Inleiding

‘Alles stroomt’, niets is onveranderlijk, en kennelijk ook niet de filosofie van de politieke partijen in ons parlement. Dat is wat men moet constateren als men de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) van 2019 heeft gevolgd. Waar in eerdere jaren nog hevig gediscussieerd werd over de procentpunten koopkracht, leek de politiek opmerkelijk eensgezind in haar besluit minder waarde te hechten aan deze prognoses. Waar de APB eerder vooral financieel-economisch getint waren, barstte er een ware ideeënstrijd los. Dijkhof twijfelde openlijk aan de genezende werking van de vrije markt, en onze Pieter Heerma kwam met een waar politiek-filosofisch verhaal waarin hij John Rawls en Alexis de Tocqueville verwerkte, en eveneens betoogde dat de ‘ieder voor zich, en God voor ons allen’-ideologie failliet was.

Menig commentator meent een trendbreuk te zien, en even zoveel toeschouwers voorspellen het einde van het kapitalisme, het begin van een solidaire samenleving die niet meer op geld en materialisme is gericht, maar weer op elkaar. Maar zo nieuw als de ideeën lijken, zo oud zijn zij in werkelijkheid. Het prachtige, door onder anderen Paul van Geest, Joost Hengstmengel en Ard Jan Biemond geschreven, De onvolkomenheid van de mens & het streven naar perfectie kan richting geven in een opgelaaide richtingenstrijd.

De homo economicus

De onvolkomenheid van de mens is een scherp boek dat inzicht geeft in de menstypen die zijn geformuleerd in de sociale wetenschappen. De belangrijksten daarvan zijn de homo economicus en de door de auteurs voorgestelde homo dignus. De homo economicus wordt aangehangen in bijvoorbeeld de economische wetenschap. Zij baseert al haar theorieën op de assumptie van ‘een rationele, calculerende mens, die wordt gedreven door eigenbelang en wiens voorkeuren stabiel zijn’. Dit mensbeeld wordt ook vaak gebruikt om politiek beleid te formuleren.

Echter, in de loop van de vorige eeuw zijn de scheuren in dit mensbeeld steeds groter geworden: in de jaren 40 wees Herbert Simon, aangehaald in bovengenoemd boek, al op de ‘bounded rationality, waarmee hij wees op het beperkte vermogen van de mens om rationeel te denken en beslissingen te nemen (…) en [dat de mens] in de eerste plaats routinematig reageert’.

Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman heeft deze stelling in de jaren 80 met talloze wetenschappelijke experimenten bewezen. Als verklaring voor zijn bevindingen, wees Kahneman op twee cognitieve processen, waarbij het ene proces routinematig, automatisch en emotioneel beladen is, en het tweede proces gecontroleerd, analytisch en gebaseerd op regels is. ‘Omdat de mentale capaciteit van de mens beperkt is, zijn veel cognitieve processen onbewust en routinematig. Anders zou de mens niet kunnen functioneren’.

Homo dignus

Als alternatief voor het homo economicus-model presenteren de schrijvers de zogenaamde homo dignus. In dit model staat de waardigheid van de mens centraal. Deze waardigheid verdient hij niet doordat hij een bepaalde economische waarde heeft of prestaties levert, maar hij bezit deze intrinsieke waardigheid omdat hij mens is. De homo dignus streeft geluk na dat breder is dan alleen materiele welvaart en bovendien gericht is op de lange termijn. De homo dignus baseert zich op zijn verstand waarin hij overeenkomsten vertoont met de homo economicus. Deze verstandigheid is echter geen kille rationaliteit gebaseerd op nutsdenken maar geeft ruimte aan ethiek, drijfveren en gevoelens. Doordat ieder mens een intrinsieke waardigheid heeft, is ieder mens geroepen om zijn eigen geluk en dat van anderen na te streven.

De homo dignus houdt rekening met drie beperkingen. Allereerst is de mens zelf beperkt in rationaliteit, moraliteit en wilskracht. Hierin verschilt hij met de rationele homo economicus, die consequent zou handelen. Ten tweede heeft de homo dignus een beperkte wilskracht. Hij zal dus niet altijd de beste morele keuze maken en kortetermijngenot verkiezen boven voordelen op de lange termijn. Tot slot staat de homo dignus in een sociale omgeving die invloed uitoefent op zijn handelen. Als de omgeving van de homo dignus onethische invloed uitoefent, zal de homo dignus een sterke wilskracht moeten uitoefenen om hier tegenin te gaan.

Deugden

Hiervoor zijn de deugden nodig. In de traditie bestaan de vier zogenaamde kardinale (van het Latijnse woord voor scharnier: cardo) en drie christelijke deugden. De vier kardinale deugden zijn: wijsheid, rechtvaardigheid, moed en matigheid. Deze deugden hebben, anders dan de schrijvers helaas verkeerd stellen, niet alleen betrekking op jezelf maar ook op de ander. De wijsheid is nodig om in te zien wat in elke situatie het goede is. De rechtvaardigheid bestaat eruit om ieder te geven wat hij toekomt. De moed is nodig om de deugden te kunnen uitoefenen in een omgeving die je tegenwerkt. En ten slotte is het belangrijk om in elke handeling de juiste maat aan te houden.

De drie christelijke deugden van geloof, hoop en liefde hebben zowel betrekking op jezelf als op de ander. Ze verschillen van de kardinale deugden doordat je ze niet zelf kunt verwerven door langdurige training, maar geschonken worden door genade. Men kan pas liefhebben als men eerst zelf is liefgehad. Deze liefde bestaat, als het goed is, uit liefde tot God, tot de naaste en tot jezelf. De deugdethiek heeft twee doelen: goed handelen en uiteindelijk ook een goed mens wórden. De klassieke en christelijke ethiek is altijd gebaseerd geweest op de deugdethiek. Met het protestantisme dat de nadruk legt op de zondigheid en zwakheid van de mens en de Verlichting volgens welke het goede niet zou bestaan verviel de deugdethiek en kwam hiervoor een plichtsethiek en een nutsethiek in de plaats.

Het goede leven

Het lijkt erop dat in de filosofie, economie en politiek langzaam het besef daalt dat we een rijke traditie van bijvoorbeeld de deugdethiek en het goede leven zijn kwijtgeraakt. Het CDA heeft hier de afgelopen jaren meerdere malen op gewezen en is met goede voorstellen en rapporten gekomen om het goede leven weer leidend te laten zijn voor het economisch en politiek handelen. Heel concreet kan gedacht worden aan het rapport dat Paul Schenderling schreef in 2015. Dit rapport, Bloei & groei een christendemocratische visie op het verdienvermogen van Nederland, biedt een christendemocratisch perspectief op de economie, waarbij menselijke bloei en economisch groei hand in hand gaan. Ook bestuurslid van het wetenschappelijk instituut van het CDA, prof. Govert Buijs, schreef over het goede leven voor de economie in het boekWaarom werken we zo hard? dat afgelopen jaar uitkwam. Het lijkt erop alsof de wal het schip aan het keren is en dat de auteurs van De onvolkomenheid van de mens & het streven naar perfectie een vergeten traditie op het spoor zijn die ons richting kan geven om de liberale kilte van de afgelopen decennia te boven te komen.    

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *