De langverwachte memoires van de langstzittende premier van Nederland

Recensie

In 1995 is het klaar. Het 12 jaar durende premierschap van Lubbers, de 76 jaar durende deelname van confessionele partijen aan opeenvolgende kabinetten en het boek Haagse jaren, de politieke memoires van Ruud Lubbers. Tussen 1992 tot 1995 voerde Theo Brinkel 21 uitvoerige gesprekken met Lubbers over zijn jaren in de landelijke politiek. Toen het op deze gesprekken gebaseerde boek af was besloot Lubbers het niet te publiceren. De inhoud zou te beschadigend zijn. 25 jaar later, nu Lubbers is overleden en toenmalige bezwaren niet meer in dezelfde mate aan de orde zijn, komt het alsnog uit.

Pre-politieke jaren

Het boek begint op de vooravond van Lubbers’ politieke loopbaan. Hij wordt gebeld door de fractievoorzitter van de KVP. “Ineens – het is april 1973 – gaat ’s ochtends vroeg de telefoon. ‘Met Andriessen,’ hoor ik iemand aan de andere kant zeggen. Ik heb een zwaar hoofd, want de avond ervoor heb ik met vrienden naar een voetbalwedstrijd gekeken, een stevig glaasje gedronken en we zijn laat naar bed gegaan.” Binnen 24 uur wil Andriessen weten of Lubbers beschikbaar is als minister van Economische Zaken.

Ook op zijn tijd voor de politiek blikt Lubbers terug. Hij vertelt over zijn tijd op het jezuïetencollege van Nijmegen en zijn studiekeuze. “Ik zie de economiestudie vooral als het completeren van het gymnasium. De keuze heeft dus helemaal niets te maken met een plan om het bedrijfsleven in te gaan. Bij mijn eindexamen zijn natuurkunde, scheikunde en biologie mijn beste vakken. Daar haal ik drie negens voor. Mijn examinator vraagt mij wat ik nu wil gaan doen. Hij verwacht dat ik een van de drie vakken ga studeren. Ik zeg hem dat ik economie ga doen. Daarop spreekt de man de onvergetelijke woorden: ‘Maar waarom ga je niet studeren?’”

Door velen wordt Lubbers herinnerd als de meester van het compromis. Uit de passages over zijn jonge jaren blijkt dat Lubbers al vroeg probeert om zaken van verschillende kanten te analyseren. Naast zijn doctoraalscriptie, waarin hij verschillende denkrichtingen binnen de monetaire theorie doorschouwt, wordt hij namens een werkgeversorganisatie medeonderhandelaar voor de cao’s in de metaalsector. “Ik ben er zelf op uit in een vroeg stadium begrip op te brengen voor het standpunt van anderen, en om al te proberen tot een synthese te komen. Maar daar wil ik dan vervolgens ook taai aan vasthouden.”  

Minister in kabinet-Den Uyl

Als minister treedt Lubbers op 34-jarige leeftijd toe tot het progressieve kabinet-Den Uyl. Lubbers vindt dat hij past in dit kabinet. “Met mijn interesse in de Club van Rome, in het milieu, in alles wat dan voor progressief doorgaat.” Zoals veel van zijn tijdgenoten gelooft Lubbers dan nog in het idee van de maakbare samenleving. Al snel dient zich een situatie aan die hij overeenkomstig dit idee benadert. “De [olie]boycot is zojuist afgekondigd. Den Uyl wil daar samen met Max van der Stoel, de minister van Buitenlandse Zaken, en mij over praten.” De oliecrisis is begonnen en Lubbers laat zich gelden als kundige bestuurder. “Ik voel mij als een vis in het water. Er is een groot vraagstuk dat actie vergt. Heerlijk. Ik kan stevig aan het werk.” Lubbers krijgt meteen steun voor zijn opstelling om niet af te wijken van de Nederlandse steun aan Israël, oliereserves aan te leggen en de autoloze zondag in te voeren. De opstelling blijkt succesvol: de olieboycot wordt opgeheven.

Naarmate de kabinetsperiode vordert groeien de spanningen in het kabinet. “De sfeer wordt wel harder, zowel in de zin van conflicten, als van het doorgaan van de weg die ik zelf de beste acht.” De vermogensaanwasdeling, een progressief idee dat was opgenomen in ‘Keerpunt ‘72’, het verkiezingspact van de progressieve coalitiepartijen, vormde Lubbers’ keerpunt in zijn houding ten opzichte van het kabinet-Den Uyl. “Dat is het moment waarop ik afknap op het kabinet. Tot dan heb ik altijd geprobeerd oplossingen te vinden, creatief te zijn, compromissen te maken. Nadien is het wat mij betreft afgelopen. Dit conflict luidt voor mij het einde in van het kabinet-Den Uyl.”

Eerste verkiezingen van het CDA

Als het kabinet-Den Uyl in 1977 valt vangen de verkiezingen aan. Van Agt wordt lijsttrekker en later fractievoorzitter van het CDA, de nieuw gevormde partij. Het is de verkiezingscampagne waarin Van Agt aandacht vraagt voor zijn ethisch reveil en hij vaak botst met Den Uyl. Maar Van Agt is niet de enige die zich ergert aan Den Uyl. Lubbers: “De arrogantie van links raakt mij. Denk aan de discussie over de ondernemingsraad. Ze willen gewoon niet geloven dat mensen zoals ik er misschien ten minste zoveel verstand van kunnen hebben als linkse mensen.”

De harde opstelling van de PvdA droeg bij tot de eenheid van en motivatie bij het CDA. De verkiezingen leverde het CDA 49 zetels op, 4 minder dan de PvdA. “Wij zijn in de fractie licht teleurgesteld door de uitslag. Wij hebben er eigenlijk op gerekend dat we de grootste partij zouden worden.” Desondanks werd het CDA de machtigste partij. Omdat de onderhandelingen tussen de PvdA en het CDA stukliepen, vormden het CDA en de VVD (28 zetels) kabinet-Van Agt I.

Schipperen en druk opvoeren

Nadat Lubbers bij de verdeling naast een ministerspost grijpt wordt hij vicevoorzitter van de CDA-Tweede Kamerfractie. Willem Aantjes wordt voorzitter, tot tevredenheid van Lubbers. “Hij is echt een leermeester voor mij als het erom gaat mij in te voeren in parlementaire zeden, gebruiken en termen.” Lang heeft dit niet geduurd. Een jaar later voelt Aantjes zich genoodzaakt om afscheid te nemen van de politiek nadat hij ervan wordt beschuldigd lid te zijn geweest van de Germaanse SS. Lubbers volgt hem op als fractievoorzitter.

Samen met voorzitter Piet Steenkamp slaagt Lubbers erin om de verschillende stromingen en bloedgroepen binnen het CDA bij elkaar te houden. Lubbers bewees zich opnieuw als meester van het compromis. “Het is schipperen. Als je schaatst moet je twee bewegingen maken, naar links en naar rechts. Dat lijkt schizofreen, maar dat is mijn werk als fractievoorzitter.” Daarnaast voerde Lubbers steeds meer druk op het kabinet om plannen te verwezenlijken. “Het zijn creatieve jaren voor het CDA, zowel in het overwinnen van interne tegenstellingen als in de productie van nieuwe ideeën.”

Minister-president Lubbers

Na de vervroegde verkiezingen van 1982, waarin het CDA 45 zetels haalt en de PvdA 47, deelt Van Agt mee dat hij zijn politieke carrière beëindigt. “In intern beraad werd de conclusie getrokken – overigens pas nadat Van Agt nog op Jan de Koning had gewezen als zijn opvolger – dat Ruud Lubbers de eerste kandidaat-opvolger was als partijleider.” Dit verzoek benaderde Lubbers ‘vanuit een positieve grondhouding’. “Zo vestigt zich een praktijk dat de fractievoorzitter als de kroonprins van het CDA beschouwd wordt. Dat wordt de opmaat voor opvolgingsproblemen later.”

Het nieuwe kabinet bestaat uit het CDA en de VVD. Het anti-PvdA-sentiment dat bij de CDA-fractie heerste draagt ertoe bij dat de PvdA geen regeringspartij wordt. Minister-president Lubbers moet enorme bezuinigingen doorvoeren. Nederland wordt geconfronteerd met een hoog oplopende overheidsschuld en een stagnerende economie, met als gevolg een grote werkloosheid. Of, zoals Lubbers de situatie duidt: “Nederland is in de winter terechtgekomen.” “Aanvankelijk steeg het aantal werklozen evenwel nog. Bij het aantreden van het kabinet-Lubbers op  4 november 1982 waren er 655.000 werklozen. Het jaargemiddelde voor 1983 bedroeg 800.600 mensen zonder werk. Het Centraal Planbureau voorspelde in april 1984 dat er in 1987 1 miljoen werklozen zouden komen. Kort daarop verklaarde Lubbers: ‘In Nederland komen geen 1 miljoen werklozen. Als dat gebeurt treed ik af.’”

Tegelijkertijd kreeg Lubbers te maken met een kernwapenwedloop en moest Lubbers schipperen tussen de druk van de NAVO om kruisraketten te plaatsen en groeperingen die hiertegen in opstand komen, zoals Komitee Kruisraketten Nee. Daarnaast zwol de discussie aan over abortus en euthanasie. Er kwam steeds meer draagvlak voor het recht op zelfbeschikking.

In deze periode maakte het CDA belangrijke ontwikkelingen door. Zo lanceerde het CDA de term ‘gespreide verantwoordelijkheid’. “Van verzorging van wieg tot graf door de staat kon geen sprake meer zijn. Het maatschappelijk middenveld en de burgers moesten meer verantwoordelijkheid nemen.” Onder Lubbers was het CDA erg in trek. Door toedoen van de populaire minister-president haalde de partij in 1986 en 1989 54 zetels. Maar in 1994 is Lubbers’ karwei afgemaakt en is het tijd om zijn partijleiderschap over te dragen aan CDA-kroonprins Brinkman.

Dubbel verlies

Gaandeweg ontstaat er echter interne verdeeldheid bij het CDA. Brinkman, fractievoorzitter tijdens kabinet-Lubbers III, ging zich steeds meer afzetten tegen het kabinet. Zo oppert de CDA-fractie om het minimumloon af te schaffen. Daarnaast moet Brinkman van zijn voorlichter Frits Wester stevig overkomen in de media. Lubbers begint steeds meer te twijfelen over zijn opvolger. “Hij heeft het gezag in zijn eigen fractie verloren.” Na een rommelige campagne verliest het CDA 20 zetels en komt het uit op 34 zetels.

Niet alleen zijn partij verliest, ook Lubbers verliest, namelijk de race om het voorzitterschap van de Europese Commissie. Dit was een gevolg van het verzet van de Duitse bondskanselier Kohl, die na de Duitse hereniging de touwtjes van de EU steeds strakker in handen krijgt. Zijn verzet kwam voort uit zowel politieke als persoonlijke redenen. Zo biedt Lubbers weerstand tegen de Frans-Duitse as, die steeds machtiger wordt en neemt hij tijdens een vergadering van de Europese Raad over de Duitse hereniging geen blad voor de mond. Lubbers uit publiekelijk zijn bedenkingen. Ook verzet hij zich tegen het plan van Kohl om de Britse Conservatieven toe te laten treden tot de Europese Volkspartij. Zodoende moet hij zijn glansrijke politieke carrière in mineur eindigen. “Dieper dan Europa treft mij toch het zware verlies van het CDA. Het proces daarheen, dat eind 1993 aanvang nam, traumatiseert mij. Het is alsof ik mijn beste vriend onder een auto zie lopen; en nog eens; en nog eens.”

Conclusie

Haagse jaren is zoals de auteur in zijn inleiding schrijft echt een politiek boek. “Wie van smeuïge verhalen uit zijn persoonlijk leven houdt moet ergens anders wezen.” Zijn politieke memoires zijn ook onomwonden. Als Lubbers aan het woord is lees je hoe hij zelf reflecteert op zijn Haagse jaren, inclusief zelfkritiek en frustratie. De gemiddelde lezer stuit echter wel op erg gedetailleerde passages. Zo weidt Lubbers uit over verschillende bewindslieden en geopolitieke situaties. Al met al is Haagse jaren een meeslepend en boeiend boek, zeker voor hen die het CDA een warm hart toedragen.

Theo Brinkel, Haagse jaren: De politieke memoires van Ruud Lubbers. Amsterdam: Ambo|Anthos, 2020. 414 pagina’s. ISBN 9789026352607.

Krijg nu € 4,99 korting op de memoires, omdat je CD(J)A’er bent! Vul 904-11029 in bij de kassa om deze korting te ontvangen.

Let op: de kortingscode werkt van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020.

Authors

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *