Antirevolutionair denken in onze tijd

Recensie

Wie de naam van Edmund Burke hoort, zal onmiddellijk denken aan het feit dat hij door velen als vader van het conservatisme wordt beschouwd. Het zou zomaar kunnen zijn dat Burke daarmee onmiddellijk in een negatief daglicht wordt geplaatst. Is het wenselijk om een dergelijk denker als vader te hebben in een tijd waarin je zelf je leven maakt en waarin geen plaats meer is voor hiërarchie? Het gegeven dat recent een vertaling is uitgegeven van Burkes bekendste werk, geeft echter blijk van het belang van zijn gedachten.  

Het is Jabik Veenbaas die de vertaling op zich heeft genomen. Het project, waarvan de voorliggende vertaling een onderdeel is, is ingegeven door de stelling dat de manier waarop wij nu naar de werkelijkheid kijken, grotendeels is gevormd in de tijd van de Verlichting. Om te bestuderen waar die nieuwe kijk op de werkelijkheid uit bestaat, is het noodzakelijk notie te nemen van het denken van de Verlichtingsfilosofen. Zo zullen vertalingen van Thomas Paine en Jean le Rond d’Alembert verschijnen en zijn reeds vertalingen van werken van Julien Offray de Lamettrie en Mary Wollstonecraft  verschenen. Maar nu is daar dus: “Bespiegelingen over de revolutie in Frankrijk” van Edmund Burke! In zekere zin opmerkelijk dat Burke onderdeel is van het vorengenoemde project, aangezien Burke bij uitstek geen man van de Verlichting is. Sterker nog, Wollstonecraft en Paine hebben vurig kritiek geuit op Burke. De aankondiging van de presentatie van het boek van Burke met de woorden “een must-read voor wie de botsende maatschappijvisies in onze huidige wereld wil begrijpen” contextualiseert de actuele vertaling van Burkes Bespiegelingen.  

Burke leefde van 1 januari 1730 tot 9 juli 1797. Hij werd geboren in Ierland als zoon van een advocaat. Hoewel zijn vader van het katholicisme naar het protestantisme overging, en zijn moeder katholiek bleef, is hij als anglicaan gedoopt. In zijn leven heeft hij veel gelegenheidsgeschriften geschreven; veelal intellectuele reflecties op politieke zaken. Van 1765 tot 1794 is hij lid geweest van het Britse Lagerhuis, als Whig. Een van de bekendste redes in het Lagerhuis is die waarin hij een verzoening bepleitte tussen Britse kolonies in Amerika met de bestaande – als zodanig door de jaren heen gegroeide – Amerikaanse bevolking.

In deze rede komt zijn belangrijkste inzicht al tot uitdrukking: de historisch gegroeide werkelijkheid verzet zich tegen een denken waarbij gedachten over de werkelijkheid in zeer korte tijd radicaal veranderen. Met dat uitgangspunt is het boek van Burke “Bespiegelingen over de revolutie in Frankrijk” geschreven. Overigens is het meer te typeren als een brief – hetgeen de levendigheid van het geschrift ten goede komt – aan zijn jonge Franse vriend Depont, die Burke had gevraagd hoe hij denkt dat de Britse samenleving in het algemeen tegenover de ontwikkelingen in Frankrijk stond. In de Bespiegelingen toont Burke vervolgens onder meer aan dat de Engelse omwenteling in 1688 (Glorious revolution, waarin stadhouder Willem III van Oranje-Nassau met zijn echtgenote Maria Stuart met een staatsgreep aan de macht kwam om van de katholieke heerschappij in Engeland af te komen) geheel anders was dan de Franse revolutie. In 1688 ging het om de handhaving van de rechten en vrijheden; in 1789 ging het om de soevereiniteit van het volk en de onttroning van God. De menselijke rede voerde vanaf dat moment de boventoon. Burke pleitte ervoor om een natuurlijke orde te behouden en deze in de weg van de geleidelijkheid te corrigeren. Nu de Franse Revolutie de gevormde orde van het Ancien Régime radicaal omverwierp, bezorgde de uitwerking daarvan hem. Staatsvorming bestaat immers niet, zo stelde Burke, uit het cumuleren van abstracte ideeën (zoals in de Franse Revolutie gebeurde), maar het is een organisch proces waarin de wijsheid van vele generaties samenkomt. Burke vreesde, toen met de Franse Revolutie een nieuwe orde werd geschapen, een beschaafde en historisch gegroeide wereld voorgoed zou verdwijnen. Dat zou de wereld leiden naar een tirannie.

Met zijn Bespiegelingen heeft Burke de wortels van een revolutie bestudeerd die zijn invloed uitoefent tot op de huidige dag. Verder wist Burke door zijn studie de waarde van de wortels op waarde te schatten. Het is dan niet zo dat de revolutie Frankrijk zou vernietigen, zoals Burke voorspelde, maar het heeft wel een bron geopend voor een nieuwe, radicaal andere, wereldvisie. Het is derhalve goed notie te nemen van het denken van Burke om in te zien waar onze natuurlijke houding ten aanzien van ideeën als gelijkheid, vrijheid en mensenrechten vandaan komt. Zit daar soms ook geen revolutiedenken achter? Weten we dat op waarde te schatten? Als dat het geval is, wat moet een christendemocratische partij, die gefundeerd is op een antirevolutionair denken, hiermee?  Of je Burke wel of niet tot vader wilt hebben, hij prikkelt en inspireert om de gedachten te vormen over vragen ten aanzien van de (staats)existentie.

Edmund Burke, Bespiegelingen over de revolutie in Frankrijk, Vertaald en ingeleid door Jabik Veenbaas, Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2019, 421 pagina’s, ISBN 9789028427716.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *