De politiek van: Hans de Boer

Interview

Hans de Boer is 82 jaar oud en woont drie hoog in een prachtig appartement met uitstekend zicht op het Spaarne in Haarlem.  Ik werd van de bushalte gehaald en meteen ontstond er een gesprek over zijn carrière. Een Duitser stopt voor ons en meteen komt het gesprek op Helmut Kohl. Kohl zei het onvoorstelbaar te vinden dat hij voorzitter was van een Christendemocratische partij. Organiseren doet De Boer graag. Hij richtte een korfbalclub en een gemeentelijke Arjos-afdeling op en werd voorzitter van de landelijke Arjos. De Boer is verder wethouder, burgemeester,  Tweede Kamerlid, staatssecretaris en  minister geweest. Eenmaal bij hem in zijn ruime appartement begon het interview met een man die ontzettend veel werk heeft verricht om tot het CDA te komen, hetgeen het zwaarste was uit zijn politieke loopbaan.

Hans Andries (roepnaam Hans) de Boer Carrière:

Geboren: 30 mei 1937 te Velsen

Middelbare School: Christelijke MULO te Velsen

En Middelbare Handelsschool

Voorzitter Arjos: 1966 t/m 1970

Provinciaal Statenlid Noord-Holland: 2-6-1966 t/m mei 1972

Lid Groep van Achttien: April 1967- opheffing op 11-10-1980

Fractievoorzitter ARP-CHU fractie Staten NH: 1970-1972

Gemeenteraadslid Velsen: 11-3-1971-11-9-1981

Wethouder Velsen: 11-3-1971 t/m 18-1-1973

Tweede Kamerlid: 16-2-1972 t/m 11-9-1981

Voorzitter ARP: 16-12-1975 t/m 11-10-1980 (opheffing ARP)

Vicevoorzitter EVP

Vicefractievoorzitter CDA TK-fractie: 19-9-1979 t/m 26-5-1981

Staatssecretaris Cultuur recreatie en maatschappelijk werk:

11-9-1981 t/m 29-5-1982

Minister van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk werk: 29-5-1982 t/m 3-11-1982

Tweede Kamerlid: 16-9-1982 t/m 13-3-1983

Burgemeester van Haarlemmermeer: 16-3-1983 t/m 1-1-1986

Partij/bloedgroep: ARP

Wie was uw politieke voorbeeld?

‘Dat waren Wiert Berghuis en Sieuwert Bruins Slot. De eerste was partijvoorzitter en de laatste fractievoorzitter van de ARP.’

Kon u zich wel vinden in de draai van Bruins Slot inzake Nieuw-Guinea?

‘Ik moest daar heel erg aan wennen. Ik zat nog niet in de fase dat ik linkser zou worden?’

Hoe werd u linkser?

‘Dat kun je niet los zien van de discussies in de Gereformeerde Kerken in de jaren’60. Toen werden er allerlei zaken opnieuw ter discussie gesteld en opgeschud. Mede door de Arjos ben ik daardoor gevoed.’

Waarom bent u lid geworden van de ARP?

‘Ik ben eigenlijk lid geworden omdat ik het organiseren leuk vond. Niet vanwege de inhoud. Toen ik er echt in geïnteresseerd raakte, legde ik een traject af van de plaatselijke club naar de provinciale club, secretaris van de Statencentrale, voorzitter van Noord-Holland tot voorzitter van de Arjos. Mijn eerste politieke functie, die ik helemaal nooit verwacht had, want ik ben nooit om die reden aan het geheel begonnen. Ik heb nooit van mijn leven gedacht dat ik daar mijn roeping in zou hebben. Ik werd lid van de Provinciale Staten (bij beëdiging jongste Statenlid van het land. Red). Ik ben daar geëindigd als voorzitter van de ARP-CHU fractie.’

Wat vond u van Barend Biesheuvel?

‘Ik heb heel erg actief meegedaan aan zijn verkiezingscampagne. Ik was zijn winstzetel. Hij won een zetel, haalde er 14. Ik was zijn restzetel. Ik was nummer 14. Ik weet nog hoe hij zich verbaasde over het feit dat ik dat was. Hij kwam de fractiekamer binnen, gaf me een klap op de schouder en zei:’’ Dat jij nou de winstzetel bent.’’ Dat verwachtte hij niet. Ik was wat kritischer, ik kwam uit de Arjos. We hebben het best goed met elkaar kunnen vinden. Daarvoor hoef je het niet altijd met elkaar eens te zijn. Toen ik er in kwam had hij het nog over schoten voor de boeg. Ten tijde van het Kabinet-De Jong had hij best kritische benaderingen jegens dat kabinet. Door zijn eigen gedrag is hij weggegaan.’

Raakte  het vertrek van Biesheuvel u?

‘Ja, natuurlijk, het was onze eerste man. Hij heeft de draai niet kunnen maken die op dat moment gemaakt moest worden. Biesheuvel wilde nadien niet meer de politiek in. Hij wilde niet de Eerste Kamer in.’

Vind u dat Jaap Boersma in 1973 terughoudender had moeten zijn met Barend in 1973?

‘Dat kun je van twee kanten bekijken. Boersma was later een van de ministers in het kabinet-Den Uyl. Dat had mede met die verwijten te maken. Boersma vond dat Biesheuvel door zijn machtswoord dat hij sprak, dat hij met name de jonge jongens, zes nieuwelingen waaronder ik, onder druk zette. Boersma vond dat hij moest aftreden. Boersma zegt dat hij het altijd goed met Biesheuvel kon vinden. Maar het waren natuurlijk twee sterke persoonlijkheden, zoals dat vaak in de AR was. Die waren het niet vaak met elkaar eens. Boersma was niet de makkelijkste man. Boersma heeft ons van zijn leven niet in zijn eentje overgeleverd aan de Rooien, want de fractie stemde met 8 tegen 6 voor totstandkoming van het kabinet-Den Uyl.’

Wie vond u een goede premier?

‘Van degenen die ik heb meegemaakt scoorde Lubbers punten.  Open, transparant, makkelijk benaderbaar met een sociale kant. Even meedenken, he. Een ander liet het vervolgens gebeuren dat hij het initiatief overnam. Hij heeft het ontzettend goed gedaan. Lubbers schiet er bij mij bovenuit. Ik ben nog een tijdje eerste vicefractievoorzitter geweest onder Lubbers.’

Waarom is Ruppert en niet Piet de Jong Vicevoorzitter van de Raad van State geworden?

‘Dat weet ik niet. Ik kan mij alleen maar bedenken wat Den Uyl gedacht heeft. Ruppert komt van het CNV. Hij is waarschijnlijk richting het kabinet-Den Uyl makkelijker dan De Jong. Achteraf zegt iedereen dat de Jong een uitstekend premier. In zijn tijd dacht iedereen dat De Jong slechts op de winkel paste. De KVP koos toch niet voor hem als lijsttrekker. Het was nog geen CDA beslissing, dus wij hadden daar niets mee van doen.’

Waarom kandideerde u zichzelf voor het voorzitterschap van de ARP?

‘Dat klopt niet wat je nu zegt. Ik heb mezelf nooit gekandideerd. Er was wel een voorzittersverkiezing, maar ik heb mezelf niet gekandideerd. Jeltien Kraaijeveld en ik werden door het partijbestuur op de voordracht gezet. Ik heb mezelf niet gekandideerd. Ik zal het nog sterker zeggen. Ik heb drie keer een gesprek gevoerd met als uitkomst dat ik het niet wilde. Er is nogal wat druk op mij uitgeoefend om toch mee te doen. Dat heeft natuurlijk te maken met hoe ik over het CDA dacht. Men vond juist dat als men de hele partij mee wilde krijgen, dat het juist goed is dat iemand die er kritisch tegenover staat, p de voordracht staat, omdat er meer mensen kritisch zijn over het CDA binnen de ARP.’

Was een stem op Hans de Boer voor voorzitter van de ARP niet een stem tegen het CDA?

‘Nee, want dat zou inhouden dat ik per definitie tegen samenwerking met KVP en CHU was. Zo zwart-wit lag het helemaal niet. Ik heb op tijd ingezien, eerder dan sommige andere ARP’ers, dat wij het als ARP alleen niet zouden redden. Ik heb mede door de ontwikkelingen binnen de kerken ingezien dat de vanzelfsprekendheid dat men via de grondslag tot politieke keus komt, aangevochten raakte door de secularisatie. Dat kon je merken onder de jongeren. Nu zijn we vele jaren verder en is het allemaal bewaarheid. Toen probeerden we samen te werken en een ander vraagstuk was of dat (begin jaren ’70, club van Achttien,red.) tot een fusie moest leiden. Ik heb vanaf 1967 meegedaan aan De Achttien. Daar werd ik voor gevraagd omdat ik voorzitter van de Arjos was.’

Hoe was dat om in De Achttien te zitten?

‘Boeiend! Het was aftasten en beginnende gesprekken voeren. Dat was helemaal nog niet in de sfeer van we zitten hier om tot een partij te komen. In 1968 waren er een aantal redenen om tot meer samenwerking te komen. Ten eerste: Europa. Daar werkte men samen in één partij. Als je daar samen moet werken zou je ook in de Tweede Kamer samen kunnen werken. Hoe je het wendt of keert: De electorale motieven speelden ook een rol. KVP en CHU gingen achteruit. Er waren ook mensen die oecumenische motieven hadden, maar dat heeft mij nooit aangesproken in die tijd.’

Wat voor samenwerking werd er dan in 1968 gezocht?

‘Gezamenlijke fractievergaderingen, gezamenlijke vooroverleggen over bepaalde onderwerpen en meer van dat soort zaken.’

Wanneer en waarom bent u ervan overtuigd geraakt dat het ene CDA  moest komen?

‘Of je het leuk vindt of niet maar daar speelden de verkiezingsuitslagen een rol bij. Afnemende invloed voor de partijen. Voor mij speelde de secularisatie een belangrijke rol. Het gaat om drie partijen die vanuit Christelijke uitgangspunten in de politiek willen staan. Dus is het op zich niet zo vreemd dat die zich de vraag stellen: wat kunnen we samen? Naarmate je verder met elkaar spreekt en rapporten op tafel legt, groei je natuurlijk steeds verder naar hoe je die samenwerking dan vorm wilt geven en op het laatst groei je dan ook naar de vraag van de fusie.’

Was het voorzitterschap wel te doen in de twintig uur per week die u dacht dat er voor stond?

‘Er stond helemaal geen tijd voor. Het was een vrijwilligersfunctie. Binnen de ARP, dat was het makkelijke, was de voorzitter van de partij Kamerlid. Ook mijn voorgangers. Ik deed misschien minder aan het Kamerwerk, dat zal. Het zal bij twintig uur niet gestopt zijn. Ik hield twee spreekbeurten per week door het hele land. Mijn zwaarste klus was het voorzitterschap van de ARP.’

Waarom dacht u in de Amersfoortse groep te kunnen zitten en tegelijkertijd partijvoorzitter kunnen zijn?

‘Dat waren kritische ARP’ers, daar zag ik helemaal geen bezwaar in om daaraan mee te doen.’

HAARLEM – Voormalig ARP-leider, CDA-politicus, staatssecretaris, minister en burgemeester (van Haarlemmermeer) Hans de Boer wordt thuis in Haarlem geinterviewd door Ate Johan Travaille. COPYRIGHT DIRK HOL

Wat vond u van de kritiek van Kohl dat iemand als u ‘’met uw standpunten van de flank’’ nooit partijvoorzitter zou moeten kunnen worden?

‘Ik begrijp heel goed dat hij dat vond. Hij zei toen ‘’ ik kan mij niet voorstellen dat de voorzitter niet uit het midden komt.’’ Daar heeft hij misschien nog wel gelijk in. In een brede volkspartij moet je niet een al te uitgesproken iemand hebben. Maar is de CDU vergelijkbaar met de ARP? Ik heb Kohl niet geprobeerd het uit te leggen waarom ik voorzitter was. Kohl was een aardige en toegankelijke man. Dat wordt weleens vergeten. Wij hadden natuurlijk de neiging om de CDU en zeker de CSU af te schilderen als ‘’ Zo moeten we niet worden.’’ Wij dachten dat ze veel conservatiever waren. Vandaag de dag, als je kijkt hoe Angela Merkel opereert, dan zeg je: dat is uitstekend. Wij hebben altijd wat makkelijker over het CDU gepraat. Of ‘’Wir schaffen das’’ achteraf de meest wijze uitspraak is geweest, nee. Nou wordt er weer gezegd dat de grote toevlucht van migranten mede het rechts extremisme heeft bevorderd. Het heeft altijd meerdere kanten. Bij de CSU had je destijds Franz Josef Strauss. Toen ik nog Arjos-voorzitter was, was er eens een bijeenkomst in Passau. Daar heb ik gesproken. Ik heb daar gezegd dat ik liever de Strauss van de muziek had dan die van de politiek. Nou dat heb ik geweten…. Van de Junge Union hoefde ik nog net niet te vluchten, maar ik was niet meer welkom. Ik meende mijn uitspraak ook nog.’

Wat mocht u dan niet aan Franz Josef Strauss?

‘Die man was toch hartstikke rechts. Waarom is daar nou een aparte club, in Beieren? Daar moet een uitleg wezen. Waarom zijn ze daar veel conservatiever dan in de rest van Duitsland? Waarom hebben we nou in Noord-Brabant en Limburg discussies over een coalitie vormen met FvD. Kijkt men in overwegend katholieke provincies makkelijker tegen die samenwerking aan?  Dat is ook CDA. De CSU is ook christendemocratie. Maar daar hoef ik het niet mee eens te wezen. Dat probeer ik duidelijk te maken. Dat heb ik toen in Passau ook geprobeerd.’

Waarom is Aantjes fractievoorzitter geworden ondanks dat jullie wisten dat hij een oorlogsverleden had?

‘Wat je me nu vraagt, dat klopt niet. Dat wisten wij helemaal niet.’

Aantjes zegt dat hij het bij het partijbestuur heeft gemeld in de jaren’50 of ’60.

‘Nou dat kan wezen, maar daar zat ik niet in, dus ik wist het niet. Ik vrees ook dat hij het gemeld heeft op een manier waarvan jij en ik van zijn leven niet geweten hadden wat hij bedoelde.  Misschien dat een of twee mensen het wel wisten in de fractie. Als dat toen bekend was geweest bij Jan en alleman, dan was hij geen fractievoorzitter geworden, schat ik zo in.’

Luck van Leeuwen zei dat een aantal CHU’ers tegen hem zeiden: ‘Nu je voorzitter bent, mogen we je een geheim vertellen: Aantjes zat bij de SS’

‘Dat heeft niemand ooit met mij gedeeld. Ik wist niets van zijn oorlogsverleden. Maarten Schakel zat in een commissie van zuivering na de oorlog. Schakel wist van daaruit dat er geen bezwaren waren tegen een Kamerlidmaatschap voor Aantjes.’

Waar was u toen Aantjes ten val kwam?

‘Toen het gebeurde was ik op Malta, met Kruisinga en Andriessen voor de EVP. Ik was zeer verrast wat er gebeurde.’

Wat vond u van de uitslag dat 89,7% van de AR-Kiesverenigingen instemden met het CDA?

‘Dat moet een voorzitter toch mooi vinden. Ik vond het prachtig. Ik was er ook om de 10,3% tot hun recht te laten komen?’

Hoe bent u hen nog tegemoet gekomen?

‘Als je dat aan de KVP en de CHU zou vragen, dan zouden ze zeggen: ‘Dat hebben we gemerkt al die jaren. De fusie heeft jaren geduurd.’ Wij hebben (in het fusieproces) geleefd tussen Ja, mits en Nee, tenzij.’ Ik heb veel gepraat met tegenstanders om hen over te halen. Een woordje veranderd in een resolutie of in een besluit. Dat type dingen.’

Welke kiesvereniging was het moeilijkst te overtuigen?

‘Bedoel je dat na het Ja of na het Nee?’

Beide

‘Degene die het meeste moeite hadden om mee te gaan, Amsterdam. In de hoofdstad waren de meeste progressieve leden. Ik heb als de lastigste ervaren: Ede. A moesten ze mij niet als voorzitter. B: in al die jaren dat ik functies had binnen de ARP en het CDA ben ik nog nooit voor een spreekbeurt in Ede gevraagd. C: als er lastige leden waren op de partijraad, dan kwamen ze vaak uit Ede. Misschien zijn ze er nu zelf verbaasd over als ze het horen.’

Stelling: Het was mijns inziens beter geweest dat er een federatieve CDA was geweest die tot op de dag van vandaag uit de drie partijen bestond.

‘Deze stelling wordt gesteld in 2020. Wat voor zin heeft die vraag vandaag de dag. Als we destijds na alle discussies hadden gekozen voor een federatie, dan zou ik het daar toen mee eens geweest zijn. Voor vandaag de dag heeft de stelling geen zin. Er is geen federatie gekomen en ik heb er zelf aan mee gewerkt dat er een partij is gekomen.’

Waarom hebt u het in Woudschoten laten gebeuren dat Henk Beernink het Evangelie uit de statuten van het CDA heeft weten te halen?

‘Daar heeft hij de Heilige Schrift voor ingevuld. Ik weet niet eens of ik daar geweest ben. Toen was ik nog geen voorzitter. Tegelijkertijd denk ik: ik zou er misschien niet eens tegen geweest zijn. De Heilige Schrift is een ander woord voor hetzelfde. Hij bedoelde de hele Bijbel.’

Had u het verwacht dat Beernink dat zou doen?

‘Nee. Ik zie er het grote gevaar niet van in. Waar maak je je druk om.’

Waarom sprak u ondanks dat het niet in de aard van de ARP ligt, vooraf een voorkeur uit voor samenwerking/regeren met de PvdA?

‘Ik weet dat het niet in de aard van de partij lag, maar het lag wel in mijn aard om duidelijkheid te verschaffen. Ik dacht dat dat wel kon. Dat waren een hoop mensen niet met mij mee eens, dat mag.’

Wat bracht u op het idee om af en toe dwars te zijn?

‘Als je in een partij zit waar je met je hele wezen voor kiest. Als je in een situatie zit waarin de KVP en de CHU verliezen en de ARP niet. Als je het goed met elkaar hebt, je gaat de goede kant op, er is ruimte voor vernieuwing. Misschien zit je dan niet te wachten op een vergrote KVP. Doe je elkaar daarmee recht? Ik kwam uit de jongerenorganisatie. Daar zit je per definitie in omdat je het beter denkt te weten dan de oude garde. Soms verzet je je tegen de oude garde. Je wilt de vernieuwing ruimte geven. Je moet het zien in de context van de jaren’60. Ik kom uit een arbeidersmilieu. In een christelijke partij kunnen ondernemers, boeren en arbeiders samenkomen, dat is het mooie van een christelijke partij.’

Zegt u dat wij bij het CDJA zitten omdat wij het beter denken te weten dan het CDA?

‘Nee. Het hoort bij jongeren dat men met een ander oog naar de samenleving kijkt. Heb geen schroom het eens flink oneens te zijn met het CDA. Er is een spotprent geweest in de Volkskrant  over een motie van ons Arjos bestuur die dwars tegen het kabinetsbeleid van Biesheuvel inging. Ik stak daarop een mes in de rug van Biesheuvel. Dat geeft aan hoe de jongeren zich soms tegen de oude garde keren. Biesheuvel kon daar best tegen. Hij zei tegen mij, mijn voorletters zijn HA. Van de A maakte hij Amos. Een van de profeten uit de Bijbel. Dan riep hij: ‘’Amos heeft gesproken!’’’

Hoe kwam u bij Helmut Kohl op kantoor?

‘Als vicevoorzitter van de Europese Volkspartij.  Dat was ik en dat was hij ook. Uit elk land was er een vicevoorzitter. Tindemans, de Belgische premier, was de voorzitter.

Tijdens de wandeling naar zijn huis voor dit interview begon Hans de Boer te praten over Helmut Kohl omdat een Duitser ons voorrang verleende. Hij zei tweemaal bij hem in de Kanselarij geweest te zijn. Om hem te ontmoeten moest hij talloze vertrekken door. Bij elke deur stonden twee mannen met mitrailleurs.

Waarom was een van de vier AR voorwaarden om tot een lijst te komen het tot inzet maken van de delen van het kabinetsbeleid van het kabinet-Den Uyl die ARP en KVP gesteund hebben?

‘Wat wil je anders? Dat we ons daarvan zouden distantiëren?  Er waren mensen die een vervolg op Den Uyl wilden. Daar was Aantjes een voorstander van. Ik misschien ook wel. Doordat het  kabinet gevallen is op de grondpolitiek, liep het niet mooi af. Bedenk je ook: de rol van de CHU. Die hadden tot het eind apart laten vastleggen dat we zo laat mogelijk zouden beslissen dat er een lijst zou zijn. Zij wilden de mogelijkheid behouden oppositie te voeren tegen  Den Uyl-II als die lijst er niet kwam. Ik vond die opstelling onheilig vuur op het altaar. Van de voorwaarde is niks terecht gekomen omdat het kabinet gevallen was en omdat Van Agt lijsttrekker werd. Hij kwam zwaar gefrustreerd uit het kabinet-Den Uyl. Denk aan hoe hij behandeld is inzake de kwestie-Menten.’

Vindt u het wenselijk dat het CDA voortaan de voorkeur voor een regeringspartner bekend maakt?

‘Nee, nee. Ik ben het eens met de stelling dat je bij verkiezingen aan kiezers vraagt stem op ons vanwege ons programma en vanwege ons gedrag. De kiezers moeten bewust voor jou kiezen. Je moet geen voorkeur uitspreken. Vandaag de dag is het helemaal niet zo logisch door de totale versnippering om een voorkeur uit te spreken. Wat je nog wel zou kunnen doen is dat je partijen uitsluit. Ik zou geen samenwerking willen met de PVV of het FvD. Ik ben ook geen voorstander van samenwerking in een kabinet met de SP. De SP is mij een te socialistische partij. Als bereid bent om zowel over links als over rechts te gaan, dan is het heel moeilijk om te zeggen: We hebben een voorkeur voor het een of het ander. Het is wat anders als je zegt: ‘’We hebben een geweldige vier jaar achter de rug met bepaalde partijen en we zouden dat graag willen voortzetten.’’’

Welke lijsttrekkers had men in 1976 allemaal op het oog?

‘De KVP had Frans Andriessen op het oog. Een kleiner deel Lubbers, maar hij kwam net uit het kabinet Den Uyl, hij was nog jong. Er was een deel van de KVP die hem zeker wel wilde. De CHU wilde iemand die niet gelinkt kon worden aan het kabinet Den Uyl, dus zij waren voor Jelle Zijlstra (ARP). De ARP was voor Lubbers. Maar Van Agt is het geworden. Hij stond bekend als een moderne progressieve rechtsgeleerde. Hij heeft het als minister goed gedaan.’

Hoe zijn jullie bij Van Agt uitgekomen?

‘Als je kijkt naar wie iedereen wilde, dan wilden ze de namen die genoemd werden, die wilden ze niet. Dan kom je bij iemand uit die men met zijn allen wel wil. Zo is Van Agt het geworden. De meeste moeite hadden we er in om hem te overtuigen. Hij is een twijfelaar en volgens mij hoort dat bij het speelse van de man.’

Waarom hadden sommige ARP leden een voorkeur voor Ruud Lubbers als lijsttrekker?

‘Hij was jong, de lijn in het kabinet-Den Uyl die hij volgde. Hij stond als progressiever dan Van Agt te boek.’

Wat was volgens u het grootste gevaar voor de eenwording van het CDA?

‘Als we het niet eens geworden waren over de grondslagdiscussie en als we de grondslag niet in algemene zin hadden aanvaard. Dat acht ik het grootste gevaar.’

Waarom is de ARP overstag gegaan in de grondslagdiscussie?

‘Er waren twee manieren om de CDA grondslag te gebruiken. Daarom waren Aantjes en ik het op den duur niet meer eens. Hij gebruikte de grondslag in politieke stellingname. Ik niet. Ik vond dat je de politieke stellingname niet mocht verwarren met de grondslagdiscussie. Dan waren er mensen plotseling tegen het CDA, namelijk mensen die zich niet in de onderwerpen konden vinden, zoals Hendrik Algra.’ (Oud-Eerste Kamerlid ARP en hoofdredacteur van het Fries Dagblad. red)

‘ In dat vaarwater wilde ik niet terecht komen. Dan zou de politiek als zodanig niet meer aan de orde komen. Het gaat toch om de politiek. Het gaat er toch om dat we vanuit de grondslag tot politieke dingen komen en niet dat de grondslag het belangrijkste is.’

Als u een naam aan de vier oprichters (de voorzitters) van het CDA zou willen toevoegen, welke zou dat zijn geweest en waarom?

‘Willem Hoogendijk. Ik ben van mening dat het welslagen van het CDA aan hem te danken is. De inhoud van de rapporten en het vinden van de juiste oplossingen voor de verdeeldheid over de grondslag is op meesterlijke wijze door het uitkomen bij ‘’de politieke overtuiging’’ het werk van Hoogendijk. Al die jaren heeft hij een hoofdrol op de achtergrond gespeeld. Hij was de directeur van het Wetenschappelijk Instituut. Hij heeft een prachtig boekje geschreven De samenleving vernieuwen. Dat was een boekje voor de Arjos.’

Hebt u nog een verhaal over Piet Steenkamp?

‘Steenkamp was weleens helemaal van de leg in de fusietijd. ‘’ Het wordt niks’’. Dan belde hij mij op en dan zei ik: ‘ Komt wel goed, Piet. Dit hoort bij het geheel om van A naar B te komen.’

Zijn er gemeentelijke afdelingen die gefuseerd waren, uitelkaar gegaan nog voordat het CDA werd opgericht?

‘Volgens mij niet.’

Zou Abraham Kuyper trots zijn geweest op het CDA van nu?

‘Wat vind je van zo’n vraag in 2020. We kunnen het hem niet vragen. Dit is een onzinvraag. Ik zal je uitleggen waarom. Als je nou iemand hebt die over het verschil tussen Rome en het Calvinisme uiterst duidelijke uitspraken heeft gedaan, dan is het Kuyper. Dus hoe zou hij nou over het samengaan met de KVP hebben gedacht….? Er is geen goed antwoord op. Hij heeft uit uitsluitend pragmatische overwegingen allerlei zaken met Schaepman (voorman van de katholieken) weten te regelen. Het was een uitermate slimme man, Kuyper.’

Is het CDA in 2020 geworden wat de ARP ervan had gehoopt?

‘Ik ben niet in staat om in 2020 namens de ARP te spreken. Dus  wat volgt is een persoonlijk relaas. Nee, dat is het niet geworden. Er is vaak een verschil tussen de prachtige rapporten en hun daden. Soms is het CDA teveel VVD-light. Vind je nou het sociale geweten bij het CDA als eerste vertegenwoordigd? In al die stukken staat dat het rentmeesterschap de hoofdrol moet hebben. Nou, als je de klimaatdiscussie volgt, kom je dan bij het CDA uit? Nee.  Ik ben het er ook niet mee eens dat Heerma zegt dat de samenwerking met FvD een Brabantse zaak is. Ik snap ook niet dat hij het zegt. Hij had landelijk stelling moeten nemen. Ik ben er niet zeker van dat het CDA niet met Forum in zee gaat.’

Wat vond u van de meerderheid in 2010 die met de PVV in zee wilde gaan?

‘Als je achteraf leest, dan lees je dat de macht de hoofdrol speelde. Vasthouden aan de macht. Daar kan het toch niet om gaan in de christelijke politiek. Ik schaamde mij voor Verhagen en Eurlings.’

Wat was het hoogtepunt van uw voorzitterschap?

‘Het eeuwfeest van de ARP. De hele dag staat mij nog bij. Het is toch geweldig dat je als eerste partij die ooit bestaan heeft, het honderdjarig bestaan mag vieren.’

HAARLEM – Voormalig ARP-leider, CDA-politicus, staatssecretaris, minister en burgemeester (van Haarlemmermeer) Hans de Boer wordt thuis in Haarlem geinterviewd door Ate Johan Travaille. COPYRIGHT DIRK HOL

Hoe zou u uw voorzitterschap willen typeren?

‘Als een zware klus.  Mijn belangrijkste taak was het CDA tot stand brengen tussen ja, mits en nee, tenzij.’

Waarom werd de CDA kritische Aantjes fractievoorzitter van het CDA?

‘Hij wilde het zelf heel graag. Hij is meegegaan naar het CDA. Ook hij heeft ja gezegd tegen het CDA. Dan kom je bij heel weinig mensen uit die op de stoel van fractievoorzitter willen en kunnen zitten. Het is nogal duidelijk. Er was een Rooms-Katholieke premier. Andriessen en Kruisinga gingen naar het kabinet.’

Hebt u een idee waarom u van 1 op 4 werd geplaatst op de ARP lijst in 1980?

‘Daar heb ik zeker een idee van. Iedereen die voor een motie had gestemd tegen kernwapens, zakte. Omdat ik op 1 stond, zakte ik het meeste. Daarom ben ik ook geen voorzitter van het CDA geworden. Men wilde dat ik de eerste voorzitter van het uit 1 partij bestaande CDA werd.’

Waarom werd u loyalist?

‘Er waren een aantal redenen om dat te doen. De geringe meerderheid die het kabinet Van Agt had, werd als een onvoldoende basis beschouwd voor het te voeren beleid. Tegelijkertijd hebben we gezegd, dat was dan het loyale eraan: We zullen het optreden niet beletten. Dat hadden we kunnen doen, dan had het kabinet nooit tot stand gekomen. We zouden constructief voorstellen beoordelen.’

Hebt u er spijt van dat u loyalist was?

‘Spijt die ik nu zou betuigen heeft geen enkele zin. Ik zeg wel, ik zou het nooit meer doen. Je kunt niet tegelijkertijd ja en nee zeggen. Ik heb destijds een gravamen ( Latijn voor bezwaarschrift) ingediend tegen het onderdeel kernwapens. Ik had het recht te stemmen tegen kernwapenmoties en kernwapenbegrotingen.’

Voelt het door Lubbers gevoerde beleid omtrent kernwapens als een overwinning?

‘Ja, dat heb ik als positief ervaren. Lubbers heeft hier zijn uiterste best gedaan om tot een goede oplossing te komen.’

Waarom koos u voor een carrière op het ministerie van Welzijn Volksgezondheid en cultuur?

‘Mijn achtergrond ligt bij de W en de C. Ik was al minister en staatssecretaris geweest van CRM. In mijn jaren als Kamerlid was ik lid van de commissie CRM. Lubbers en Brinkman deden een dringen beroep op mij en daarom ben ik afgetreden als burgemeester van Haarlemmermeer om Secretaris-Generaal op WVC te worden. Bij de W zaten allerlei subsidies die voor het CDA van grote betekenis werden geacht. Ze wilden dat Lemstra (CDA) werd opgevolgd door een CDA’er. Toen ik solliciteerde voor burgemeester van Haarlemmermeer  zei de Commissaris van de Koningin Roel de Wit (PvdA):’’ Weet je het wel zeker dat je burgemeester wilt worden? Dit wordt een keuze tussen je druk maken om kernwapens of om hondendrollen op straat. Het kon weleens zijn dat je dat snel zat wordt.’

Waarom bent u geen voorzitter geworden van de NOS?

‘Ik was toen nog maar net burgemeester van Haarlemmermeer, het was naar mijn mening niet mogelijk zo snel een andere baan te nemen, nog los van de vraag of ik naar de NOS had gewild.’

Hoe kijkt u als atoompacifist aan tegen kernenergie?

‘Dat zijn totaal verschillende zaken. Ik ben niet tegen kernenergie. Dan gaat het om afval, maar bij atoomwapens gaat het om mensenvernietiging. Er is reden om naar de gevaren van kernenergie te kijken. Dat heeft Jan van Houwelingen ook altijd gedaan in de ARP/CDA fractie.’

Zou u de STER-reclame willen afschaffen?

‘Van mij mag het afgeschaft. Ik heb een deel kunnen afschaffen. De shirtreclame in het profvoetbal heb ik weten af te schaffen. Ik was nog niet weg of het werd door opvolgers al weer ingevoerd. Geen commercie op je lijf was mijn standpunt. ‘

Wat zou u tegen studenten willen zeggen die geen CDA stemmen omdat  de C hun afschrikt?

‘Ik vind het geen beletsel om er wel op te stemmen. Laten we de vier à vijf partijen nemen die ertoe doen. Je moet zijn voor heel erg veel nadruk op het individu en de Staat zo ver mogelijk weg om bij de liberalen uit te komen. Als je dat niet wilt, moet je daar niet wezen. Dat heeft niks met christelijk te maken. Als je heel vaak vindt dat de overheid een sterke stempel op de samenleving drukt, moet je ook niet bij het CDA zijn, maar bij de PvdA. D’66 is een elitepartij. GroenLinks, daar zit de CPN bij. Ik ben niet vergeten dat er communisten bestaan, ik moet daar niks van hebben. Als je nadruk wilt leggen op eigen verantwoordelijkheid en de gemeenschap, dan moet je bij het CDA zijn. Je hebt de C er niet voor nodig om toch bij het CDA uit te komen.’

HAARLEM – Voormalig ARP-leider, CDA-politicus, staatssecretaris, minister en burgemeester (van Haarlemmermeer) Hans de Boer wordt thuis in Haarlem geinterviewd door Ate Johan Travaille. COPYRIGHT DIRK HOL

Wat vind u ervan dat we nu een deeltijdvoorzitter hebben?

‘Ze hebben geen geld om een voltijdsvoorzitter aan te stellen. Dat denk ik. We hebben nu 39.000 leden. Ik heb het 100.000e lid verwelkomd. De KVP had er toen 300.000 leden. Daarom is het niet zo’n gek idee dat ze bij de ARP steeds een Kamerlid tot voorzitter kozen. Die hoefde geen geld, want die had een baan. Ik zou er niet tegen zijn om een Kamerlid als voorzitter te kiezen.’

Hebt u nog een idee voor het verkiezingsprogramma van 2021?

‘We hebben vandaag de dag twee populistische partijen die een flink aantal zetels halen. Als we aan de opkomst van Fortuyn denken, zomaar 26 zetels. Hij schreef een boek: De verweesde samenleving. Als je antwoord zou moeten geven op de vraag. Hoe komt het volk verweesd? Hoe komen de populistische partijen aan die zetels? Het huidige CDA, maar ook andere partijen, hebben daar geen duidelijk antwoord op. Dat antwoord moet het CDA zoeken.

Wij staan tussen individu en Staat in. Het individu heeft veel te grote invloed gekregen. Dat is niet goed. Eigen verantwoordelijkheid heeft daaronder geleden. Hoe komt het dat de Staat steeds meer activiteiten naar zich toe heeft getrokken, terwijl we daar eigenlijk niet voor zijn? Let op de toezichtsorganen die zijn ontstaan. Let op een overmaat aan regels en protocollen. Dat zijn geen goede ontwikkelingen. De zorgzame samenleving is de afgelopen tijd afgebroken. Het sociale gezicht kan beter. Vergeet ook het klimaat niet.

Als je het klimaat wil redden en je wilt tegelijkertijd groeien? Die twee zijn niet te combineren. Je moet, en dan bedoel ik niet alleen de boeren. Bob Goudzwaard betoogde al jaren geleden de economie van het genoeg. Kijk eens serieus naar een genoeg.’

Wat is uw favoriete Bijbelvers?

‘Psalm 4 vers 7: Velen zeggen, wie maakt ons gelukkig! Heer, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.

Dat doet mij dus altijd zeggen: daar is geen antwoord op te geven. Wat is geluk? Bij het leven hoort ook lijden en ongemak. Geluk is een levenslange zoektocht. Daar heeft het geloof een hele grote rol in. Die tekst spreekt mij zeer aan, ook in mijn politieke werk. God helpt om geluk te vinden en dat duurt een leven lang.’

Uitspraken in het interview

‘Wij vonden de CHU conservatiever.’

‘Het is nooit op prijs gesteld dat Boersma en De Gaay-Fortman zich buiten ons om lieten overreden voor een ministerspost in het kabinet-Den Uyl.’

‘In Woudschoten speelde natuurlijk ook de kwestie De Zeeuw (partijvoorzitter van de KVP die een open programpartij wilde). Je kunt die zaak niet helemaal los zien van het feit dat als de KVP het over dit soort dingen had, dan hadden ze het in hun achterhoofd over los van het gezag van de Rooms-Katholieke Kerk. Declericalisering. Dat is niet hetzelfde als deconfessionalisering. Die begrippen werden nog weleens door elkaar gehaald. Ik ben er wel mee eens dat de richting van de Zeeuw niet gekozen werd.’

‘De CHU wilde het bewindsliedenoverleg van KVP en ARP ministers bijwonen. Dat is toch wel raar voor een oppositiegroepering. Dat met een beroep op dat we op weg waren naar het CDA.’

‘Als je weg bent, ben je weg. Ik behoor niet tot de categorie mensen die zich overal mee bemoeit. Het meeste gaat goed met mij.’

De Boer verzuchtte tijdens het interview een paar keer dat de fusietijd heel zwaar was.

‘De communisten waren zeer tegen een terugkeer van Aantjes in de Tweede Kamer. De VVD werd gevoed door sommige lieden omdat Aantjes geen kernwapens wilde.’

‘Ze hadden de spoorwegen destijds niet moeten opknippen en aanbesteden. Datzelfde geld voor elektriciteit. Dat zijn publieke dingen, die moet je niet privatiseren.’

‘Ik heb 35 jaar gekorfbald. Ik ben oprichter en erevoorzitter van DKV in IJmuiden. Ik heb de club op mijn 16e opgericht. Ik ben korfballer in hart en nieren.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *