Abel Herzberg lezing Hugo De Jonge: Een ode aan het christendemocratische mensbeeld

Uncategorized

Het jaar 2020 zal bij iedereen in de boeken komen te staan als een veelbewogen en bijzonder jaar. De coronamaatregelen hebben een diepe impact gemaakt op ieders persoonlijk leven. Echter, hoe ingrijpend dit ook allemaal is, het is niets vergeleken met het turbulente jaar van Hugo de Jonge. Op 19 maart nam hij midden in een uitslaande pandemie het stokje over van de oververmoeide Bruno Bruins en vanaf toen is de storm nergens meer echt tot rust gekomen. Naast minister van Volksgezondheid, CDA-vicepremier en ‘Chef Corona’ is hij na een bewogen interne partijverkiezing ook aangewezen als politiek leider. Nu het stof een beetje is gaan liggen heeft De Jonge eindelijk tijd om ons mee te nemen in zijn verhaal voor Nederland. Zonder interrupties van de Kamervoorzitter en journalisten, die hem regelmatig aansporen om tempo te maken, kon Hugo in de anderhalf uur durende Abel Herzberg lezing zijn oude schoolmeesters rol weer helemaal oppakken. Het CDJA was hierbij en brengt verslag uit!

Wat opviel aan de lezing naast de beperkte hoeveelheid publiek en de desinfectiepompjes was dat Hugo in de lezing zijn functie als coronaminister volledig integreert met zijn visie op de toekomst van Nederland. De coronacrisis legt zijns inziens bloot wie we als mensen werkelijk zijn.

Geïllustreerd door psalm 8, zoals een domineeszoon betaamd, wordt de dualistische natuur van de mens blootgelegd. Wanneer we kijken naar de maan en de sterren en de natuur om ons heen dan kan de mens soms zo nietig en klein aanvoelen. Anderzijds kan deze kleine mens soms tot veel kwaad in staat zijn. Hugo licht dat toe aan de hand van een ‘bloemlezing van drek’ die dagelijks via sociale media de ether in wordt geslingerd. Het virus lijkt hierbij te fungeren als een katalysator van deze haat.  Ook persoonlijk krijgt Hugo hiermee te maken: ‘massamoordenaar’, ‘Vaccinazi’, ‘Hugo Hitler’, het is maar een kleine greep uit de waaier aan kleurrijke maar smakeloze beledigingen.

Maar gelukkig gaat psalm 8 verder: God heeft de mens bijna een god gemaakt, gekroond met glans en glorie. “In al onze kleinheid zijn we tot grootse dingen in staat.” Men staat voor elkaar klaar, geeft een hand als men het moeilijk heeft en doet zijn best om het leven van de ander dat kleine beetje beter te maken. Dit zorgen voor elkaar is de kern van ons mens zijn. Juist in het begin van de coronacrisis hebben we deze kant van de mens goed kunnen zien. Maatschappelijke initiatieven zoals support your local, het boodschappen doen voor kwetsbare en zorgmedewerkers zijn hier een mooi voorbeeld van. In de woorden van Hugo de Jonge:We hielden afstand, maar waren misschien wel dichterbij dan ooit”

Deze solidariteit is volgens De Jong de kern van ons mens-zijn en het fundament van onze samenleving. “Sinds mensenheugenis is de zorg voor elkaar de manier om vooruit te komen.” De verbondenheid die we aan het begin van de crisis voelden heeft echter niet alle onzekerheden weten weg te nemen. De coronacrisis legt eerder een vergrootglas op de onzekerheden die er al waren. Onzekerheid over je baan, je huis en je pensioen leidt ertoe dat mensen deze belangrijke solidariteit niet meer ervaren.  In deze onzekerheden ziet De Jonge net als eerdere partijleider Buma de bron van het populisme.

Deze toegenomen onzekerheid toont volgens De Jonge dan ook aan dat het neoliberalisme geen oplossing biedt voor de problemen van vandaag en de toekomst. Dit sluit natuurlijk helemaal aan bij de tijdsgeest waarin zelfs de liberalen afstand nemen van het neoliberalisme. De liberale agenda heeft gezorgd voor een samenleving waar het recht van de sterkste veel te veel ruimte heeft gekregen. De coronacrisis heeft dit inzicht alleen maar versterkt. Volgens Hugo de Jonge ligt de oplossing hiervoor in een stevig fundament van verbondenheid en solidariteit. We kunnen pas echt vrij zijn als we tegelijkertijd verbonden en solidair zijn. Een nieuwe samenlevingsagenda gestoeld op solidariteit moet daarom vooropgesteld worden als we langzaam uit de huidige crisis klimmen.

Over de concrete invulling van deze solidariteit blijft De Jonge echter relatief vaag in zijn lezing. De solidariteit tussen generaties zou hersteld moeten worden om te voorkomen dat er een coronageneratie ontstaat. De solidariteit in de arbeidsmarkt moet hersteld worden omdat het huidige systeem vooral voordelig is voor hoogopgeleiden en werkgevers en de solidariteit in de zorg moet versterkt worden door doorgeschoten marktwerking af te remmen. Wanneer na afloop van de lezing gevraagd wordt hoe dit dan gedaan zou moeten worden komt Hugo echter niet verder dan algemene frasen als: “We moeten het advies van commissie Borstlap ter harte nemen”. Bij de bespreking van marktwerking in de zorg valt De Jonge steeds terug op het specifieke voorbeeld van het aanpassen van het aanbestedingsrecht. Vanwege concurrentiebeding zou het namelijk lastig zijn voor zorginstellingen om samen te werken. Al met al zijn dit goede initiatieven, echter men zou meer inhoudelijke visie verwachten van een man die nota bene vier jaar minister van Volksgezondheid is geweest. Hopelijk zullen deze punten meer worden uitgediept in het binnenkort te presenteren verkiezingsprogramma.

Het laatste punt waar solidariteit hersteld zou moeten worden is de solidariteit in buurten en gemeenschappen. Hugo koppelt dit aan zijn eerder gelanceerde plan om de grip op migratie terug te krijgen. Migratie moet ons niet langer zomaar overkomen. Zo zou er nagedacht moeten worden over een bovengrens voor immigratie. Migratie is namelijk een belangrijke bron van onzekerheid en polarisatie en deze problemen slaan disproportioneel neer in arme arbeiderswijken in grote steden. Dit schaadt de onderlinge solidariteit in deze buurten en zorgt ervoor dan men zich niet meer herkent in de eigen buurt.  Kenmerkend voor Hugo de Jonge spreek hij hierbij uit zijn eigen ervaring als inwoner van Rotterdam Zuid en onderwijzer in de Millinxbuurt. Alhoewel de analyse raak is, wordt er in deze redenering erg snel over het Europese vrije verkeer van personen gestapt. In hoeverre is het werkelijk mogelijk om weer ‘grip’ te krijgen op het aantal arbeidsmigranten wat Nederland jaarlijks ontvangt? Daarnaast is het koppelen van solidariteit en migratie natuurlijk erg ongelukkig wanneer de inkt van de net getekende Moria-deal nog nauwelijks droog is. In de vraagstelling achteraf werd dit punt verder ter discussie gesteld en je zag Hugo hiermee worstelen.

Een punt waar de CDA-lijsttrekker wel erg duidelijk in was, is de stellingname tegen racisme. Aangegrepen door het antisemitisme wat vaak terugkomt in het werk van Abel Herzberg, neemt Hugo stevig positie in tegen racisme. Men zou – zo lijkt het – een extra categorie solidariteit aan de lezing van De Jonge kunnen toevoegen: solidariteit tussen bevolkingsgroepen. “Wanneer mensen elkaar niet meer willen zien, elkaar niet meer willen begrijpen en niet meer met elkaar verder willen, dan spreekt men van racisme”.

Al met al was de Abel Herzberglezing een lofzang op het christendemocratisch mensbeeld, waarin mensen tot hun recht komen in relatie tot de ander. De Jonge gaf daarbij onder meer aan hoe men tijdens de uitbraak van het coronavirus dit mensbeeld weer heeft kunnen zien en hoe hard dit inzicht nodig is om in de toekomst vooruit te kunnen. In het post neoliberale tijdperk hebben we – zo suggereert De Jonge – onderlinge solidariteit nodig om een nieuwe samenlevingsagenda te formuleren waarin iedereen mee kan doen en niemand in de steek gelaten wordt. Hoe we deze visie uiteindelijk vorm gaan geven is nog niet volledig duidelijk geworden in de lezing, maar gelukkig bestaat een partij uit meer dan een lijsttrekker. Ook binnen het CDA bestaat solidariteit tussen alle leden om hier uiteindelijk ‘samen’ uit te komen.

Authors

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *