perfect en ook YEPP niet. Er wordt volgens mij iets te veel aan vriendjespolitiek gedaan. Het zou mooi zijn als we er iets aan kunnen doen, maar we moeten ermee zien te dealen. We zijn niet de grootste, maar wel zeer actief. We hebben weinig invloed, maar als er kansen zijn om te veranderen moeten we dat doen. Wat ik overigens binnen het kader van Europa wel zorgelijk vind, is de Fidesz-casus. Het CDA gaat er makkelijk mee om. In Den Bosch is er een resolutie over aangenomen, daar hadden we harder in mogen zitten. Dat gaat niet goed daar, dat is toen te makkelijk afgedaan.’

Een dag later komt het partijbestuur van het CDA met de mededeling dat de partij de discussie over de positie van Fidesz binnen de EVP steunt. Job lijkt nu al zijn invloed op de landelijke politiek uit te oefenen.

Vanaf 5 april kunnen de leden van het CDJA hun nieuwe voorzitter kiezen. De twee kandidaten zijn Hielke Onnink en Job van den Broek. Voor meer info, zie cdja.nl.

Check hieronder Job zijn kanalen!

https://www.jobvandenbroek.nl

https://www.facebook.com/jobvandenbroek27

https://www.instagram.com/jobvandenbroek/

https://nl.linkedin.com/in/jobvandenbroek27

#Doemee

Ik droom van en ga voor een CDA dat niet alleen zegt dat ieder mens telt, maar dat ook in daden omzet. Een partij die er voor alle mensen in de samenleving is. Een CDA dat haar identiteit, beginselen en visie onbekommerd en onbelemmerd uitdraagt en opfrist in debat met anderen én met elkaar.

‘Er mag wat verwacht worden van een voorzitter uit Rotterdam: Geen woorden, maar daden.’ Deze uitspraak deed ik, net na mijn verkiezing als partijvoorzitter, in mijn aanvaardingsspeech op het partijcongres in de Kromhouthal te Amsterdam. Ik sta voor een mooie uitdaging en heb er zin in.  

Ik ben advocaat, familiemens, schapenhouder, hockeycoach en sinds 9 februari jullie partijvoorzitter. Sinds mijn 15e ben ik actief binnen het CDA. Ik voel mij thuis bij een partij die gelooft in de kracht van de samenleving. Bij alles wat ik doe wil ik oog hebben voor de mensen om mij heen. Iets terug doen voor de samenleving. Dat is mijn leidraad en dat probeer ik voor te leven. Met aandacht én compassie.

Onze partij staat voor een grote uitdaging. Een avontuur dat wij partijvernieuwing noemen. Het CDA moet weer gaan bruisen. Laten we meer lef en durf tonen. En in actie komen. Vernieuwen betekent ook veranderen en daar heb ik jullie bij nodig. Op het partijcongres waren gelukkig veel jongeren aanwezig. Het is heel belangrijk dat jullie meedoen. Het is cruciaal dat wij de slag naar de jongeren maken. Ik roep jullie dan ook van harte op om actief mee te doen. Neem je vrienden mee naar activiteiten. Laat hen de sfeer proeven!

Neem je vrienden mee naar activiteiten. Laat hen de sfeer proeven!

Het belang van de deelname van jongeren in politiek wordt onderstreept door goede coaching en professionalisering van opleidingen. Denk hierbij aan de CDA Academy. We gaan actief scouten, opleiden en coachen. Op die manier kunnen we jongeren in hun kracht zetten.

Mijn motto is: Verdiepen – Vernieuwen – Verbreden. Verdiepen door in te zetten op een herkenbaar geluid dat een brede doelgroep aanspreekt. Een visie die mensen raakt en boeit. Vernieuwen door meer naar buiten te gaan, mensen op te zoeken en het gesprek aan te gaan. Kennis en expertise ophalen, zowel binnen als buiten de partij. Verbreden door oog te hebben voor diversiteit. Vrouwen, ondernemers, minderheden én jongeren een plek te bieden binnen onze partij.

Samen bouwen aan het CDA. Samen de partij groter maken om meer impact te kunnen hebben in de samenleving. Bouwen aan een hele goede morgen. Doe je mee?

De Federalist Papers – Bakermat van het moderne constitutionalisme

Als u een willekeurige Amerikaan vraagt naar het belangrijkste document van de Verenigde Staten noemt hij als eerste de Grondwet. Op nummer twee plaatst hij de Federalist Papers. Wat zijn de Federalist Papers precies? Dit is een commentaar van 85 artikelen op de Constitutie van de Verenigde Staten. Deze bundeling verscheen in 1788 als een reeks brieven onder het pseudoniem Publius, geschreven door James Madison en Alexander Hamilton. De 85 artikelen kunnen opgedeeld worden in twee delen. Deel 1 (art. 1-46) behandelt het probleem van de mens die geneigd is tot het kwade en daarom een sterke staat nodig heeft om hem te corrigeren en eventueel te bestraffen. Deel 2 (art. 47-85) gaat over het probleem van de almachtige staat die de neiging heeft om tiranniek te worden.

‘If men were angels no government would be necessary’ (FB, 51). Als mensen engelen waren zou een sterke staat niet nodig zijn, want dan zou iedereen zichzelf kunnen regeren. De praktijk laat echter zien dat mensen geen engelen zijn, integendeel. Dit betekent dat er een sterke staat noodzakelijk is om anarchie te voorkomen. Dit roept een tweede probleem in het leven aangezien een sterke staat de neiging heeft om tiranniek te worden. De opstellers van de Federalist Papers hebben hun klassiekers (Plato, Wetten, Aristoteles, Politica, Cicero, Over de Wetten, Aquino, Over de Wet, Hobbes, Leviathan, Tocqueville, De Democratie in Amerika) gelezen en gaan uitgebreid in op dit klassieke probleem. Er zijn twee oplossingen voor dit probleem. Ten eerste is er de oplossing die voorgesteld wordt in de klassieke traditie. Plato, Aristoteles, Cicero en Aquino stellen (1) een systeem van machtsevenwicht voor (2) waarin de leiders tot innerlijk goede mensen moeten worden opgeleid. Dit kan door hen een morele opvoeding te geven waarin het algemeen belang boven hun eigen begeerten en ego komt te staan.

Moderne denkers over de staat (Machiavelli, Hobbes etc.) stellen dat een morele opvoeding onmogelijk is aangezien absoluut Goed en Kwaad niet zouden bestaan. De omslag naar dit moderne denken vindt plaats in 1513 wanneer de Florentijnse staatsgeleerde Machiavelli in zijn beroemde boek Il Principe openlijk verdedigt dat absoluut Goed en Kwaad niet bestaan en dat een handeling louter beoordeeld moet worden op basis van het effect. Voortaan is Goed dus wat een gunstig effect sorteert. Voor ons, moderne mensen, klinkt dit heel vertrouwd en wij kennen deze stijl van politiek onder de naam pragmatisme of realpolitik. In 1513 was het openlijk ontkennen van absoluut Goed en Kwaad en het funderen van een staatstheorie hierop een noviteit.


Door macht te verdelen over verschillende instituties die elkaar controleren wordt machtsmisbruik voorkomen

Hoe kunnen gezagsdragers in een samenleving zonder absoluut Goed en Kwaad op het rechte pad blijven? De opstellers van de Federalist Papers nemen het idee van machtsevenwicht uit de traditie over en stellen een systeem van checks and balances voor. Door macht te verdelen over verschillende instituties die elkaar controleren wordt machtsmisbruik voorkomen. Hiermee is dus één kant van de oplossing overgenomen en kan een innerlijk ondeugdzaam mens dat onverhoopt de macht krijgt in bedwang worden gehouden doordat hij gecontroleerd wordt door externe instituties (zoals de rechterlijke macht, Senaat, Congres etc.).

In de bundel De Federalist Papers schrijven 13 auteurs onder regie van Andreas Kinneging, Paul de Hert en Gerard Versluis over de achtergrond, totstandkoming en inhoud van de Federalist Papers. De bundel kent een logische opbouw waarin eerst drie hoofdstukken worden gewijd aan de totstandkoming van dit document. Hoe is de Amerikaanse constitutie eigenlijk tot stand gekomen? Ligt de soevereiniteit bij de afzonderlijke staten of het volk als geheel? Vervolgens worden de verschillende instituties die machtsevenwicht moeten bewerkstelligen tegen het licht gehouden. Wat is het nut van de Senaat? En welke relevantie heeft dat voor de positie van de Senaat vandaag de dag? Daarna wordt ingegaan op het idee van staatsmanschap. Wat is staatsmanschap precies en waarom is dit belangrijk in tijden van crisis en gevaar? Dan volgt een casestudy over Corsica, waar kort voor de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog reeds werd geëxperimenteerd werd met republikeins zelfbestuur zonder standenonderscheid. Op welke manier heeft dit precedent invloed gehad op de Federalist Papers? Tot slot wordt de receptie van de Federalist Papers in de Verenigde Staten en Duitsland behandeld. De bundel wordt afgesloten met een algemeen overzicht waarin de Federalist Papers in de bredere staatsrechttraditie wordt geplaatst.

De bundel heeft een heldere opbouw, een goed notenapparaat en een uitgebreide bibliografie. Voor alle CDJA’ers en in het bijzonder juristen, politicologen, bestuurskundigen en historici is het de moeite waard om de bundel aan te schaffen. Het is het eerste ooit gepubliceerde boek over de Federalist Papers in het Nederlands taalgebied en is voor een begrip van de staatsleer en constitutionele theorie onmisbaar.

De aanloop naar de Europese verkiezingen

Na het verkiezingscongres in november 2018, vond van 21 tot en met 23 februari weer de eerste council meeting van de jeugd van de Europese Volkspartij (YEPP) plaats, dit keer in het mooie Praag. Ieder volwaardig lid van het YEPP mag zich tijdens deze bijeenkomsten laten vertegenwoordigen door twee afgevaardigden. Naast de Internationaal Secretaris, Carlo de Witte, werd het CDJA deze keer vertegenwoordigd door het Dagelijks Bestuurslid Politiek en Internationaal, Robert Klaassen.

Het overkoepelende thema was de digitale samenleving en de toekomst van democratie. De panels en workshops gingen over onderwerpen zoals de implicaties van digitalisering voor verkiezingen en de bescherming van democratie. Deze thema’s zijn leidend voor de panels en workshops, maar niet per se voor de politieke inhoud. De delegaties en het nieuwe bestuur kwamen ditmaal samen om te beraadslagen over vijftien resoluties en een jongerenmanifest. Eerder werd in november het nieuwe Politiek Programma, het hoogste document, al vastgesteld met de nodige amendementen vanuit onze kant, waaronder de toevoeging van de Rode Kaartprocedure. Met het oog op de aankomende Europese verkiezingen in mei achtte het bestuur het belangrijk (mede daaruit) speerpunten te bundelen in een manifest.

Het voorgestelde jongerenmanifest bestond uit vijf thema’s beschreven op een kleine vier pagina’s. De thema’s in het manifest waren jongerenempowerment, een digitaal Europa, sociale cohesie, een duurzaam Europa en de toekomst van Europa. Voor ieder van deze thema’s had het bestuur een of twee resoluties ingediend waarin een concreet aspect binnen dat thema werd uitgewerkt. Verscheidene aspecten in het manifest lokten vurige debatten uit. De volledige vervanging van het stemmen op basis van unanimiteit in de Raad van de Europese Unie (momenteel hoofdzakelijk alleen nog voor terreinen die geschaard worden onder het concept high politics) met een gekwalificeerde meerderheid op alle beleidsterreinen bleek in het bijzonder de delegaties te splijten. Nadat de betreffende zin eerst met een kleine marge eruit geamendeerd was, werd het met een aanpassing toch weer nipt terug erin geplaatst. Deze aanpassing houdt in dat de uitbreiding van gekwalificeerd stemmen alleen zou gaan gelden voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB). Daarbij zouden stemmingen op deze beleidsterreinen niet bindend zijn voor de landen die tegenstemmen. Hiermee is het dus in feite een uitwerking van het multi-speed Europe concept.

Een tweede belangrijk aspect in het manifest was subsidiariteit. In samenwerking met onze partners in het YEPP legt het CDJA hier altijd een grote nadruk op. Voortbouwend op een eerdere CDJA bijdrage aan het witboek over de toekomst van de Europese Unie heeft onze delegatie een belangrijk amendement ingediend dat het belang van subsidiariteit benadrukt. Het amendement stelt dat de meeste beleidsterreinen een nationale bevoegdheid moeten blijven, waaronder in het bijzonder belastingen, pensioenen, gezondheidszorg, onderwijs en cultuurbeleid. Ondanks de immer centraliserende neigingen van verscheidene delegaties hadden we toch een duidelijke meerderheid voor ons voorstel. Het manifest werd uiteindelijk unaniem aangenomen door de council. Aansluitend benadrukte de campagneleider van de Europese Volkspartij, Dara Murphy, in zijn speech het belang van het zojuist unaniem aangenomen jongerenmanifest. Deze unanimiteit is echter eerder regel dan uitzondering. Over het algemeen worden witboeken, Politieke Programma’s en manifesten, ondanks de soms felle debatten,  zonder tegenstem aangenomen. Dit geldt echter niet voor resoluties. Verscheidene van de vijftien ingediende resoluties zijn uiteindelijk niet aangenomen. Voor alle YEPP evenementen geldt daarbij dat de aangenomen resoluties, witboeken, verkiezingsprogramma’s en/of manifesten (op termijn) worden gepubliceerd in de bibliotheeksectie op de website van het YEPP. Om een (beter) beeld te krijgen van de koers van het YEPP kan ik het zeker aanraden deze sectie van de website eens te bezoeken. Bij vragen over of interesse in ons internationale werk kun je contact opnemen met Carlo (c.dewitte@cdja.nl), Peter (ais@cdja) of Robert (r.klaassen@cdja.nl).

Politieke update

Afgelopen november heb ik Mark van de Fliert mogen opvolgen als jullie Dagelijks Bestuurslid Politiek en Internationaal. Dankzij het harde werk van de politieke commissie zijn er sinds die tijd zo’n veertien resoluties aangenomen door het Algemeen Bestuur, zijn er op het CDA-congres afgelopen februari vijf resoluties van CDJA-huize overgenomen en werden er op datzelfde congres vijf van onze tien amendementen op het Europees verkiezingsprogramma aangenomen. Wat mij betreft is dit een prachtig resultaat voor een relatief korte periode van drie maanden! Vanwege de grote hoeveelheid inhoudelijke stukken die langs zijn gekomen, wil ik mij in deze politieke update beperken tot een samenvatting van de aangenomen stukken in de afgelopen maanden aan de hand van een aantal thema’s.

Buitenlandse Zaken en Europa

  • Geloofsvrijheid: in deze resolutie roepen wij de Nederlandse regering op om meer te doen voor onderdrukte religieuze minderheden in Azië en Afrika.
  • Nationale Veiligheidsraad: wij constateren dat het Nederlandse veiligheidsbeleid op dit moment nog te veel is gefragmenteerd door de betrokkenheid van verschillende ministeries, instituten en agentschappen. Een Nationale Veiligheidsraad naar Amerikaans model zou volgens ons bevorderlijk zijn voor een betere samenhang in ons veiligheidsbeleid.
  • PESCO: PESCO, de samenwerking tussen EU-landen op het gebied van defensie, is volgens ons een goede aanvulling op de NAVO. Wel vinden wij dat PESCO geen opmaat mag zijn naar een Europees leger en dat lidstaten hun soevereiniteit op dit vlak moeten behouden.
  • Zomer-/wintertijd: de huidige discussie rondom de zomer- en wintertijd is volgens ons niet vruchtbaar. Wij vinden dat een eenzijdige keuze voor de zomer- of wintertijd negatieve gevolgen met zich mee zal brengen op het gebied van gezondheid, interne markt en energieverbruik, en pleiten daarom voor het behoud van de status quo op dit vlak.

Duurzaamheid, Natuur en Landbouw

  • Zonnepanelen plaatsen met een zonneladder: in deze resolutie spreekt het CDJA zich uit tegen het plaatsen van zonnepanelen op landbouwgrond. Wel moet de overheid volgens ons het plaatsen van zonnepanelen op daken en braakliggende grond blijven stimuleren.
  • Afvalscheiding als afleiding: afvalproductie van huishoudens is een probleem dat op dit moment niet optimaal wordt opgepakt. Wij spreken onder meer uit dat de overheid op Europees niveau moet werken aan het opzetten van een duurzame afvalverwerkingsindustrie.
  • Rechtvaardiging burgerluchtvaart: de overheid heeft flinke ambities om de CO2-uitstoot in de komende decennia te reduceren. Wij spreken ons in deze resolutie uit voor het afschaffen van de BTW-vrijstelling voor vliegtickets en vragen de Nederlandse regering zich in te zetten voor een belasting van CO2-uitstoot door burgerluchtvaart op Europees niveau.
  • Nucleaire energie als onderdeel van de transitie: in deze resolutie spreken wij ons positief uit over de mogelijkheden die kernenergie biedt in de energietransitie naast andere vormen van hernieuwbare energieopwekking.

Sociaaleconomische Zaken en Financiën en Digitalisering en Infrastructuur

  • Nederland kunstmatiger intelligenter: de eerste resolutie van een tweeluik. In deze spreken wij onder meer uit dat de overheid er samen met bedrijven naar moet streven om het bewustzijn onder werknemers over de gevolgen van automatisering en kunstmatige intelligentie te verhogen.
  • Klasse kunstmatige intelligentie in de klas: de tweede resolutie van een tweeluik. In deze resolutie spreken wij onder meer uit dat er tijd en budget vrij moet komen om digitalisering en kunstmatige intelligentie een prominentere rol te geven in het onderwijscurriculum.
  • Een solidaire AOW, voor iedereen: wij roepen middels deze resolutie op tot solidariteit tussen generaties als het gaat om de veranderingen in het pensioenstelsel. Daarnaast vragen wij onder meer aandacht voor de problemen die flexibilisering van de AOW-leeftijd met zich mee kan brengen voor bijvoorbeeld werknemers met een zwaar beroep.

Resoluties die niet afkomstig zijn uit de werkgroepen

  • Broez’n naar Grunn: op initiatief van het CDJA Groningen wordt aandacht gevraagd voor de huidige staat van het openbaar vervoer in de noordelijke provincies van ons land. Met deze resolutie spreken wij ons uit voor de komst van de Hondsruglijn en Zuiderzeelijn.
  • Vuurwerkverbod: tijdens de jaarwisselingen in de afgelopen jaren raken onverminderd veel mensen gewond door vuurwerk. In deze resolutie spreken wij ons in navolging van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid uit voor een verbod op losse pijlen en knalvuurwerk voor consumenten. Carbid vormt hierop een uitzondering.
  • De regels van het spel: deze resolutie over studiefinanciering is geschreven door het CDJA Gelderland. Het CDJA spreekt hierin met name uit dat de regels die aan het begin van de studieperiode van een student gelden voor studiefinanciering en het terugbetalen van schulden moeten gelden voor de gehele studieperiode van die student.

Overig nieuws

  • In de AB-vergadering van 16 januari is Arne de Kruijff verkozen tot de nieuwe voorzitter van de werkgroep Buitenlandse Zaken en Defensie. Arne, van harte welkom en veel succes gewenst!
  • Op het CDA-congres op 9 februari zijn alle vijf resoluties die het CDJA heeft ingediend aangenomen! De resoluties spraken zich onder meer uit voor meer kansen voor kinderen in armoede, tegen de verlenging van de proeftijd voor werknemers van twee naar vijf maanden en voor een positief en ambitieus klimaatbeleid.
  • Op het CDA-congres werden ook vijf van onze amendementen op het verkiezingsprogramma voor de Europees Parlementsverkiezingen overgenomen! De amendementen gingen onder meer over het vergroten van de toegankelijkheid van het Erasmusprogramma voor MBO’ers en HBO’ers en het introduceren van een compensatieheffing op niet-duurzaam gekweekte of gevangen vis. Ook spraken wij ons uit tegen transnationale lijsten bij Europese verkiezingen.
  • Op 5 en 6 juli organiseert het CDJA een conferentie met de Young Conservatives over de relatie tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Heb je interesse om mee te praten over de organisatie? Meld je dan aan via politiek@cdja.nl.
  • Op 27 en 28 juni vindt het jaarlijkse PJO-parlement plaats. Voor vragen over deelname kun je op Facebook kijken (https://www.facebook.com/events/2617750908266774/) of een mail sturen naar politiek@cdja.nl.

Heb je vragen over de werkgroepen of wil je je misschien bij de werkgroepen aansluiten? Stuur mij dan een mail via politiek@cdja.nl!

Schipper steekt van wal

Een stem geven aan mensen. Zo leidde ik mijn speech in op het afgelopen CDA-congres. Dat vond ik het allermooiste in de afgelopen twee jaar. En hoewel ik dat hopelijk nog heel lang mag blijven doen, zal dat niet lang meer als voorzitter van het CDJA zijn. Ik moet er namelijk nu echt aan geloven: mijn allerlaatste column als voorzitter voor ons ledenblad. Bitterzoet: bitter, omdat ik na jaren actief zijn in het CDJA afscheid zal nemen van (en dat zeg ik niet omdat ik er voorzitter van ben) de meest inhoudelijke en actieve politieke jongerenorganisatie van Nederland. Zoet, omdat ik mag terugkijken op twee ontzettend succesvolle jaren. Succesvolle jaren door het harde werk van zoveel CDJA’ers. Jullie inzet, doorzettingsvermogen en enthousiasme heeft deze verenging én, ik durf zelfs te zeggen het CDA, een heel stuk verder gebracht. Want: wat hebben we twee mooie jaren achter de rug. De krant, radio of TV: we waren niet te missen in de media, haalden honderden nieuwe leden binnen en drukten een grote stempel op het CDA.

Twee jaar terug werd ik dankbaar gekozen met een eigen programma. Daarvan is zo’n beetje alles gerealiseerd, en daar ben ik trots op. Een van die punten was de digitalisering van ons ledenblad. Ik ben trots op het resultaat en bedank hiervoor mede de redactiecommissie. We hebben als team mooie stappen kunnen maken. Ja, als team. Want voor de duidelijkheid: ik ben en doe niks zonder mijn team achter mij, met in de afgelopen maanden Klaas Valkering, Marc Dorst, Renate Wijmenga, Robert Klaassen, Tom Scheepstra en Job van den Broek.

Een stem geven aan mensen is wat ik samen met zo velen van jullie heb mogen doen. Lokaal, provinciaal, nationaal en binnen de vereniging.

Een stem geven aan mensen is wat ik samen met zo velen van jullie heb mogen doen. Lokaal, provinciaal, nationaal en binnen de vereniging. Jaren waarin we de lasten van het falende leenstelsel een beetje mochten verlichten en oplossingen aandroegen voor (aankomend) studenten en starters. Waarin loondispensatie en de dividendbelasting van tafel werden geschoven. Waarin een klimaatwet werd getekend en het kinderpardon werd verruimd. Zaken die we als CDJA belangrijk vinden en waar we dan ook actief voor hebben gepleit. We gaven een stem aan vrijwilligers, aan studenten die niet durven te studeren, aan mensen met een arbeidsbeperking, aan starters die geen betaalbare woning kunnen vinden, aan kinderen die opgroeien in armoede, aan alleenstaande ouders die er opeens alleen voor staan. Wij geven een stem aan de toekomst. En dat blijven we als CDJA hopelijk nog heel lang doen. Daar zijn we immers voor in de politiek: mensen een stem geven, oplossingen bieden en werken aan een land dat we kunnen doorgeven.

Over twee maanden geef ik het stokje (of heel letterlijk, de voorzittershamer) door aan de volgende voorzitter. CDJA: blijf wie je bent. Open, als een volkspartij. Een leerschool, voor iedereen die een stem geeft aan mensen. Kritisch, zodat we echt een land creëren dat we kunnen doorgeven. Sociaal, omdat de samenleving niet alles zelf kan oplossen. Gemotiveerd, om de meest actieve politieke jongerenorganisatie van Nederland te blijven.

Contact

Beste

We helpen jou graag aan een antwoord op al je vragen over Interruptie. Stel ze gerust in het contactformulier op deze pagina.