Buma: “Ik ben niet het orakel uit het noorden”

Interview

Na zeventien jaar verruilde Sybrand Buma de Haagse politiek voor het burgemeesterschap in Leeuwarden. Wij spraken hem over zijn werk als burgemeester, zijn tijd als fractievoorzitter en partijleider, de koers van het CDA en natuurlijk ook over corona.

Hoe bevalt het als burgemeester?

“Het bevalt heel goed! De lokale politiek is heel anders dan de landelijke politiek. In de maalstroom in Den Haag ben je 24 uur per dag bezig met politiek. Mijn rol als burgemeester is anders, omdat ik niet langer zelf de politicus bent. Politiek kent in Nederland geen echte structuur, maar als burgemeester boven een groot apparaat zie ik dat daar wel structuur bestaat. Dat werkt veel rustiger. Het is natuurlijk lang niet altijd rustig te noemen, maar je kunt hier niet overal het woord ‘politiek’ op plakken. Wat ik nu doe is besturen. Neem zorg als voorbeeld. Het is een strijd om goed beleid te maken in een markt met meer vraag dan geld en aanbod. Dat komt wel terug in de raad, maar het is geen dagelijkse politiek. De grote thema’s in gemeentes zorgen voor politiek ingewikkelde opgaven, maar in mijn dagelijkse werkzaamheden als burgemeester sta ik er net iets verder vanaf. Wat betreft tijdsbesteding maakt het niet zoveel uit: ik werk net zoveel als in de landelijke politiek. Maar de dingen die ik doe zijn niet vol dagelijkse spanning aan het einde van de dag; geen journaal, krant en sociale media die altijd wat vinden.”

Wat is de impact van het coronavirus en de maatregelen daaromtrent op uw werk?

“Het werk als burgemeester is totaal op zijn kop komen te staan. Het gewone werk is bijna tot nul teruggebracht. Daar staat tegenover dat het voorzitterschap van de veiligheidsregio Friesland nu negentig procent van mijn tijd inneemt.”

Hoe is het om zowel voorzitter van de veiligheidsregio als burgemeester te zijn?

“De veiligheidsregio betreft zowel de GGD, met bijvoorbeeld vragen over testen en zorginstellingen, als het handhaven van de afgesproken regels en het doorgeven van nieuwe regels. In het noorden willen mensen bijvoorbeeld bij mooi weer naar de Waddeneilanden. Wij moeten dan meteen beslissen of we dingen afsluiten, of op een andere manier reageren. Alles houdt nu verband met corona.

In de gemeente zijn we veel meer bezig met de financieel-economische gevolgen van het virus. Onder meer de horeca en recreatie hebben het moeilijk, en als gemeente kijken we naar wat we kunnen doen om te helpen. Ook zijn we vooruit aan het kijken. Corona kost immers veel geld en we zullen straks met nog minder geld verder moeten. Dus ook waar onderwerpen niet direct crisis gerelateerd zijn, wordt alles bepaald door veranderingen door de crisis.”

Hoe bevalt het om minder bezig te zijn met partijpolitiek?

“Daar was ik wel echt aan toe! De landelijke politiek had ik niet willen missen, maar ik ben zeventien jaar Kamerlid geweest en de afgelopen negen jaar fractievoorzitter en politiek leider, en dat was altijd politiek. Alles kwam pas op mijn bordje als het een politieke lading had. Ik werd dus ook geacht om overal iets van te vinden. Het vak is om dat goed te doen, en namens je partij naar buiten te treden. Ik begon me af te vragen: wil ik in 2021 nog een keer campagne voeren? En dan weer vier jaar verder? Ik wilde een andere kant uit, en het burgemeesterschap in Leeuwarden paste daar ontzettend goed bij. Ook is de ervaring die ik heb nu heel waardevol. Ik snap het politieke proces en schrik nergens van.”

Klopt het dat er steeds meer van de burgemeester gevraagd wordt, met name wat betreft de openbare orde en veiligheid? Wordt de positie van de burgemeester daarmee politieker?

“Ik ben inderdaad een groot deel van mijn tijd bezig met openbare orde en veiligheid, los van de representatieve onderdelen en het contact houden met mensen. In Leeuwarden hebben we bijvoorbeeld recent onze capaciteit voor de politie moeten beperken. Er komen minder agenten, wat betekent dat ik een aantal evenementen voor volgend jaar niet meer kan toelaten. Ook hebben we het laatste politiebureau in het centrum voor bezoekers moeten sluiten. Openbare orde en veiligheid doe ik als burgemeester, niet als college, en de keuzes die ik maak zijn heel groot. Ik sluit bijvoorbeeld gemiddeld één drugspand per week. Recent moest ook het stationsgebied worden ontruimd vanwege iets wat daar gevonden werd. Dat heeft het nationale nieuws heeft gehaald. Verder is het vraagstuk van verwarde personen groot. De rol van de burgemeester gaat daarmee wel veranderen, maar je kunt er niet zomaar het woord ‘politiek’ op plakken. Het zijn grote bestuurlijke punten, waarbij ik voornamelijk het beleid van mijn voorganger voortzet. De werkelijkheid verandert: bijvoorbeeld een nieuwe wet rond verwarde personen; de politie wordt minder, en daardoor kom ik misschien tot andere keuzes dan mijn voorganger. Maar hij hield zich wel met dezelfde onderwerpen bezig.”

Hoe kijkt u terug op uw tijd als fractievoorzitter?

“Dat is een heel korte vraag voor iets wat natuurlijk een hele lange periode is geweest. Ik vond het heel mooi, maar tegelijkertijd ook een grote verantwoordelijkheid. Het is geen baan die je even makkelijk doet. Ik zie het voornamelijk als een verantwoordelijkheid die op mijn weg kwam en een taak die ik met veel genoegen heb gedaan. Er zijn echter ook dagen geweest waarop ik dacht: iemand anders mag het wel even van me overnemen.”

Hoe was het om tegelijkertijd fractievoorzitter en partijleider te zijn?

“Het was een totaal andere wereld. Een politieke partij leiden is ingewikkeld omdat je niet de voorzitter van de partij bent. Iedereen kijkt naar jou, maar wat je doet is binnen de partij geen formele functie. Van het partijbestuur was ik niet eens lid, maar adviseur. Collega’s in het buitenland begrepen er ook niets van. De functie van partijleider is er een die je met natuurlijk gezag moet veroveren en ontstaat als je als lijsttrekker gekozen wordt. Als je stopt, leg je de functie niet neer. Ik heb weleens voor de grap gezegd: ‘ik ben op dit moment nog steeds politiek leider van het CDA, want ik heb geen opvolger’ (ten tijde van het interview was Hugo de Jonge nog niet verkozen tot lijsttrekker, red.). Het is uiteindelijk een positie die aan de ene kant vereist dat je voortdurend naar voren stapt, maar CDA’ers willen graag nuance dus je moet ook weten wanneer je af moet schalen. Het is een functie vol kwetsbaarheden.”

Hebt u het gevoel dat u uw eigen visie op het CDA heeft kunnen ontwikkelen?

“Dat is iets waarin ik altijd heel voorzichtig ben geweest, omdat de partij zelf altijd zei: wij zijn van de visie. Je bevindt je in een moeilijke positie: men verwacht van jou visie te geven, tot de dag dat je hem geeft en dan zegt de partij: dat was niet de bedoeling. Met deze ingewikkeldheid hebben alle leiders van partijen als het CDA te maken. Maar ik heb het gevoel dat ik altijd kon doen wat ik wilde, en voelde daarbij geen enkele beperking.”

Hoe ervaart u de artikelen waarin beweerd werd dat u de koers van het CDA veranderd heeft, misschien zelfs wel verrechtst?  

“Nog voor de dag dat je daar zit, krijg je een stempel opgeplakt. Wat je vervolgens ook doet, je komt er niet weer vanaf. Mensen werken op een bepaalde manier; ik ook. Ik was woordvoerder justitie, dus vanaf dag één was ik iemand met een law and order-profiel. Ik keek bij mijn standpunten niet naar de vraag of ik een links of rechts standpunt innam. De stempel is heel bepalend. Nu ik weg ben, roepen sommige kranten dat het CDA een andere richting opgaat. Maar ik zie niet iets totaal anders. En stel dat het wel zo is, dan hoeft dat niet door de politiek leider te komen. Het CDA is uiteindelijk een democratische vereniging. Ik zou ook zeggen: kijk naar wat we feitelijk gedaan hebben. Volgens mij staat het CDA daar altijd in het midden.”

Wat zou u nu anders hebben gedaan?

“Jullie zijn de eersten die deze vraag stellen! In principe zou ik antwoorden dat er niets in mijn hoofd is waarvan ik nu denk: dit zou ik anders hebben gedaan. Ik ben iemand die vrij overwogen keuzes maakt. Het is niet dat ik zomaar wat roep en dan kijk wat er gebeurt. Er zijn ongetwijfeld kleine dingen die ik achteraf bezien slimmer had moeten doen. Maar ik heb geen grote keuzes waarbij ik dat zou zeggen.”

Als u terugkijkt op de transitie die het CDA heeft doorgemaakt, kijkt u dan terug met tevredenheid?

“Het CDA van vandaag de dag bevindt zich in een compleet andere wereld dan die waarin het opgericht is. Ik werd in het begin vaak aangesproken door mensen die het raar vonden dat ik geen vijftig zetels haalde of premier was. Het belangrijkste is voor mij dat het hardnekkige idee dat het CDA altijd mee moet regeren, minder sterk is geworden. De trots mag even groot zijn in de oppositie als in de coalitie. Mijn stelling was, en is: als je regeert, dan bouw je een regeerakkoord, wat je vervolgens ook uitvoert. Maar als je niet regeert, dan heb je je eigen verkiezingsprogramma als ijkpunt. In 2012 voerden wij daar een discussie over: het regeerakkoord steunen, of kijken naar hoe wij zelf de wereld zouden inrichten? In 2017, toen we er zes zetels bijwonnen, wist ik: de komende jaren worden moeilijk. Men wist dat wij niet weg zouden lopen. Ik heb nog steeds moeite met partijen die dat wel doen. We moeten verantwoordelijkheid dragen.

In deze andere wereld zullen we echt terug moeten naar wat we in de 19e eeuw waren: een soort volksbeweging die mensen wil vertegenwoordigen in het ver weg gelegen Den Haag. Als partij ben je een maatschappelijke beweging. Daar heb ik ook kritiek op gehad, dat Buma er was voor de ‘gewone Nederlanders’. Maar als wij er niet voor hen zijn, voor wie zijn wij er dan wel? Dit komt ook terug in het nieuwe stuk van het Wetenschappelijk Instituut, Zij aan zij, dat benadrukt dat we elkaar nodig hebben. Het missende besef dat wij de ander nodig hebben, is een van de oorzaken van de grote hoeveelheid mensen die het psychisch niet meer aankunnen. Dat merk ik nu als burgemeester ook met het probleem van verwarde personen. Zij hebben vaak niemand om zich heen. In Leeuwaren zijn de mensen gelukkig wel heel gemeenschapsgericht. De grootste fout die een partij als het CDA kan maken, is meebuigen met het individualisme.”

Denkt u dat het belang van jongeren altijd samenvalt met dat van een brede volkspartij?  

“We weten dat we samen een samenleving moeten bouwen en daarom in de partij bij elkaar moeten komen. Als we de leden van een brede volkspartij zouden splitsen, zouden er allerlei clashes ontstaan. Als we samen komen, blijkt dat we veel meer delen. Je kunt wel gemakkelijk roepen dat pensioenen verhoogd moeten worden, en het leenstelsel afgeschaft moet worden, maar de samenleving is er niet enkel voor jongeren of ouderen. Het gaat om de vraag wat ons bindt. Om de ouderen die willen dat hun kleinkinderen een goede toekomst hebben. De jongeren die willen dat hun grootouders een goede oude dag hebben. Wij hebben als partij een soort moreel anker dat ons bindt: de naastenliefde. Daar hoef je geen christen voor te zijn. Voor gezamenlijkheid en verantwoordelijkheid. Dat is onze one issue. Daaruit volgt gelukkig geen one issue-beleid, maar juist een voortdurend ijken.”

Zou u ooit nog terug willen keren in de landelijke politiek, of de Europese politiek in willen gaan?

“Nee, dat heb ik afgesloten. Ik heb ook met mijn gemeente afgesproken niet veel landelijke activiteiten bij te wonen. Ik wil graag dingen lokaal doen. Ik ben niet het orakel uit het noorden; ik heb niet langer een reden om commentaar te leveren op wat er gebeurt. Wat ik wel doe, is Den Haag naar Leeuwarden halen. Binnenkort komt Ferdinand Grapperhaus zodat ik hem een aantal dingen kan laten zien die voor hem ook heel belangrijk zijn. Maar verder is het echt een nieuwe tijd met nieuwe mensen.”

Dus de conclusie is dat u eigenlijk wel echt goed op uw plek zit?

“Ja! Daar komt bij dat ik uit Friesland kom. Het is niet zozeer het burgemeesterschap dat ik ambieerde, maar juist het burgemeesterschap in Leeuwarden. En ik merk dat het belangrijk is dat ik hier vandaan kom. De verbondenheid met de plek waar ik vandaan kom, is heel groot. Het raakt mij meer dan ik had gedacht. Terug naar Friesland was een heel belangrijk aspect in wat ik wilde.”

Foto: Jacob van Essen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *