5 vragen aan een arts over het coronavirus

Interview

Jan van Dam Timmers studeerde geneeskunde en gezondheidseconomie aan de Erasmus Universiteit. Sinds vorig jaar werkt hij als arts-onderzoeker anesthesiologie in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Ook is Jan actief CD(j)A-lid.

Waar hield je je tot de coronacrisis mee bezig?

“Als arts-onderzoeker anesthesiologie doe ik onderzoek naar de werking en bijwerking van pijnmedicatie bij allerlei soorten pijn. Zelf houd ik mij voornamelijk bezig met chronische pijn. Wij doen dit onderzoek omdat we nog beter willen weten hoe medicatie werkt in patiënten en wat de impact van deze medicijnen kan zijn. De aanleiding voor mijn onderzoek is de opiaatepidemie in de Verenigde Staten (VS). Wij zijn als afdeling op zoek naar alternatieven voor opiaatachtige medicijnen omdat de epidemie laat zien hoe het verkeerd of ongecontroleerd gebruik uit de hand kan lopen. Mensen starten met een pijnstiller van de dokter. Kwetsbare mensen, bijvoorbeeld slechtverzekerden, kunnen vervolgens geen hulp krijgen, maar een pilletje op de zwarte markt wel. Die mensen kunnen verslaafd raken, wat ernstige gevolgen kan hebben. Allerlei factoren, leven in een lage sociaaleconomische klasse, depressie, veel pijn, kunnen ertoe leiden dat mensen te veel middelen innemen. Mijn alledaagse werk is het ontmoeten van nieuwe chronische pijnpatiënten, kijken of zij mee kunnen doen aan ons onderzoek, en hen een proefbehandeling aanbieden.

Maar nu ligt dat allemaal stil. Er worden geen patiënten meer gezien voor mijn onderzoek, omdat het ziekenhuis is omgebouwd tot een COVID en een niet-COVID organisatie. Alle niet-noodzakelijke zorg wordt daarbij zoveel mogelijk uitgesteld, zodat mensen die niet in het ziekenhuis moeten zijn, daar ook niet zijn. Deze maatregelen zijn gericht op het verminderen van de verspreiding van het virus, maar ook op het verlagen van de druk op ruimtes en capaciteit.”

Wat voor werk doe je nu je onderzoek stilligt?

“Ik werk op de intensive care in het draaiteam. Dat betekent dat ik de verpleging help bij het omdraaien van patiënten. Patiënten hebben er baat bij als zij op hun buik liggen, omdat de verhouding tussen de hoeveelheid lucht in de longen en de hoeveelheid bloed die erlangs stroomt, beter wordt. Op deze manier kunnen ze makkelijker beademd worden. Er zit namelijk meer longweefsel aan de achterkant van de long, aan de rugkant. Het omdraaien van patiënten is lastig, omdat zij via een buisje in de keel beademd worden, meerdere infuuslijnen en een urinekatheter hebben en we doorligplekken willen voorkomen. Met ongeveer vijf man wordt een patiënt in een laken gewikkeld en voorzichtig omgedraaid.

De verpleegkundigen hebben het echt zwaar nu, omdat zij meer patiënten moeten verzorgen dan normaal. Voor het omdraaien is veel personeel nodig, dus daarom is er een extern team gevormd om de verpleegkundigen te ondersteunen. Wat ik zo mooi vind: in een draaiteam zitten heel verschillende mensen. Bijvoorbeeld anesthesiologen, coassistenten, fysiotherapeuten, neurochirurgen, pathologen, kno-artsen en ook collega onderzoekers van uiteenlopende vakgebieden.  Mensen die normaalgesproken in de top van hun vakgebied werken, zien nu dat er hulp nodig is in het draaiteam, en gaan daar helpen. Dit is echt uniek. De crisis heeft ook mooie elementen, omdat iedereen wil helpen.

Verder kan ik nog een beetje verder werken voor het onderzoek. Ik doe literatuuronderzoek, maar patiënten zien en behandelingen doen, gaat nog niet. Financieel heeft dit voor mij persoonlijk geen impact, want ik krijg gewoon doorbetaald. Ik probeer bijvoorbeeld door eten te bestellen anderen (in dit geval de horeca) financieel te ondersteunen.”

Wat betekent corona volgens jou voor de toekomst?

“Allereerst dat mensen over hun eigen grenzen heen kijken en elkaar helpen. Verder denk ik dat voor gewone zorg digitalisering een enorme vlucht gaat nemen. Dat zie ik bijvoorbeeld bij mijn vrouw die werkt in de geestelijke gezondheidszorg; zij voert nu zo veel mogelijk gesprekken via beeldbellen. Tot voor kort stonden er veel medewerkers in de zorg sceptisch tegenover digitale consulten, maar nu moet het. Daardoor zien mensen de voordelen nu, en ik denk dat het nooit meer helemaal teruggaat naar hoe het was voor de crisis. Een ander voorbeeld is dat een patiënt ook thuis zijn bloeddruk kan meten en dat doorgeeft aan de dokter. De crisis functioneert dus deels als katalysator van ontwikkelingen voor de zorg.

Verder zie ik dat bijna iedereen de CDA-boodschap uitdraagt. Er is veel saamhorigheid, bijvoorbeeld ook de tekst boven de snelwegen ‘Samen tegen corona’. Geneeskundestudenten springen bij terwijl zij studievertraging oplopen en het hen veel geld kost, en er is veel aandacht voor mensen in de zorg. Mensen zien nu dat de zorg en de politie erg belangrijk zijn; dat zij de pijlers in de samenleving zijn. Als we die goed op orde hebben, dan kunnen we met saamhorigheid veel meer dan we in eerste instantie dachten.”

Wat is voor jou de impact van de situatie op de intensive care?

“De mensen zijn echt heel ziek. Ze liggen langer op de intensive care en hebben heel veel ondersteuning nodig. Ook overlijden er meer mensen dan normaal en liggen er meer mensen dan gebruikelijk. De impact is dus veel groter. Aan de andere kant zien we gelukkig dat het allemaal wat aan het afnemen is en veel mensen ook de intensive care levend verlaten. De genomen maatregelen lijken effect te hebben. Toch zijn de aantallen nog niet op een niveau dat normale zorg weer mogelijk is. Ik hoop dat dat niveau snel komt, want ik maak me zorgen om mensen die andere ziektes hebben die hun leven moeilijk maken. Die mensen hebben zeker begrip voor de situatie, maar ze hebben ook moeite met het vormgeven van hun leven. Zij hebben veel stress en angst, mede voor het virus, en ervaren onduidelijkheid over hun eigen behandeling. Hun leven staat ook stil.

Ik heb goede hoop voor de toekomst. Dankzij een ieders bijdrage, het is geen individuele prestatie, gaat het de goede kant op.”

Hoe denken jullie nu na over het eventuele heropstarten?

“Wij staan niet vooraan als het gaat om het opstarten van de zorg, en dat is begrijpelijk. Eerst moet er in het ziekenhuis weer voldoende ruimte zijn voor reguliere zorg. Dat kan pas als de mensen die nu bijspringen op de intensive care kunnen terugkeren naar hun normale werkzaamheden. Veel artsen die nu bezig zijn met coronazorg, zijn ook in de gewone zorg nodig. Het is het idee om de gewone zorg de komende weken op te schalen, zodat achterstanden verminderd kunnen worden, of in ieder geval niet groter worden. Dat is een belangrijk doel. Met onze afdeling gaan we het de aankomende week ook hebben over onze eigen plannen. Hoe zouden we onze onderzoekslaboratoria kunnen aanpassen zodat ze aan nieuwe regels kunnen voldoen? Het gaat nog even duren, maar uiteindelijk willen we zo snel mogelijk weer zorg aanbieden.

Ik hoop vooral dat we het samenwerken, de saamhorigheid, kunnen vasthouden, ondanks de verschillende belangen die mensen hebben.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *