Democratie als kasplantje

Essay

Vanaf donderdag 23 mei tot en met zondag 26 mei zullen de Europese verkiezingen voor de samenstelling van het Europees Parlement plaatsvinden. Vanzelfsprekend zal een gedeelte van de Europese burgers naar de stembus gaan. Na de vorige verkiezingen in 2014 maakte het Europees Parlement bekend dat de opkomst nog nooit zo laag was geweest. Van alle stemgerechtigden kwam slechts 42,54 procent opdagen. In 1979 was dat nog 62 procent. Door de jaren heen was een neergaande lijn zichtbaar.

Wat zou de reden van deze neergang zijn? Zou het iets te maken kunnen hebben met de vanzelfsprekendheid waarmee veel Europese burgers democratische verworvenheden tegemoet treden? Als de geschiedenis ons iets leert is het dat een democratie niet vanzelfsprekend is. In de geschiedenis is dit fenomeen nog maar tweemaal voorgekomen. In de Griekse stadstaat Athene tussen 508 v. Chr. en 322 v. Chr. en in de tijd waarin we nu leven. De staatsvormen van monarchie, dictatuur, theocratie of oligarchie komen vaker voor in de geschiedenis. De Tweede Wereldoorlog heeft de broosheid van de democratie onderstreept en de lessen die de Europese natiestaten door de oorlogen hebben geleerd waren hard. Vele filosofen, politici, schrijvers en geëngageerde burgers vroegen zich af hoe het mogelijk was dat het christelijk continent tot een verschrikking als de holocaust in staat was. De Italiaanse schrijver Eugenio Corti (1921-2014) bijvoorbeeld, heeft in zijn roman Het Rode Paard een vlijmscherpe analyse gegeven van het proces dat leidde tot de Tweede Wereldoorlog.

Na deze oorlog was het de wens van zes natiestaten om de broze vrede duurzaam vorm te geven middels de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Door de Frans-Duitse productie van kolen en staal onder een gemeenschappelijke Autoriteit te plaatsen zou een belangrijke economische oorzaak voor oorlog worden weggenomen. Naast economische samenwerking werd ook besloten om op het gebied van mensenrechten nader tot elkaar te komen middels het EVRM, dat op 4 november 1950 in Rome werd getekend. Zowel economie als de rechtsstaat werden betrokken bij de bescherming van democratie. Het was immers de kerkvader Augustinus die schreef dat ‘zonder recht de staat een gezelschap van rovers zou zijn’. De rechten die  in de het EVRM werden vastgelegd hadden als doel om een herhaling van de normloosheid en willekeur te voorkomen.

Toch hebben we gezien dat intenties, woorden en verdragen niet genoeg zijn om recht te garanderen. De nazi’s handelden volledig volgens hun eigen wetten maar gingen in tegen wat recht is. Het recht moet, zoals de Duitse rechtsfilosoof Leo Strauss (1899-1973) beschrijft in Natural right and history, een diepere fundering hebben. Elke generatie moet zichzelf steeds de vraag stellen hoe we de fundering van recht kunnen vinden. Hoe herkennen we nu eigenlijk wat recht is? In de geschiedenis is vaak de religie als uitgangspunt voor recht genomen. Het christendom vormt hierin een uitzondering aangezien het nooit een uitgewerkt systeem voor ethiek en (staats)recht heeft gepresenteerd. In plaats daarvan wees het op het natuurrecht, het geweten en de rede als bronnen van recht. In de schepping zijn natuurwetten besloten die de mens kan vinden, zoals de Nederlandse jurist Paul Scholten (1875-1946) bijvoorbeeld uiteen heeft gezet in zijn rechtsvindingstheorie. Denkers als Plato, Aristoteles en Cicero hebben dit laten zien in hun werken en voortbouwend hierop hebben de kerkvaders daarom steeds gezocht naar een synthese tussen rede en het geloof.

Het recht, dat gecodificeerd wordt in verdragen en afspraken, vindt haar basis dus in de natuurwetten die we kunnen vinden in de schepping. Net zoals de natuur een orde kent van dag en nacht, seizoenen en getijden, dagen en jaren kent de mens een innerlijke orde. Het is de uitdaging van het leven om deze orde te vinden middels filosofie, theologie, muziek, literatuur, poëzie en alle andere kunsten die de humaniora rijk zijn. Voor deze zoektocht kunnen we gebruikmaken van een rijke traditie van mensen die ons zijn voorgegaan. De menselijke natuur die in deze zoektocht gevonden wordt is een goed uitgangspunt om het recht op te baseren. Als voorbeeld kan gedacht worden aan de gulden regel: behandel een ander zoals je graag zelf behandeld wilt worden.

Laten we het voorgaande nader illustreren. De menselijke natuur ligt indirect ten grondslag aan de mensenrechten die proberen om de waardigheid van de mens te beschermen. Deze menselijke natuur als norm staat op het spel in discussies over genetisch manipuleren, discriminatie, racisme, onmenselijke behandeling van vluchtelingen en het uitsluiten van minderheden. Een voorbeeld van racisme waren de ‘Joodse praalwagens’ in België tijdens carnaval. Op ons continent zouden we toch beter moeten weten als het gaat om antisemitisme. De democratieën van de Europese natiestaten hebben zich na de Tweede Wereldoorlog altijd als hoeder van mensenrechter opgeworpen. Onrecht en racisme moeten bestreden worden middels een goed functionerende rechtsstaat, was de gedachte. Het recht dat tot uiting komt middels de rechtsstaat moet de macht en uitingsvrijheid die de democratie mogelijk maakt beschermen.

De Franse filosoof Blaise Pascal (1623-1662) schreef dit al op in zijn Pensées: ‘recht zonder macht is machteloos, macht zonder recht is dwingelandij. Recht zonder macht wordt weersproken omdat er altijd bozen zijn, macht zonder recht wordt beschuldigd. Men moet dus recht en macht bijeenvoegen en daarvoor moet wat recht is sterk worden gemaakt, of wat sterk is recht’. De Europese verkiezingen gaan daarom over veel meer dan de samenstelling van het Europees Parlement en de vraag wie de voorzitter van de Europese Commissie wordt. Het gaat vooral om de vraag of het recht nog macht genoeg heeft om zichzelf te verdedigen. Alleen als het recht een fundering heeft in de menselijke natuur en macht democratisch gelegitimeerd is, kan een herhaling van de geschiedenis voorkomen worden. Democratie is als een kasplantje, dat bescherming en verzorging behoeft. Het CDA en de christendemocratische familie hebben een belangrijke taak om zich hiervan bewust te zijn, dit te funderen en te overdenken om deze boodschap uiteindelijk intern en extern uit te dragen. Tot behoud van de gemeenschap.

De auteurs zijn lid van de Vormingscommissie van het CDJA. Op 29 en 30 maart organiseert de Vormingscommissie het jaarlijkse Vormingsweekend. Het thema is ‘Christendemocratie en Rechtsstaat’ en als hoofdspreker zijn we vereerd om minister van Staat mr. P. H. Donner te mogen ontvangen. Voor meer informatie, zie de link hieronder.

https://www.facebook.com/events/800557900297344/