Lustruminterview Hubert Bruls: “Ik heb bijna alle 40 jaar CDJA meegemaakt.”

Interview


Hubert Bruls is burgemeester van Nijmegen en voorzitter van het Veiligheidsberaad. Eerder was hij burgemeester van Venlo en lid van de Tweede Kamer voor het CDA.

Wat was voor u de reden om lid te worden van het CD(J)A?

“Ik werd op mijn tweeëntwinstigste lid in 1986 bij zowel het CDJA als het CDA: een combi-lidmaatschap. Ik heb dus ook bijna alle 40 jaar meegemaakt. Mijn lidmaatschap heb ik aan mijn vader te danken. Toen ik nog wat aarzelde om lid te worden heeft mijn vader de provinciale afdeling in Arnhem gebeld en gezegd: ‘maak hem maar lid’. Mijn vader was in de jaren ’60 en ‘70 politiek actief in mijn geboorteplaats Nuth. Dat ik lid zou worden was al in de sterren geschreven: het CDA-gedachtegoed heb ik van jongs af aan meegekregen. Het community denken – niet de overheid, niet het individu, maar de samenleving – spreekt mij erg aan. Het past ook bij mijn katholieke geloof.

Ik werd aanvankelijk vooral actief binnen het CDJA, als voorzitter van de kern-Nijmegen, zoals dat toen zo mooi heette. Later ook in het provinciaal bestuur van het CDJA. Interruptie bestond toen overigens ook al, ik vond het leuk om te zien dat die naam hetzelfde gebleven.”

Is lid zijn van een politieke partij/het CDA in 2021 heel anders dan in de jaren ‘80

“De samenleving is natuurlijk enorm verandert. Het CDA was de dominante partij in de jaren ‘80, tot aan 1994. Daarna zijn we kleiner geworden, ook qua leden. Dat heeft ook de manier van politiek voeren veranderd. Mensen zijn minder honkvast. Destijds werd je lid van een politieke vereniging, nu ben je meer abonnee, zoals je dat van Netflix bent. Dat was trouwens al aan het veranderen in de jaren ‘80 als je het vergelijkt met de jaren ‘50. Wat ik daar goed aan vind is dat de partij opener geworden is. Vroeger moest je flink meer bruggen oversteken als je iets wilde. De  keerzijde is wel dat er nu minder loyaliteit is. Dat was vroeger gewoon een gegeven: loyaliteit aan de kerk, aan de vakbond, aan een politieke partij. Het CDA was toen een netwerk van 90.000 leden, het CDJA was ook veel groter. Wat wel hetzelfde is gebleven: het CDJA kent vooral veel studenten. Dat is nu zo en dat was toen ook.”

En als u de standpunten van het CDJA destijds met die van nu vergelijkt, wat waren jullie stokpaardjes? Nu zijn dat dingen als de studiebeurs, het vaste contract en stimuleren van de woningmarkt. Voerden jullie toen ook nadrukkelijk actie met bepaalde punten? 

“Oei, dat is een leuke vraag. Even denken hoor. Sowieso ben ik landelijk niet actief geweest binnen het CDJA, vooral lokaal en in de provincie, dat is überhaupt het geval als ik een beetje kijk wat ik gedaan heb. Maar studie en onderwijs waren toen uiteraard heel belangrijk voor het CDJA. We waren een jongerenclub, dus dan ga je je daar sowieso op richten. Wonen was als thema toen minder, dat heeft alles te maken met de woonsituatie van nu, die ook voor jongeren dramatisch is. In 1986 was dat anders.

Kwesties die in de jaren ‘80 speelden waren bijvoorbeeld kernwapens: het kruisrakettendebat. En oost-west-verhoudingen: dat was dé bepalende politieke lijn toen, zoals het nu gaat over China en Rusland, maar dat verdween in 1989 met de val van de muur natuurlijk. Maar daar hielden wij ons als jongeren ook echt mee bezig, niet alleen met jongerenthema’s. Buitenlandse thema’s dus, zoals ook OS (ontwikkelingssamenwerking), vonden we ook echt belangrijk en immateriële thema’s (zoals abortus, euthanasie). De euthanasie- en abortuswetgeving zoals die er nu is was er toen nog niet. Al met al was het denk ik niet zo dat we een paar stokpaardjes hadden, het was een groot palet aan thema’s die belangrijk waren.”

Was het CDJA toen kritisch ten opzichte van het CDA?

“Ja we hadden eigen ideeën. We werden binnen het CDA toen ook wel de ‘horzel van de partij’ genoemd, haha. Maar wel altijd op een constructieve manier. Dat past ook bij jongerenpartij, vind ik: net even wat scherper, je bent een eigen club. Het CDJA is ook echt een vormingsplek, waar je het politieke bedrijf leert kennen. Soms houd je dan de moederpartij scherp op principes, soms probeer je de partij juist net even wat verder trekken dan ze wil gaan. Destijds ook wel tekeningetjes, spotprentjes, die de horzel-rol van het CDJA symboliseerden, haha. Naja, na 55 jaar mag ik wel zeggen dat jongeren niet altijd gelijk hebben. Ervaring is een groot goed. Maar, frank en vrij, vanuit eigen invalshoek nadenken over de partijlijn is net zozeer een groot goed. Meestal waardeerden CDA’ers die ‘horzel-rol’ ook echt, ook de oudere leden. Ieder mens heeft het recht erop om zijn eigen cirkel door te maken. Je kunt heel veel leren, maar je moet het ook ervaren. Waarom doen we de dingen zoals we ze doen? Soms ben je dan heel kritisch, soms heel open en neutraal. Af en toe moet je gewoon de vragen kunnen stellen die al een miljoen keer gesteld zijn.”

Naast burgemeester van Nijmegen heeft u een verantwoordelijke positie als voorzitter van het veiligheidsberaad. Waarom bent u – voor de coronacrisis – voorzitter geworden van dit beraad?

“In Nederland hebben we 25 veiligheidsregio’s. Die worden bestuurd door de burgemeester van de grootste gemeente in de regio. In mijn regio is dat Nijmegen. De veiligheidsregio’s zorgen ervoor dat er een brandweer is. Ook worden er afspraken gemaakt over crisisvoorbereiding en crisisbeheersing. Het veiligheidsberaad is het overlegorgaan tussen de voorzitters van de veiligheidsregio’s en de minister van Veiligheid en Justitie.

Er zijn dus 25 kandidaten die voorzitter van het veiligheidsberaad kunnen worden. Die 25 voorzitters zitten vervolgens in het landelijk veiligheidsoverleg en daarvan is ook weer in voorzitter nodig. Daar staan ook termijnen op. Toen in het najaar van 2016 de voorzitter met pensioen ging, ook als burgemeester, hebben ze gevraagd of ik het wilde overnemen. Toen ik het werd was het nog niet bekend dat er een crisis zou komen en ook niet dat het een belangrijke rol zou spelen in de crisis. Nu we zoveel contact met het kabinet hebben, is er opeens een forse weektaak bij gekomen met deze nevenfunctie. Het veiligheidsberaad houdt zich bezig met de uitvoering en handhaving van beperkende coronamaatregelen. Hier geven we adviezen over aan de minister.”

In de campagne ging het ook op verschillende plekken over een herstelplan en Nederland na de crisis. Wat is de rol van het veiligheidsoverleg daarin?

“Bij het denken over herstelplannen gaat het heel duidelijk over sociaaleconomische ontwikkelingen, dat is meer voor de gemeente. Vooral begin maart vorig jaar waren wij in beeld, om al die beperkende maatregelen uit te voeren. Voor ons ligt de concentratie op uitvoering en handhaving, bijvoorbeeld de aansturing van de politie en gemeentelijke handhavers. Tot 1 december 2020 deden we dat met noodverordeningen. Per 1 december is dat veranderd, omdat er meer normale verhoudingen moesten komen, aangezien het zo lang duurde. Dat is toen neergelegd bij alle burgemeesters, maar die coördinerende rol is eigenlijk hetzelfde gebleven. We komen wekelijks nog steeds bij elkaar om af te stemmen. Ook het veiligheidsberaad komt bij elkaar om een en ander tussen regio’s af te stemmen. Bij het openingsplan zijn we op die manier heel nauw betrokken geweest. Maar met de herstelfase gaan wij ons niet bemoeien. Dan zal je waarschijnlijk zien dat wij als veiligheidsraad meer naar de achtergrond gaan. Het herstel in de samenleving duurt veel langer, dat is iets van onder andere gemeenten. We zullen wel blijven afstemmen, maar de directe rol zal minder worden: de veiligheidsregio’s zijn echt vooral voor de uitvoering en de crisisbestrijding.”

Wilt u de CDJA’ers tot slot nog iets meegeven?

“De leukste ervaring in mijn CDJA-tijd was buiten eigen stad in aanraking komen met CDJA’ers, dat was echt een extra toevoeging voor mijn studententijd, buiten je bubbel komen, dat woord was toen alleen nog niet bekend, haha. Hoewel je als CDJA’ers dezelfde politieke visie hebt, heb je toch andere ervaringen: sommigen werken al, anderen waren betrokken bij de boerderij van hun vader. Die verschillen hebben mij enorm verrijkt. Dat maakt je sterk, dat maakt CDJA als geheel ook sterker. Praktisch voorbeeld: stel je wil een motie indienen op een partijcongres, als je dan je netwerk op orde hebt, heb je een grote kans van slagen. Maar die persoonlijke verrijking vond ik echt de leukste ervaring. Als ik nu mensen tegenkomen uit die tijd is dat nog steeds heel fijn. Bijvoorbeeld CDJA-ers van de Veluwe, van de strenge protestantse kant, terwijl ikzelf uit het lichtelijk anarchistische katholieke Nijmegen kwam. Alsnog hebben tot op de dag van vandaag erg goed contact. Mijn advies is dus echt: zoek de verbreding op.”

Authors

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *